Parkeervergunningen stimuleren autobezit

Dat blijkt uit onderzoek van economen van de Vrije Universiteit Amsterdam

01-10-2015 | 13:07

Parkeervergunningen in veel Nederlandse steden zijn ‘gesubsidieerde’ parkeerplaatsen: de overheid vraagt immers een stuk minder dan marktconforme prijzen. Ze zorgen niet alleen voor lange wachtlijsten – in Amsterdam tot wel vier jaar – maar maken autobezit ook aantrekkelijker. Dat blijkt uit onderzoek van economen van de VU. Wachtlijsten in het centrum van Amsterdam werden voor het eerst onderzocht en gekoppeld aan gegevens over autobezit.

In Nederlandse steden is parkeerruimte schaars, dus parkeren is duur. Bewoners krijgen vaak een parkeervergunning. In Amsterdam kost die bijvoorbeeld zo’n 100 tot 400 euro per jaar. Bewoners vinden dit veel, maar als ze zelf een plaats in een parkeergarage moesten huren zouden ze fors duurder uit zijn: duizenden euro’s per jaar. Ook afgezet tegen het bedrag dat bezoekers betalen voor parkeren (5 euro per uur in het centrum van Amsterdam) vallen de kosten van een parkeervergunning in het niet.

Economen spreken dan ook van ‘gesubsidieerde’ parkeerplaatsen, omdat de overheid een stuk minder vraagt dan bewoners op de markt zouden moeten betalen. Het gevolg van dit beleid is niet alleen lange wachtlijsten – in Amsterdam soms tot vier jaar – maar heeft ook gevolgen voor autobezit. Jesper de Groote, Jos van Ommeren en Hans Koster van de VU onderzochten wachtlijsten in het centrum van Amsterdam en koppelden die aan gegevens over autobezit.

Jaar op wachtlijst leidt tot daling in autobezit
Uit dit onderzoek blijkt dat parkeersubsidie autobezit aantrekkelijker maakt. Door de subsidie wordt het immers goedkoper om een auto te bezitten. Het effect van de subsidie op autobezit werd gemeten door te kijken naar verschillen in wachtlijsten in verschillende Amsterdamse buurten. “Een jaar op de wachtlijst betekent een daling in autobezit van 2 procentpunt,” vertelt De Groote. “Tijdens het wachten moet je namelijk de marktconforme parkeerkosten betalen en krijg je geen subsidie.”

Vooral rijkere huishoudens strijken parkeersubsidie op
Het ‘verlies’ – marktconforme inkomsten die door de subsidie niet binnenkomen – door het subsidiëren van bewonersvergunningen is jaarlijks zo’n 3,5 miljoen euro. De indirecte parkeersubsidie wordt vooral opgestreken door huishoudens met een inkomen van bijvoorbeeld boven de 100.000 euro. Het subsidiebeleid betekent dus met name een toename in het autobezit van de rijkere Amsterdammer.