Verschillen in schoolprestaties jongeren hangen samen met sekse en opleidingsniveau ouders

Aan het eind van de basisschool zijn er grote verschillen tussen jonge adolescenten in hun schoolprestaties. Jongens doen het minder goed op school dan meisjes, en kinderen met lager opgeleide ouders presteren minder goed dan kinderen met hoger opgeleide ouders. In de vroege en midden adolescentie zijn meisjes vaardiger in zelfregulatie dan jongens. Daarnaast speelt het opleidingsniveau van de ouder een belangrijke rol, omdat het thuismilieu bij hoger opgeleide ouders het kind stimuleert om een goede zelfregulatie te ontwikkelen. Met zelfregulatie worden vaardigheden bedoeld zoals het plannen van schoolwerk en concentreren in de klas. Ook gaat het om het kunnen weerstaan van (risicovolle) verleidingen en het onderdrukken van impulsief gedrag. Zowel sekse als het opleidingsniveau van ouders zijn dus van invloed op de ontwikkeling van een goede zelfregulatie. En die is essentieel voor hoge schoolprestaties en kan bijvoorbeeld het risico op antisociaal gedrag verlagen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Marleen van Tetering.

05-06-2018 | 15:49

Aanpakken kansenongelijkheid in onderwijs
De resultaten zijn belangrijk voor het aanpakken van de kansenongelijkheid in het onderwijs. Van Tetering: “Ons onderzoek toont aan dat het belangrijk is om in te zetten op de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van zelfregulatie.” Het onderzoek biedt handvatten voor het omgaan met verschillen in de schoolprestaties tussen jongens en meisjes. Ook geeft het steun voor de gerichte stimulering van kinderen met lager opgeleide ouders. Van Tetering: “Jongens en kinderen van lager opgeleide ouders hebben bijvoorbeeld extra aandacht nodig in de vroege en midden adolescentie. Zij lopen juist dan het risico op slechte schoolprestaties en gedragsproblemen, doordat ze achterlopen in zelfregulatie-vaardigheden.” Ouders en leraren spelen een belangrijke rol in het bevorderen van deze ontwikkeling.

Drie grote onderzoeken
Van Tetering en haar onderzoeksteam voerden drie zeer grote studies uit. Twee daarvan richtten zich op jonge adolescenten die op school werden onderzocht. Er deden respectievelijk 300 en meer dan 1000 kinderen en adolescenten van 7 tot 12 jaar mee. Van Tetering onderzocht individuele verschillen in vaardigheden op het gebied van zelfregulatie. Een belangrijk onderdeel van deze twee studies is dat ouders en leraren de zelfregulatie van de jonge adolescenten beoordeelden. Het bleek dat het oordeel van leraren op enkele belangrijke punten verschilt van dat van ouders. Als maat voor de leerprestaties van de jonge adolescenten werden de Citoscores gebruikt. Aan een derde studie deden ruim 3000 jongeren van 10 tot 19 jaar mee. In deze studie beoordeelden de adolescenten hun zelfregulatie zelf. Jongens bleken meer moeite te hebben om hun aandacht bij situaties te houden en om hun impulsen te onderdrukken dan meisjes tijdens de midden-adolescentie (13-15 jaar). Bovendien bleek dat (een minder goede) zelfregulatie verband houdt met (een verhoogd risico op deelname aan) antisociaal gedrag. De promoter van Marleen van Tetering is VU-hoogleraar Jelle Jolles waarmee zij ook aan onderwijs innovatie projecten werkt.

Marleen van Tetering promoveert vrijdag 8 juni aan de VU