Europese landen moeten herkomstonderzoek doen naar koloniale objecten en teruggavebeleid vernieuwen

30-11-2016

09.45

Aula

Treasures in trusted hands: on the future of colonial cultural objects

J.M. van Beurden

prof.dr. S. Legêne, prof.mr. W.J. Veraart

Faculteit der Geesteswetenschappen

Letteren

Promotie

In de vijf eeuwen die de Europese koloniale periode bestreek, zijn veel objecten met een culturele en historische waarde verplaatst uit bronlanden naar Europa. Bij een groot deel daarvan gebeurde dat in een situatie van grote machtsongelijkheid. In zijn promotieonderzoek brengt Jos van Beurden dit eenrichtingsverkeer in kaart en beschrijft voorbeelden van onderhandelingen uit het recente verleden, waarbij herkomstlanden probeerden objecten terug te krijgen; meestal met een mager resultaat.

Van Beurden stelt daarom dat de dekolonisatie een nog onopgelost conflict is en dat deze objecten hier een verwaarloosd aspect van zijn. Landen in Europa moeten hun collecties dan ook op orde brengen, meer proactief herkomstonderzoek doen naar verwervingen uit die koloniale periode, zowel in publieke instellingen als particuliere collecties en oprecht het gesprek aangaan met voormalige koloniën. Van Beurden presenteert een model dat kan worden gebruikt voor een nieuw teruggavebeleid. Dit model is deels gebaseerd op de 1998 Washington Conference Principles on Nazi Confiscated Art.

Dekolonisatie nog niet voorbij
Het ‘mediationmodel’ moet worden ingezet op basis van rechtvaardigheid en met het oog op een toekomst voor de koloniale culturele en historische voorwerpen zelf. Van Beurden: “Het aantal objecten dat berust in collecties van voormalige kolonisatoren is zeer groot. De vraag is waar deze schatten het meest in goede handen zijn.” Hij onderzocht onderhandelingen uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, onder andere die tussen Indonesië en Nederland en tussen DR Congo en België. Hieruit blijkt dat teruggaven zelden ruimhartig waren en dat nauwelijks tegemoet werd gekomen aan de wensen van de toen net onafhankelijke staten.

Vergelijking met Nazi-roofkunst
Van Beurden vergelijkt het omgaan met koloniale objecten met de wijze waarop we tegenwoordig omgaan met Nazi-roofkunst. “Er bestaat een groot verschil tussen de manier waarop we aankijken tegen geschillen over koloniale objecten en hoe we omgaan met Nazi-roofkunst”, zegt hij. “Natuurlijk kun je die twee categorieën niet over één kam scheren, maar een belangrijke overeenkomst tussen beide soorten verwervingen is dat zij zijn gebaseerd op ernstig historisch onrecht. Ik heb daarom de 1998 Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art vertaald naar negen principes die omschrijven hoe we moeten omgaan met de objecten die verkregen zijn in de koloniale tijd.”

Teruggave moet bespreekbaar worden
Deze principes zijn een kernelement in Van Beurdens ‘Model for Negotiating the Future of Colonial Cultural Objects’. Onder betwistbare objecten vallen bijvoorbeeld oorlogsbuit, door missie en zending in beslag genomen voorwerpen en voorwerpen, door particuliere personen en instellingen meegenomen in strijd met de toenmalige wetgeving. Dit model kan ook gebruikt worden om meer evenwicht te brengen in de verdeling van oude voorwerpen tussen de uitgebreide collecties in het Westen en de vaak schrale verzamelingen in de herkomstlanden. Van Beurden: “Het model kan helpen om voorwerpen te identificeren die eerder thuis horen in het land van herkomst dan in een museum in een westers land. Bovendien is een garantie ingesteld dat alle belanghebbenden worden gerespecteerd en pijnlijke vragen gesteld én behandeld kunnen worden.” 

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE