Negatieve impact van COVID-19 afgenomen, maar nog steeds veel onzekerheid over inkomen

In april bleek dat een groot deel van de Nederlandse bevolking angstig en onzeker was als gevolg van de coronacrisis. Nieuw onderzoek laat zien hoe dit is veranderd: gevoelens van angst en onzekerheid zijn afgenomen, maar vooral kwetsbare groepen zijn nog steeds bang zijn hun baan of inkomen te verliezen.

02-09-2020 | 10:39

emptyHet vertrouwen in landelijke en lokale overheid is nog steeds hoog, maar is wel iets afgenomen ten opzichte van april. De overlast van buren en mensen op straat is sinds april iets toegenomen. Deze bevindingen worden beschreven in het onderzoek De heropening van de samenleving dat is uitgevoerd door de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met VU-politicoloog André Krouwel en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. 

Nog steeds onzekerheid over werk en inkomen
De angst voor baan- en inkomensverlies is vergeleken met april afgenomen. Ondernemers zijn minder onzeker geworden over het voortbestaan van hun bedrijf. De respondenten met de meest kwetsbare positie op de arbeidsmarkt (tijdelijk contract, laagbetaald, slechte gezondheid), voelen zich het vaakst onzeker over het behoud van hun baan. Respondenten die al inkomen verloren hebben als gevolg van de coronacrisis, zijn vaak ruim de helft van hun inkomen kwijt. “Somberheid over de toekomst zien we vooral bij zzp’ers. Hoewel zij sinds de versoepeling van de maatregelen vaak weer meer werk hebben, vrezen velen dat hun inkomen niet meer op het oude niveau komt.” aldus Krouwel.

Minder zorgmijding
In april vermeed bijna 40 procent van de Nederlanders een bezoek aan de huisarts. Deze zorgmijding is in juli gedaald naar minder dan 20 procent. De mensen die zorg nog steeds mijden vanwege de angst voor besmetting behoren vaker tot kwetsbare groepen: mensen met een lagere opleiding, een lager inkomen en een slechtere gezondheid.

Mentaal welbevinden verbeterd
In april zag driekwart van de Nederlanders COVID-19 als bedreigend voor Nederland, dit is in juli gedaald naar de helft van de bevolking. De verminderde ingeschatte dreiging is ook terug te zien in het gedrag van mensen. Zo wordt de 1,5-meterregel minder streng nageleefd dan in april. Toch zegt nog steeds een overgrote meerderheid zich hieraan te houden. Gevoelens van angst, stress en onzekerheid als gevolg van de pandemie zijn over het algemeen afgenomen. Sommige groepen, vooral jonge stedelingen, ervaren nog wel relatief vaak negatieve gevoelens. 

Meer overlast in buurten
De overlast van buren en mensen op straat is sinds april iets toegenomen. Dit is vooral zichtbaar in de grote steden. Nog steeds tonen mensen een grote bereidheid hun buren te helpen als deze hulp nodig hebben als gevolg van de corona-uitbraak.

Grote vertrouwen in overheid iets afgenomen
In april hadden Nederlanders een groot vertrouwen in overheidsinstanties. Dat zorgde voor een groot draagvlak voor de coronamaatregelen. Het nieuwe onderzoek toont aan dat dit vertrouwen nog steeds hoog is, maar wel is afgenomen. Had in april nog rond twee derde van de respondenten vertrouwen in de landelijke of lokale overheid, in juli is dit afgenomen tot ruim de helft. Ook het vertrouwen in het RIVM en de GGD’s is sinds april iets gedaald, maar nog altijd heeft rond twee derde van de respondenten (veel) vertrouwen in deze instanties.

Verschillen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag
De onderzoekers keken voor het eerst ook naar de onderlinge verschillen tussen de inwoners van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Vanwege de sterke aanwezigheid van kwetsbare economische sectoren (toerisme, horeca) was de verwachting dat de sociaaleconomische gevolgen van de coronacrisis in Amsterdam het sterkst zouden zijn. Dit blijkt niet altijd het geval. Zo ligt het aandeel personen dat werk of inkomen heeft verloren in Rotterdam hoger dan in Amsterdam en Den Haag. In Rotterdam en Den Haag vrezen vooral mensen met de laagste inkomens voor baanverlies, in Amsterdam eerder degenen met een hoger inkomen (tussen modaal en tweemaal modaal). Ook vrezen Amsterdamse ondernemers, net als hun collega’s in Rotterdam, relatief vaak voor faillissement van hun bedrijf.

Respondenten in de drie onderzochte steden melden vaker dan landelijk gemiddeld dat overlast van buren en op straat sinds de coronacrisis is toegenomen. Vooral in Den Haag zijn er verschillen in de ervaren overlast tussen kwetsbare wijken (Centrum, Laak en Escamp) en andere wijken van de stad. In Amsterdam en Rotterdam zijn de verschillen tussen soorten wijken minder groot.

De situatie rondom COVID-19 is continu aan verandering onderhevig. In het najaar zal daarom opnieuw een meting verricht worden, alsook verdiepend kwalitatief onderzoek. Dit vervolgonderzoek wordt gefinancierd door ZonMw.