Jaap Winter ziet af van tweede termijn als voorzitter College van Bestuur van de VU

Jaap Winter stelt zich niet beschikbaar voor een tweede termijn als voorzitter van het College van Bestuur van de Vrije Universiteit. Zijn eerste termijn loopt af op 1 december 2017. Jaap Winter werd als voorzitter van het College van Bestuur benoemd per 1 december 2013. Daarvoor was hij advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek. Hij is hoogleraar internationaal ondernemingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en heeft een aanstelling aanvaard als Visiting Professor of Corporate Governance bij de business school Insead in Fontainebleau in Frankrijk.

22-05-2017 | 9:28

Het was een moeilijke afweging voor Jaap Winter. Hij is met overtuiging vier jaar voorzitter geweest en heeft met volle inzet gewerkt aan de versterking van de VU. In deze periode is hij is zeer gehecht geraakt aan de universiteit. De Vrije Universiteit is een unieke universiteit in Nederland met een eigen verhaal waarin hoge kwaliteit van onderwijs en onderzoek gepaard gaat met brede toegankelijkheid voor iedereen, vorming die verder gaat dan kennis en vaardigheid, een sterke gerichtheid op de samenleving en het creëren van een inclusieve gemeenschap waarin diversiteit als kracht wordt gevierd.

Het is een persoonlijke afweging geweest van Jaap Winter. Hij wil zich na vier intensieve jaren weer volledig gaan wijden aan zijn wetenschappelijke werk en advieswerk op het brede corporate governance terrein in Nederland en daarbuiten. Naast de intensieve baan als voorzitter van het College van Bestuur is daarvoor onvoldoende ruimte.

De Raad van Toezicht heeft respect voor de afweging van Jaap Winter, maar betreurt zijn vertrek zeer. De Raad van Toezicht geeft bij monde van voorzitter Wim Kuijken aan dat de afgelopen vier jaar in groot vertrouwen met het CvB is samengewerkt en de universiteit er nu beter voor staat. Onder voorzitterschap van Jaap Winter is de VU in rustiger vaarwater gekomen en is de positie van de universiteit nationaal en internationaal versterkt.

De Raad zal op zoek gaan naar een opvolger die vanaf 1 december aanstaande, samen met de collega’s in het CvB, de koers die is ingezet voort zal kunnen zetten.