Christianne de Poot benoemd tot bijzonder hoogleraar Criminalistiek

Christianne de Poot is per 1 juni benoemd tot bijzonder hoogleraar Criminalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Als bijzonder hoogleraar doet ze onderzoek naar de rol van sporenonderzoek in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering.

24-06-2016 | 12:16

Christianne de PootChristianne is tevens lector Forensisch Onderzoek aan de HvA en Politieacademie. Met de VU, HvA, Politieacademie, TU Delft, UvA en het NFI, werkt ze samen in haar onderzoeksprogramma, waarin ze zich richt op de rol van menselijke factoren bij de waarneming, interpretatie en waardering van fysieke sporen in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering.

Haar onderzoek is verdeeld in twee pijlers. De eerste richt zich op de invloed van snelle mobiele technieken op forensisch onderzoek. “Je kunt tegenwoordig binnen 90 minuten DNA-onderzoek doen op een plaats delict,” vertelt Christianne. “Zorgt de aanwezigheid van mobiele technieken ervoor dat rechercheurs zich voornamelijk richten op sporen die met die technieken kunnen worden geanalyseerd, met het gevaar dat ze geen oog meer hebben voor andere typen sporen?” Om dat te onderzoeken voerde ze experimenteel onderzoek uit. Rechercheurs dienden als proefpersonen bij een in scène gezet plaats delict. Christianne en de promovendi vonden dat rechercheurs niet uitsluitend gericht zijn op sporen die met mobiele technieken kunnen worden onderzocht, maar wel dat ze in het algemeen een sterke focus hebben op het snel laten analyseren van sporen waarvan ze denken dat deze van de verdachte afkomstig zijn. De technieken worden niet ingezet om scenario’s over sporen van slachtoffers of betrokkenen te verifiëren. Daar zou een gevaar in kunnen schuilen.

Een ander onderzoek in deze lijn liet zien dat rechercheurs niet alleen waarde hechten aan sporen die een match opleveren, maar ook oog hebben voor niet direct identificeerbare sporen. “Mogelijk zijn Nederlandse rechercheurs goed getraind op het voorkomen van tunnelvisie.”

“Je kunt meer met vingerafdrukken dan wordt gedacht”
Daarnaast kijkt Christianne binnen het onderzoeksprogramma naar vingerafdrukken. Vingerafdrukken worden nu voornamelijk gebruikt om een verdachte te identificeren aan de hand van de ‘papilairlijnen’, maar je kunt er meer mee doen, vertelt ze. “Je kunt er DNA uit afleiden, en uit de chemische samenstelling van het spoor kun je afleiden of iemand koffie heeft gedronken of drugs heeft gebruikt. Ook kun je zien hoe de handen van de dader hebben gestaan. Dit kan informatie geven over de ‘delictgerelateerdheid’ van het spoor.” Het onderzoek is erop gericht verder te analyseren hoe goed deze informatie te gebruiken is, door de inter- en intrapersoonlijke verschillen te onderzoeken, na te gaan hoe betrouwbaar informatie uit deze sporen kan worden afgeleid, en te onderzoeken hoe hierover in de strafrechtsketen kan worden gecommuniceerd. Ze verwacht dat deze uitgebreidere kennis over vingerafdrukken binnen enkele jaren in het opsporingswerk wordt gebruikt.

Christiannes onderzoek is niet uitsluitend praktisch toepasbaar. “Bewijs dat via nieuwe technieken wordt verzameld roept allerlei fundamentele vragen op die bijvoorbeeld relevant zijn voor strafrechtjuristen.”

Christianne begeleidt zes promovendi die onderzoek doen binnen dit forensische onderzoeksprogramma, en zal ook onderwijs gaan geven in de minor Criminologie en de masterspecialisatie Opsporingscriminologie.

Biografie
Christianne de Poot (Maastricht, 1966) heeft linguïstiek en psychologie gestudeerd in Nijmegen. In 1996 is ze aan de VU gepromoveerd in de sociale psychologie, op onderzoek naar sturende vragen en verhoorsituaties. Daarna heeft ze acht jaar bij het NSCR onderzoek gedaan naar rechercheprocessen en opsporingsmethoden bij ‘middencriminaliteit’. Ook heeft ze zich daar beziggehouden met geografische daderprofilering en situationele misdaadpreventie. Vanaf 2004 werkt Christianne bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Daar heeft ze onder andere onderzoek gedaan naar forensische en bijzondere opsporingsmethoden, en doet ze ook momenteel nog onderzoek naar fenomenen zoals georganiseerde misdaad, terrorisme en cybercrime.

Naast haar werk bij het WODC en haar bijzondere leerstoel aan de VU is Christianne sinds 2010 lector Forensisch Onderzoek aan de HvA en de Politieacademie.