Conferentie ‘Funding Universities’ koppelt wetenschappelijke inzichten aan bekostigingsvraagstukken

Vrijdag 5 oktober organiseerden de Vrije Universiteit (VU) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) de conferentie ‘Funding Universities’.

09-10-2018 | 12:23

Meer dan 100 politici, wetenschappers, bestuurders en beleidsmakers gingen in Amsterdam in gesprek over de vraag hoe de bekostiging van het hoger onderwijs beter aan kan sluiten bij de maatschappelijke doelen. Vier vooraanstaande wetenschappers deelden hierover theoretische kennis.

Welk bekostigingsmodel?
Pieter Duisenberg, voorzitter van de VSNU, gaf het startsein van de conferentie: “De bekostiging groeit niet mee met het aantal studenten. Hierdoor is het voor Nederlandse universiteiten dan ook steeds moeilijker om de kwaliteit te leveren die de samenleving vraagt. Bovendien verandert de context waarin we opereren snel vanwege ontwikkelingen als internationalisering en digitalisering. Welk bekostigingsmodel past daarbij?” Mirjam van Praag, collegevoorzitter van de VU, riep op om buiten de bestaande kaders denken. Volgens haar is extra geld alleen niet genoeg om de problemen op te lossen. Zij riep de aanwezigen op om na te denken over een bekostigingsmodel dat de maatschappelijke doelen ondersteunt en gebruik maakt van de wetenschappelijke inzichten die de gasten zullen inbrengen. 

Internationaal perspectief
Nicholas Barr, professor Public Economics van de London School of Economics, gaf in zijn keynote een internationaal perspectief op de discussie. Hij was betrokken bij de hervorming van het Engelse bekostigingssysteem in 2006. De regering stond toen universiteiten toe hun collegegelden te verhogen tot maximaal 3000 pond en introduceerde tegelijk inkomensafhankelijke studieleningen. Daarnaast investeerde de overheid eerder in de onderwijsketen om ongelijkheid tegen te gaan. Als een gevolg steeg het aantal studenten uit achterstandsgroepen met 53%. Voor de toekomst zegt Barr: “Als toegankelijkheid en kansengelijkheid belangrijk zijn, moet je de impact van verschillende beleidsmaatregelen - zoals een leenstelsel en de hoogte van het collegegeld – in samenhang met elkaar bezien.

Verschillende facetten
Bas Jacobs (EUR), Bas van der Klaauw (VU) en Marijk van der Wende (UU) boden vervolgens een ander perspectief op verschillende facetten van het vraagstuk van bekostiging in het licht van internationalisering en een stijgende deelname aan het hoger onderwijs. Jacobs gaf meer inzicht in de lessen die economische modellen ons kunnen bieden als we nadenken over een effectieve en doelmatige financiering van onderwijs, Van der Klaauw in de sociaaleconomische ontwikkelingen die samenhangen met de enorme stijging in het aandeel hoger opgeleiden en Van der Wende gaf een internationaal perspectief en ging in op de impact van een open stelsel op de bekostiging. Ze waren het erover eens dat niet een model of resultaten, maar principes en doelen centraal moeten staan bij het vormgeven van beleid. Daarbij gaven zij ook aan dat de kern van intellectuele training in het wetenschappelijk onderwijs altijd hetzelfde zal zijn. Daarom moet men heel voorzichtig zijn met het koppelen van financiering aan die maatschappelijke opbrengst. Koppelen aan reële kosten van opleidingen moet wel kunnen volgens Jacobs.

Onderwijs trillema
Van der Wende gaf een interessante nieuwe kijk op het ‘onderwijs trilemma’: toegankelijkheid, efficiëntie en kwaliteit. Zij gaf aan dat het geen trilemma hoeft te zijn, differentiatie hoeft bijvoorbeeld niet per definitie de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te beperken, terwijl het wel een positief effect kan hebben op de kwaliteit. Ook benadrukte zij het belang van een ‘open systeem’: Nederland profiteert in grote mate van internationale uitwisseling tussen studenten en wetenschappers.
Tenslotte werd een oproep gedaan door het panel aan politici en regering: onderwijs heeft beleid nodig dat verder kijkt dan een regeringsperiode: een langetermijnvisie.

Bron: VSNU
Fotograaf: YvonneCompier