Autobiografieën over depressie van groot belang voor begrip en kennis

27-09-2018

11.45

Aula

Ladders naar het licht

A. van der Meer

prof.dr. B.J. Peperkamp †, prof.dr. J.M. Koppenol, copromotoren prof.dr. D.H. Schram, prof.dr. A.K. Oderwald

Faculteit der Geesteswetenschappen

Kunst, cultuur en geschiedenis

Promotie

Autobiografieën over depressie kunnen een belangrijke rol spelen in het verspreiden van kennis over depressie – vaak volksziekte nummer één in de samenleving genoemd. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan het publiek debat, én bieden ze belangrijke inzichten voor patiëntenorganisaties en het brede publiek. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Anne-Fleur van der Meer.

Verteltechnieken
Bekende voorbeelden van autobiografieën zijn de bestsellers ‘Pil’ van cabaretier Mike Boddé en ‘Kikker gaat fietsen’ van Maarten van Buuren. Met behulp van gedetailleerde tekstanalyses heeft Van der Meer verteltechnieken onderzocht waarmee in deze en andere recente autobiografische boeken over depressie is geschreven. Zij keek dus niet alleen naar wat er over depressie wordt verteld, maar ook hoe dat gebeurt. Van der Meer: “Het belangrijkste inzicht uit mijn onderzoek is dat de boeken ons met bijzondere verteltechnieken leren wat depressie bij hoofdpersonen en hun omgeving teweegbrengt. Belangrijk is bijvoorbeeld de grote behoefte aan kennis en regie over de eigen gezondheid. Wat je in de boeken ziet zijn de verwoede pogingen deze regie terug te krijgen door bijvoorbeeld het zoeken naar medische informatie. Hoofdpersonen zoeken in medische handboeken, raadplegen zelfhulpliteratuur en websites, informatie die ze vervolgens in de autobiografie een plaats geven.

Autobiografie als zelfhulpgids
Van der Meer vond in de autobiografieën veel quotes van psychiaters, citaten uit handboeken, zinnen uit wetenschappelijke artikelen, kopieën van gezondheidswebsites, enzovoort en ook andere onverwachte bronnen. “Je vindt in de autobiografieën trouwens ook veel verwijzingen naar films en grote literaire werken van bijvoorbeeld Dante, Sartre en Couperus.” Met behulp van zogeheten intertekstualiteitsonderzoek heeft Van der Meer deze referenties onderzocht: op welke manier komen deze bronnen in de autobiografieën terecht? Ze ontdekte dat deze bronnen vaak niet letterlijk worden overgenomen, maar aanpassingen en verdraaiingen ondergaan en dat ze door de hoofdpersonen ook worden becommentarieerd. Zo geven de boeken op hun beurt unieke antwoorden aan patiënten, hun naasten en het brede publiek op de vele vragen waarmee depressie in de samenleving omringd is. “De boeken worden eigenlijk zelf een soort zelfhulpgidsen.”

Depressie in Nederland
Volgens het Trimbos Instituut hebben op dit moment zo’n 800.000 Nederlanders een depressie. Een serieus probleem voor de volksgezondheid. Het onderwerp krijgt dan ook enorm veel aandacht. Van depressiequizzen met BN’ers, feestelijke depressiegala’s en overheidscampagnes op radio en televisie, tot gezondheids-apps en zelftests op het internet. Van der Meer: “Er wordt tegenwoordig veel gedaan om onze kennis over depressie te vergroten én om het taboe weg te nemen dat op depressie rust. Patiënten laten zelf ook van zich horen. Ze delen hun ervaringen met het brede publiek. Opvallend vaak via - goed verkopende - autobiografische boeken waarin ze hun ziekte-ervaringen openbaar maken. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan het publieke debat.”

Het proefschrift van Anne-Fleur van der Meer, “Ladders naar het licht”, is vanaf eind september ook verkrijgbaar als boek (Eburon, Delft).

Foto:Ron van den Berg