Wat maakt een topsporter nu zo goed?

29-03-2018

11.45

Aula

Why muscles matter. Optimizing sprint and endurance performance in athletes

S. van der Zwaard

prof.dr. H.A.M. Daanen, copromotoren dr. R.T. Jaspers, dr. C.J. de Ruiter, dr. J.J. de Koning

Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen

Bewegingswetenschappen

Promotie

Om tot een topprestatie te komen zijn er veel factoren die een rol spelen, zoals tactiek, coördinatie, herstel en de mentale kracht. Echter, de fysieke conditie  en de spiereigenschappen van een topsporter zijn essentieel om tot de optimale prestatie te komen. Deze spiereigenschappen kunnen ook illustreren waarom het zo lastig is om een goede sprint- en duurprestatie met elkaar te combineren. Dunne spiervezels met een hoge zuurstofopname zijn gunstig voor de langdurige duurprestatie, terwijl dikke spiervezels die veel kracht en vermogen kunnen leveren gunstig zijn om snel te kunnen sprinten. Deze tegenstrijdige spiereigenschappen zien we ook bij topsporters, blijkt uit het promotieonderzoek van Stephan van der Zwaard.

Hoe bereiken topsporters hun uitzonderlijke prestatie?
Van der Zwaard: “Een vraag die gemakkelijk is gesteld, maar des te moeilijker om te beantwoorden. Om te begrijpen wat een topsporter een kampioen maakt, hebben we bestudeerd wat de kritische fysiologische determinanten zijn van de fysieke prestatie en hoe deze te trainen zijn.” In zijn proefschrift laat Van der Zwaard dat zien met simpele inspanningstesten die in kaart brengen of een topsporter meer sprinter of duuratleet is, en hoe goed de topsporter in staat is om sprint- en duurprestatie te combineren. Ook zagen de onderzoekers dat de tegenstrijdige spiereigenschappen voor sprint en duur (deels) te omzeilen zijn door het hebben van lange spiervezels en veel haarvaatjes (om de zuurstof bij de spier te krijgen), om zo toch een goede sprint- en duurprestatie te kunnen combineren.

Sterke en zwakke punten
Het fysiologische kenmerken van de topsporter zijn relevant om verschillen in fysieke prestatie te kunnen begrijpen en brengen de sterke en zwakke punten van de topsporter in kaart, wat belangrijk is voor talentontwikkeling, individueel afgestemde trainingsstrategieën en het monitoren van trainingsadaptaties. Daarnaast keek Van der Zwaard naar hoe de spieren van topsporters zich aanpassen aan een hoogtestage gecombineerd met herhaalde sprinttraining. “Spiervezeleigenschappen zijn essentieel voor het leveren van de fysieke prestatie en kunnen illustreren waarom het zo lastig is om een goede sprint- en duurprestatie met elkaar te combineren. En dat is waarom spieren er toe doen!”, aldus Van der Zwaard.

Meer informatie over het proefschrift in DARE