Farmaceutische wetenschappen
Een greep uit de vakken van het eerste jaar
In het eerste jaar van Farmaceutische Wetenschappen doe je vooral veel feitenkennis op. Daarnaast voer je scheikundige proeven uit, doe je metingen aan je eigen lichaam en krijg je een aantal toegepaste vakken.
Van Atoom tot (bio)molecuul
Met dit vak fris je de scheikundekennis van de middelbare school op en diep je deze basiskennis verder uit. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: pH berekeningen, oplosbaarheid, redoxchemie, atomen en het periodieke systeem, moleculaire structuur, chemische reacties, thermodynamica en kinetiek. Dit vak vormt een fundament voor de rest van je studie.
Medische fysiologie
Een vergroot hart, hoe krijg je dat? Door te sporten moet het hart harder werken en wordt het op een gezonde manier groter. Maar ook als het lichaam door zieke longen te weinig zuurstof krijgt, moet het hart harder gaan pompen. ‘Medische fysiologie’ leert je hoe het menselijk lichaam werkt en hoe het reageert op veranderingen en medicijnen. Bij dit vak krijg je met echte patiënten te maken. In sommige hoorcolleges worden patiënten binnengebracht en vertelt een arts wat de patiënt mankeert. Maar het blijft niet alleen bij theorie en toekijken! Want tijdens het practicum mag je onder andere je eigen ElectroCardioGram (ECG; hartfilmpje) gaan maken.
Van Gen tot geneesmiddel
Het vak ‘Van Gen tot geneesmiddel’ gaat over hoe cellen met elkaar communiceren (signalering). Bij een verstoring in deze communicatie ontstaan er ziektes zoals astma, Parkinson of kanker. Je leert ook hoe geneesmiddelen deze communicatie kunnen verhogen of juist kunnen remmen, afhankelijk wat het effect van het medicijn op de ziekte moet zijn. Daarna ga je je kennis direct toepassen. In groepjes bespreek je een nieuw geneesmiddel tegen kanker. Hoe werkt dit medicijn en is het een verbetering ten opzichte van de huidige medicijnen? Je presenteert de resultaten aan de andere studenten en docenten en er ontstaan levendige discussies.
Levende chemie en Biochemie
Wat is levende chemie? Waar zit het verschil tussen leven en dood in een cel? Bij de vakken ‘Levende chemie’ en ‘Biochemie’ krijg je inzicht in de moleculen die bepalen wat een levende cel levend maakt. De cel voegt individuele bouwstenen samen tot complexe structuren als DNA, RNA, eiwitten en membranen. Je leert hoe deze moleculen eruit zien, hoe ze zijn opgebouwd en hoe ze samenwerken. Deze kennis is belangrijk om te begrijpen hoe ziektes ontstaan en hoe je medicijnen daartegen kunt ontwikkelen.
Innovatieproject geneesmiddelen
Met dit vak krijg je inzicht in het ontwikkelingtraject van nieuwe geneesmiddelen. Je leert het hele proces kennen: van de ontdekking van een nieuw molecuul tot het op de markt brengen van het nieuwe medicijn. ‘Innovatieproject geneesmiddelen’ bestaat uit twee delen: de hoorcolleges waarin de docent het ontwikkelingstraject van een geneesmiddel bespreekt, en een casusstudie waarin studenten in groepjes van vijf aan de slag gaan met de ontwikkeling van een geneesmiddel voor een specifieke ziekte. Hierbij werk je samen met studenten van de opleiding Science, Business and Innovation.
Organische chemie
Heb je de organische chemie in de vingers, dan kun je straks in het lab zelf moleculen maken. Moleculen die straks misschien wel een levensreddend medicijn gaan worden. ‘Organische chemie’ is een basisvak waarbij het vooral om onmisbare feitenkennis gaat. Sommige feiten ken je al, maar dat zal voor elke student anders zijn. Dit vak doe je om in het tweede jaar het practicum te mogen doen. En dan wordt het echt spannend!
Farmacokinetiek en ADME processen
Dit vak kun je direct toepassen op je dagelijks leven. Een pilletje slikken, een infuus krijgen, een injectie zetten: wat gebeurt er met de concentratie van een medicijn in een bepaalde vorm in het lichaam? Met de wiskunde van farmacokinetiek leer je de werkingsduur van een geneesmiddel berekenen. Bovendien krijg je inzicht in ADME processen: de absorptie (opname), distributie (verspreiding), metabolisme (omzetting) en eliminatie (uitscheiding) van een medicijn in het lichaam. Lees je voortaan de bijsluiter van een medicijn en je weet hoe de werkzame stof zich in het lichaam gedraagt.

