Integratie op werkvloer succesvoller dan gedacht

In de media en in de maatschappelijke conversatie wordt de integratie van de tweede generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders omschreven als ‘mislukt’. Uit het promotieonderzoek van Ismintha Waldring blijkt dat dit op de werkvloer een stuk genuanceerder ligt. De tweede generatie professionals proberen juist hun overeenkomsten met de Nederlandse collega’s te benadrukken en hun verschillen op de achtergrond te houden om te worden geaccepteerd op de werkvloer.

16-05-2018 | 9:15

Tweede-generatie Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse professionals ondervinden op verschillende manieren de subtiele uitsluitingsmechanismen van sociale grenzen binnen de organisaties waarin ze werken. Deze sociale grenzen zijn een afspiegeling van de maatschappelijke opvattingen rondom Nederlanders met een migratieachtergrond.

Een strategie kiezen
De maatschappelijke opvattingen rond immigratie leiden tot een oproep voor deze groep om zich volledig aan te passen aan de Nederlandse cultuur, waarbij zij een keuze moeten maken in etnische identiteiten. Deze oproep wordt op de werkvloer versterkt door de sociale en culturele grenzen die worden aangegeven binnen de organisatie. Waldring gaat in op deze ‘bright boundaries’ die de werkvloer kan vertonen. Dit zijn gecreëerde onzichtbare grenzen waarbij er scherp onderscheid gemaakt wordt tussen individuen die binnen de deze grenzen vallen en degenen die dat niet doen. Waldring onderzocht hoe de tweede generatie Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse professionals met deze subtiele uitsluitingsmechanismen omgaan.

Overeenkomsten benadrukken
“Kijk, discriminatie zal altijd bestaan. Het is een tweede natuur voor mensen, dus ja, het bestaat, maar ik hoef er niet in mee te gaan. Ik hoef er geen slachtoffer van te worden.” Waldrings onderzoek wijst uit dat deze groep niet haar eigen culturele en sociale karakteristieken wil achterlaten om deel te worden van deze nieuwe sociale groep maar wel bewust met deze grenzen omgaat, dit noemt zij ‘boundary sensitivity’. Hierbij benadrukken zij de gelijkenissen in hun professionele identificatie en houden hun etnische en religieuze verschillen meer privé. De verschillen willen zij niet per se achterhouden en ze zijn er open over wanneer er naar gevraagd wordt, maar ze benadrukken liever de manieren waarop zij overeenkomen met de mensen op de werkvloer.

Uit Waldrings onderzoek blijkt dus dat de manier waarop professionals van de tweede generatie deze gelijkenissen en verschillen gebruiken bij het tegenkomen van ‘bright boundaries’ op de werkvloer, zowel kan leiden tot het voortzetten van deze sociale grenzen als het doorbreken hiervan.

Waldring promoveert 18 mei aan de VU