Nieuw boek met frisse blik op het tienerbrein van VU- Universiteitshoogleraar Jelle Jolles

Er gebeurt veel met de hersenen van een tiener. Maar wat maakt het nu dat de ene tiener zich beter en makkelijker ontwikkelt dan de ander? In het nieuwe boek van VU-hoogleraar Jelle Jolles beschrijft hij de vele inzichten die bestaan over de adolescentie. Ook met verdiepende kaders en illustraties laat hij zien ‘wat dat voor de praktijk van opvoeding en onderwijs kan betekenen’.

23-11-2016 | 8:35

Boek JollesTiener als ‘werk in uitvoering’
Jolles beschrijft de tiener als ‘werk in uitvoering’ en dat hangt samen met de hersenrijping: die gaat door tot vér na het twintigste levensjaar. De omgeving (ouders, leeftijdsgenoten, leraren) is sterk bepalend voor die rijping. Mede op grond van dertig jaar praktijkervaring in de klinische neuropsychologie beschrijft Jolles ook direct toepasbare oplossingen die opvoeders en leraren handvaten biedt om hun tiener makkelijker te begeleiden en stimuleren. In zijn boek komt de ontplooiing thuis en op school aan de orde, evenals verschillen tussen jongens en meisjes, slaap, sport, muziek en meer. 

Zelfinzicht en zelfregulatie bij tieners
Ook voor de adolescent zelf is het boek nuttig en geeft antwoorden op vragen als ‘Hoe leer ik nu sneller en makkelijker?’ Jolles: “Veel tieners weten niet wat ze leren en waarom en stellen vragen als ‘Waar heb ik dit voor nodig?’ en ‘Waar gaat dit om?’ Pas in de hogere klassen worden veel leerlingen gemotiveerder, vooral als ze wat abstracter kunnen denken en beter overzien wat de consequenties van hun gedrag zijn voor de toekomt.” Dat komt volgens Jolles door het feit dat een aantal neuropsychologische functies nog niet is uitgerijpt. Zelfinzicht en zelfregulatie zijn hersenfuncties. Daardoor is de tiener die we proberen wat te leren, meestal nauwelijks geïnteresseerd in wat hem of haar wordt aangeboden. De basisvaardigheden voor kiezen en beslissen zijn nog in ontwikkeling en de adolescent weet niet waartoe dit leren leidt. Jolles: “Maar zelfs in het hoger onderwijs zien we dat veel studenten er vooral op gericht zijn om anderen te ontmoeten en leuke en spannende interacties aan te gaan. De tiener en de jong-twintiger is geprogrammeerd voor sociaal leren, staat open voor vrienden, vriendinnen en voor de laatste mode of telefoon. Maar minder voor school.”

Leraren en ouders moeten het tienerbrein actief stimuleren
Het tienerbrein is werk in uitvoering, maar ouders en de omgeving moeten niet wachten met het stimuleren van de adolescent. Jolles: “Leraren en ouders moeten de ontwikkeling van de neuropsychologische functies en de hersenrijping juist actief stimuleren en niet passief afwachten. Belangrijke gebieden in de hersenen, waaronder de prefrontale schors en vele hersennetwerken gaan juist uitgroeien omdat de omgeving een beroep daarop doet.” Het is de vraag of tieners al vroeg in de adolescentie zelfstandig keuzes kunnen maken als het gaat om de inhoud van het onderwijs dat ze willen volgen en de aanpak die ze kiezen. Hoe komen ze aan de ervaring om zowel de korte-, de midden- én de lange termijn consequenties van hun keuzes te overzien? Die ervaringen ontwikkelen zich en de leraar en de opvoeder zijn daarvoor nodig.

Jelle JollesJelle Jolles is klinisch neuropsycholoog en Universiteitshoogleraar, hersenwetenschapper en specialist op het gebied van het cognitief functioneren van kinderen, tieners, volwassenen en ouderen. Hij is directeur van het Centrum Brein & Leren.

Rianne Lindhout schreef voor VU Magazine een beknopte handleiding voor tieners.

Het tienerbrein is uitgebracht bij Amsterdam University Press.