Neurofeedback werkt niet bij behandeling van ADHD

25-05-2016

15.45

Aula

Attention for Inhibition. Psychophysiology and Neural Treatment Mechanisms in Children with ADHD

T.W.P. Janssen

prof.dr. J. Oosterlaan, dr. R. van Mourik

Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen

Psychologie, pedagogiek en onderwijs

Promotie

De aandachts- en concentratiestoornis ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) wordt over het algemeen behandeld met medicijnen, zoals Ritalin. Er bestaan alternatieve behandelingen zonder medicijnen, zoals neurofeedback, een therapie waarbij de hersengolfactiviteit wordt omgezet in beelden, geluiden of trillingen. “Een kind ziet op deze manier wanneer zijn of haar eigen hersenen in een geconcentreerde toestand verkeren, en verdient daarmee punten als beloning. Hiermee hopen wij de aandacht te verbeteren van kinderen met ADHD,” vertelt promovendus Tieme Janssen. Hoewel neurofeedback al door het hele land commercieel wordt aangeboden, is er veel wetenschappelijke discussie over de effectiviteit.

Medicatie blijkt effectiever
Janssen vergeleek de effectiviteit van neurofeedback met een controlegroep en een medicatiegroep. De controlegroep kreeg een semi-actieve sporttraining die evenveel tijd kostte als neurofeedback. Uit de resultaten blijkt dat neurofeedback niet werkt, en dat medicatie effectiever is dan een behandeling met neurofeedback.
Hoewel een meerderheid van de kinderen met ADHD baat heeft bij medicijnen, blijkt een medicamenteuze behandeling bij ongeveer dertig procent van de kinderen met ADHD niet of onvoldoende aan te slaan. Bovendien voelen steeds meer ouders weerstand bij het gebruik van medicatie. Janssen: “Neurofeedback leek een veelbelovend alternatief, maar is dat blijkbaar niet. We vonden wel dat neurofeedback effect heeft op de hersenen, maar dit zagen we helaas niet terug in de hersenfuncties en het gedrag van de kinderen.”

Populair sinds de jaren ‘70
Neurofeedback is ontstaan in de jaren ’70 en wordt sindsdien in toenemende mate vooral commercieel aangeboden voor uiteenlopende stoornissen, zoals ADHD, epilepsie, autisme en dyslexie. Tieme Janssen: “Een mogelijke verklaring voor de populariteit van neurofeedback zijn de beperkingen van bestaande behandelingen, maar misschien ook wel de aantrekkingskracht van een technologisch en wetenschappelijk ogende interventie.”

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE