Vertaalgeschiedenis van het Nieuwe Testament (Statenvertaling) onthuld

09-01-2018

15.45

Aula

In de studeervertrekken van de Statenvertalers

D.J. de Kooter

prof.dr. A.A. den Hollander, prof.dr. L.J. de Vries

Faculteit der Godgeleerdheid

Theologie

Promotie

De zeventiende-eeuwse vertalers van het Nieuwe Testament, bekend als de Statenvertalers, maakten niet elk voor zich een proefvertaling, zoals eerder werd aangenomen. Slechts één vertaler stelde een proefvertaling op, die zijn collega’s controleerden. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Dirk-Jan de Kooter naar de Statenvertaling. Dit is de eerste officiële Nederlandstalige Bijbelvertaling die veel invloed heeft gehad op het Nederlands.

De vertaler Rolandus werkte tot augustus 1629 aan een eerste vertaling, die zijn collega Walaeus verbeterde. Vervolgens werden in de tweede fase van het vertaalproject kanttekeningen opgesteld door opnieuw Walaeus. De derde vertaler Hommius verbeterde daarna de tekst op taalkundig vlak. De opdracht voor de vertaling werd in 1618 gegeven op de Synode van Dordrecht. De Staten-Generaal werd gevraagd het vertaalproject te bekostigen en de vertaling geldt als de grondslag van het Standaardnederlands in de zeventiende eeuw.

Over de manier waarop deze Bijbel tot stand is gekomen, wordt dan ook al eeuwenlang geschreven, met als kroon een plaats in de canon van Nederland. Dirk-Jan de Kooter: “Er is echter weinig bekend over hoe de Statenvertalers in hun werkkamers in Leiden de tekst opschreven. Dankzij hun conceptversies kan dit nog niet eerder vertelde verhaal uit de doeken gedaan worden.”

Tijdnood
Waarschijnlijk zagen de drie Statenvertalers van het Nieuwe Testament zich door tijdnood genoodzaakt om de hulp van hun oudtestamentische collega’s in te roepen. In de vertaling en kanttekeningen bij Judas en Openbaring zijn namelijk veel woorden sterk verwant aan het taalgebruik bij het Oude Testament van de Statenvertaling. Analyse van het taalgebruik in de Statenvertaling kan dus verrassende inzichten opleveren. Bovendien kan door zulk onderzoek uitgelegd worden wat de Statenvertalers dreef bij hun keuzes. De Kooter: “Waarom kozen zij bijvoorbeeld vaak voor woorden als zeggende en antwoordende? Het antwoord ligt in de vertaalgeschiedenis.”

Geloofsopvattingen
Bij vergelijking met Bijbelvertalingen uit andere geloofsrichtingen komt naar voren dat de Statenvertalers niet alleen in hun kanttekeningen, maar ook in hun vertaling de gereformeerde geloofsopvattingen uitdroegen. De Kooter: “De gereformeerde mensvisie en de calvinistische kijk op het avondmaal, de doop en de uitverkiezing komen immers op allerlei tekstniveaus van de vertaling tot uitdrukking.” Verder weerspiegelt de Statenvertaling het zeventiende-eeuwse tijdsbeeld in onder meer zijn voorstelling van het heelal en de ordening van de natuur. De Statenvertalers gingen er namelijk nog vanuit dat de aarde in het centrum van het heelal stond. Dat kwam tot uitdrukking in hun vertaling en Bijbeluitleg.

Meer informatie over het proefschrift in DARE