Aarde en economie
Hoe is de opleiding ingedeeld
Het vakgebied van Aarde en economie ligt voornamelijk op het raakvlak van Aardwetenschappen en Economie. Daarom zul je in de eerste twee jaar vakken volgen uit deze disciplines. Het unieke aan Aarde en economie is de combinatie van deze kennis. Het belangrijkste deel van de opleiding bestaat dan ook uit vakken waarmee je deze kennis integreert om nieuwe, duurzame oplossingen voor aardwetenschappelijk gerelateerde economische problemen te leren ontwikkelen.
Aardwetenschappen bestudeert de processen die de aarde continu veranderen. Om die processen te begrijpen zijn natuur- en scheikunde onmisbaar. Economie zoekt naar de optimale inzet van de middelen die je hebt om een zo efficiënt mogelijk resultaat te krijgen. Dat kan niet zonder wiskunde, en dat zou je dus kunnen zien als de taal van de economie. Bij Aarde en economie krijg je dus ook een aantal natuurkundige, scheikundige en wiskundige vakken.
Veldwerk
Tijdens de studie ga je er vaak op uit om je kennis in praktijk te brengen. Alleen door zelf ter plaatse de situatie te onderzoeken kun je precies doorgronden waar de problemen zitten en hoe je tot een goede oplossing komt. Alleen al in het eerste jaar ga je totaal vier weken weg.
Studiebegeleiding
Als student Aarde en economie krijg je een mentor. Een paar keer per jaar kijk je samen naar je studieresultaten en bespreek je wat er verbeterd zou kunnen worden.
Het eerste jaar
De studie begint met een introductie in de materie van Aarde en economie, inclusief een week excursie, waarbij je kennismaakt met een aantal bedrijven en instellingen die zich bezig houden met ingrepen in het landschap in Noord-Nederland en Noord-Duitsland. Daarnaast ga je zelf voor het eerst met een jaargenoot aan de slag bij het bestuderen van Aarde-en-economische problemen op gemeentelijk niveau. Vervolgens leer je de basis van aardwetenschappelijk denken bij de vakken Systeem aarde, Global change en de Veldoefening aardwetenschappen waarbij je een gebied een week lang middels grondboringen zelf onderzoekt. Tegelijk leer je ook economisch denken bij de vakken Inleiding economie en Ruimtelijke economie. Daarnaast leer je hoe de mens in de loop der tijd gebruik heeft leren maken van het drassige en vaak overstroomde stukje land dat tegenwoordig Nederland heet bij het vak Dynamiek van het historische landschap. Je ontdekt hoe dit heeft geresulteerd in het huidige laaggelegen landschap waarin we nu wonen. Al deze kennis ga je integreren en toepassen op een echte casus met het thema delfstofwinning bij het afsluitende Veldwerk aarde en economie naar Limburg. In dit veldwerk van twee weken komt alles wat je tot dan toe geleerd hebt bij elkaar. Je leert gegevens structureren en ontdekt de samenhang in de praktijk. Ondersteunende vakken zijn Wiskunde en Natuur, Leven en Techniek I en II.Hier krijg je een indruk van het Veldwerk Aardwetenschappen naar West-Brabant
Lees meer over het Veldwerk Limburg, waar je je aardwetenschappelijke en je economische kennis geintegreerd gaat toepassen in de praktijk!
Het tweede jaar
Dit jaar staat in het teken van verdieping van je kennis en ervaring. Je economische kennis vergroot je met milieu-economie en Regionale economie, je aardwetenschappelijke kennis met Bodemkunde, Inleiding hydrologie en Kwartairgeologie (inclusief een week excursie). Je verbreedt je integrale kennis met vakken als Natuurrampen en risico's en Mens en landschap. Je leert werken met Geografische Informatiesystemen (GIS) bij het vak Digitale ruimtelijke data. Je sluit het jaar weer af met een veldwerk, dit keer van een groter en complexer gebied dan in het eerste jaar, waarbij nu overstromingsproblematiek centraal staat. Ondersteunende vakken zijn dit jaar Statistiek en Natuurwetenschappelijke aspecten van enrgie en grondstoffen.
Het derde jaar
Het derde jaar begint met de verslaglegging van het tweedejaarsveldwerk. Je krijgt een aantal ondersteunende vakken als Studie en loopbaan en Wijsgerige vorming. Een belangrijk vak in dit jaar is Besluitvormingsprocessen, waar je leert hoe je beslissingen moet nemen bij de complexe problemen die Aarde en economie bestudeert. Vervolgens kies je een minor, een specialisatierichting. Dit kan zijn de minor Aarde en economie, waarbij je het raakvlak tussen deze vakgebieden centraal houdt, maar je kunt ook kiezen voor een specialisatie als Hydrologie, Paleoklimatologie, Ruimtelijke economie of een communicatie- of educatievariant als je bijvoorbeeld docent Aardrijkskunde wilt worden. Met je minor oriënteer je je alvast op een eventuele master. De minors bestaan uit een vast programma van een half jaar met beperkte keuze en vrijere keuzeruimte. Die keuzeruimte vul je in met vakken die aan je studie gerelateerd zijn, aan de VU of aan een andere universiteit in binnen- of buitenland. Om vast een keer in het buitenland onderzoek te doen in een voor jou interessante specialisatierichting gaan we nog een laatste keer gezamenlijk op pad, deze keer naar Oostenrijk. In twee weken tijd onderzoek je daar een Aarde-en-economisch probleem die kenmerkend is voor een hooggebergte, zoals versnelde afvoer, sneeuwsmelt en de gevolgen van klimaatverandering voor de ski-industrie. Tot slot doe je een bachelorafsluitingsonderzoek binnen je specialisatie. Je kunt mee met lopend onderzoek in binnen- of buitenland en maakt zelfstandig een wetenschappelijk verslag.Hier krijg je vast een idee van het derdejaars veldwerk Oostenrijk!
Wanneer in het jaar welke vakken gegeven worden vind je in de jaaroverzichten.

