Wiskunde
Hoe is de opleiding wiskunde ingedeeld
Tijdens de studie wiskunde leer je alle belangrijke deelgebieden van de wiskunde kennen, zoals analyse, algebra, differentiaalvergelijkingen en kansrekening. Je oefent in abstract denkwerk, maar je ontdekt ook hoe je die fundamentele wiskunde kunt toepassen op concrete toepassingen. Tijdens de hele opleiding worden vakken gegeven in verschillende onderwijsvormen en versterk je je academische en communicatievaardigheden. Ook kun je kiezen om een semester lang een minor in een ander vakgebied te volgen.
Het eerste jaar
In het eerste jaar van de bacheloropleiding krijg je een breed programma aangeboden, zodat je een goed beeld krijgt van de hedendaagse wiskunde. Je maakt kennis met theorieën, methoden en met diverse toepassingen van de wiskunde in het dagelijks leven en in andere wetenschappen. Typische vakken in je eerste jaar zijn o.a.:- Wiskundig modelleren (I en II) Aan de hand van een probleemomschrijving leer je om wiskundige modellen voor praktijkproblemen op te stellen en te analyseren. Zo wordt bijvoorbeeld ingegaan op de opname en afbraak van alcohol in het lichaam. Samen met medestudenten in je projectgroep schrijf je hierover een verslag of verzorg je een presentatie. Dit is bij uitstek een vak waar je academische vaardigheden getraind worden: je leert hoe je een brug kunt slaan van theorie naar praktijk.
- Kansrekening (I en II) Op de middelbare school heb je waarschijnlijk al uitgebreid kennis gemaakt met kansrekening, maar nu ga je verder de diepte in. In deze vakken leg je een stevig fundament aan begrippen en definities, van waaruit je geavanceerde kansrekening kunt bedrijven. Je leert verschillende soorten (continue) kansverdelingen kennen en gebruikt deze in opmerkelijke toepassingen. Zo kun je met een bepaald type verdeling het 'naaldexperiment van Buffon' verklaren: het vallen van een naald op een gelinieerd stuk papier blijkt het getal pi goed te kunnen benaderen. En mieren blijken op soortgelijke wijze de grootte van hun potentiële nesten te bepalen!
- Differentiëren en integreren (I, II en III) Deze vakken bieden onmisbare gereedschappen voor de wiskundige, maar deze gereedschappen zijn ook zeer waardevol binnen andere disciplines (natuurkunde, scheikunde, etc.). Zo is de stromingsleer (de wetenschap die de beweging van vloeistof en gassen beschrijft) ondenkbaar zonder de stelling van Stokes. Deze stelling wordt behandeld in het vak Differentiëren en integreren III.
Ook volg je in je eerste jaar vakken als Inleiding dynamische systemen en Verzamelingen en algebra. Je volgt hoorcolleges, oefent de nieuwe stof tijdens werkcolleges, en werkt samen met anderen aan projecten. Er is daarnaast ruimte voor een keuzevak (biomedische wiskunde, econometrie of natuurkunde), zodat je je kunt verdiepen in een aan de wiskunde grenzend gebied van je eigen interesse.
Het studiejaar is verdeeld in zes perioden, vier langere perioden die worden afgesloten met een tentamenweek, en twee kortere perioden waarin je vaak een intensiever project zult doen.
Voor meer informatie over de vakken en de indeling van de opleiding kun je hier terecht.
Het tweede en derde jaar
In het tweede en derde jaar bouw je je kennis en inzicht in de centrale gebieden van de wiskunde (analyse, kansrekening en algebra) verder uit. Vakken die je volgt zijn bijvoorbeeld Algemene statistiek, Differentiaalvergelijkingen, Topologie, Complexe functietheorie, Markov-ketens en Variëteiten. In het derde jaar kun je een half jaar lang een minor volgen. Dit is een prachtige gelegenheid om je studie je eigen unieke accent te geven. Je kunt zowel besluiten een verbredende minor in een ander gebied te volgen, als een verdiepende minor in de wiskunde te kiezen. In deze periode oriënteer je je ook op de keuze van een masteropleiding en afstudeerrichting. De bacheloropleiding sluit je af met een scriptie.

