Toetsvraagontwikkeling in het hoger onderwijs verdient meer aandacht en waardering

10-06-2016

13.45

Aula

Supporting Teachers in Higher Education in Designing Test Items

S. Draaijer

prof.dr. J.J. Beishuizen, prof.dr. L.W.T. Schuwirth, prof.dr. J.I. Schoonenboom

Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen

Psychologie, pedagogiek en onderwijs

Promotie

Docenten in het hoger onderwijs moeten toetsvragen maken, maar vaak zijn zij niet expliciet geschoold in het ontwikkelen van vragen en hebben ze weinig tijd. Vaak worden veel context loze en letterlijke feitjes bevraagd, of zijn de toetsvragen niet eenduidig genoeg. Daarnaast kunnen docenten nauwelijks gezamenlijk en systematisch met elkaar en met toetsexperts aan toetsvragen werken om de vaardigheid op peil te houden. Dit is problematisch en gaat ten koste van de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs. Daarom ontwikkelde Silvester Draaijer in zijn promotieonderzoek een model om docenten in het maken van vragen te ondersteunen.

Toetsvragen bedenk je niet zomaar
In het hoger onderwijs worden gesloten vragen zoals multiplechoicevragen veel gebruikt. Ze maken het mogelijk om efficiënt en effectief studenten te bevragen op een breed pallet van kennis en vaardigheden. Draaijer: “Het is een effectief instrument, maar het ontwikkelingsproces slecht begrepen. Naast het feit dat docenten de vragen zelf moeten bedenken, moeten ze vragen voor verschillende doelen kunnen construeren. Dus niet alleen voor het bevragen van feiten of kennis, maar ook over de toepassing van die kennis, probleem oplossen of kritisch denken. Dit moeten ze doen vanuit veelal slechts globaal beschreven doelen en inhouden. Ze moeten dan hun eigen expertise, overtuigingen en inschattingen optimaal kunnen inzetten om toch concrete vragen te kunnen maken. Dat is niet eenvoudig.”


Meerdere vragen bedenken en kritisch selecteren
Draaijer stelde de vraag centraal hoe docenten ondersteund kunnen worden in deze taak. Daarvoor heeft hij een cognitief proces model ontwikkeld waarin het bedenken van toetsvragen wordt beschouwd als het oplossen van slecht gestructureerde ontwerpproblemen waarbij het divergeren en convergeren centraal staat. Draaijer: “Divergent denken is nodig om meerdere ideeën voor toetsvragen te genereren. En convergent denken zorgt ervoor dat toetsvragen kritisch worden bekeken, verbeterd én geselecteerd. Hierdoor blijven de vragen zinvol en zijn ze eenduidig te beantwoorden”. Dit perspectief op toetsvragen heeft Draaijer vervolgens vertaald naar ondersteuningsmiddelen zoals een computerprogramma en ideeënbladen om docenten met name te ondersteunen in het divergente proces van het ontwikkelen van toetsvragen.

 Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE