Meten fysieke belasting bij voetballers kan blessures voorkomen en teamprestatie verbeteren

23-02-2017

13.45

Aula

External load during football training: the power of acceleration and deceleration

T.G.A. Stevens

prof.dr. G.J.P. Savelsbergh, prof.dr. P.J. Beek, dr. C.J. de Ruiter

Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen

Bewegingswetenschappen

Promotie

Het nauwkeurig in kaart brengen van de fysieke belasting van voetballers bij trainingen en wedstrijden door middel van nieuwe meettechnologieën zoals Local Position Measurement (LPM), kan helpen om blessures te voorkomen. Vooral nieuwe informatie over het afremmen en versnellen van voetballers kan worden gebruikt om de belasting en intensiteit van trainingen nog beter in te schatten. De metingen kunnen ook gunstig zijn voor wisselspelers die vaak weinig sprinten en daardoor mogelijk een hoger blessurerisico hebben als ze opeens veel moeten spelen. Dit blijk uit het promotieonderzoek van Tom Stevens.

Meten van versnellen en afremmen
Het monitoren van de trainings- en wedstrijdbelasting met geautomatiseerde positiemeetsystemen is inmiddels dagelijkse praktijk bij professionele teamsporten zoals voetbal en kan zeer bruikbaar zijn om de belasting van spelers goed te managen. Stevens: “Het doel van mijn onderzoek was om te bepalen of nieuwe elektronische positiemeetsystemen zoals LPM nauwkeurige waarnemingen kunnen registeren van externe belasting zoals versnelling en vertraging. En, tot op welke hoogte deze metingen inzichten kunnen geven in het trainingsproces en de fitheid van professionele voetballers’’. Uit het onderzoek bleek dat het aantal versnellingen en vertragingen inderdaad voldoende nauwkeurig gemeten kon worden, maar bijvoorbeeld piekacceleratie niet. ‘’Dit is belangrijke informatie voor de directe praktijk’’.

Training- en wedstrijdbelasting
Stevens onderzocht onder andere bij het eerste elftal van Ajax de belasting van spelers tijdens de training en vergeleek deze met belasting bij wedstrijden. Hieruit bleek dat het aantal versnellingen op de training vier dagen voor de wedstrijd gelijk was aan dat van de wedstrijd zelf, terwijl de sprintafstand op diezelfde training maar een derde van de wedstrijdbelasting was. Stevens: “Zo kunnen we ook berekenen dat wisselspelers daarom waarschijnlijk voldoende trainen op afremmen en versnellen, maar juist te weinig sprintbelasting krijgen. Als er geen extra arbeid wordt aangeboden in de vorm van extra sprintvormen of oefenwedstrijden, hebben zij mogelijk een hoger risico op een blessure als ze opeens veel wedstrijden achter elkaar moeten spelen. De totale belasting neemt dan opeens te veel toe.”

Dagelijkse praktijk
Naast het promotieonderzoek leverde Stevens ook direct bruikbare informatie aan de dagelijkse praktijk. Stevens: ‘’Zo hebben we in het begin van het project al een beter beeld gekregen van welke oefenvormen belastend zijn en welke niet. Zo zijn afwerkoefeningen soms meer belastend op sprinten dan we voorheen dachten en kleine positiespelen juist meer belastend op versnellingen. Met die informatie kunnen we de belasting goed doseren, dat wil zeggen niet te zwaar en niet te licht trainen, en daarmee hopelijk en waarschijnlijk blessures voorkomen. ”Hoewel ik me in dit proefschrift en bij Ajax vooral op fysieke aspect heb gericht, zijn uiteraard ook de technische, tactische en mentale kwaliteiten van spelers belangrijk. Tenslotte, zoals Johan Cruijff ooit zei: ‘’Als je een speler ziet sprinten is hij te laat vertrokken.’’

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE