Hoe je met overmoed de verkiezingen wint

De Verenigde Staten hebben inmiddels meer dan acht miljoen gevallen van covid19, maar president Trump zegt er nog steeds vertrouwen in te hebben dat het land erbovenop komt.

16-10-2020 | 11:53

Dat hij het virus onlangs aan den lijve ondervond, lijkt zijn optimistische kijk erop alleen maar versterkt te hebben: hij spot met pandemieprotocollen en verscheen direct na zijn ontslag uit het ziekenhuis alweer bij openbare evenementen en massabijeenkomsten. Het optimisme van Trump vormt een scherp contrast met de aanbevelingen van wetenschappers en zorgprofessionals, die erop aandringen dat openbare bijeenkomsten en sociaal contact zo veel mogelijk worden beperkt.

Het onbeschaamde zelfvertrouwen van Trump ten aanzien van deze wereldwijde pandemie is echter geen verrassing. Zelfs vóór de verkiezingen van 2016 die hem aan de macht brachten, had hij al laten zien een egoïst te zijn met overmatig zelfvertrouwen en weinig respect voor de waarheid en het welzijn van anderen. Waarom schrok de overmoed van Trump de kiezers in 2016 niet af? En waarom lijkt die hem nog steeds steun op te leveren in de aanloop naar de komende verkiezingen?

Nieuw onderzoek van Richard Ronay, Janneke Oostrom, Nale Lehmann-Willenbrock, Samuel Mayoral, and Hannes Rusch wijst uit dat overmoed presidentskandidaten daadwerkelijk een voorsprong geeft in de verkiezingen. Dat heeft te maken met het feit dat de meeste mensen moeilijk onderscheid kunnen maken tussen zelfvertrouwen en overmoed. Het blijkt dat zelfvertrouwen (een teken van competentie) en overmoed (een teken van overschatting van de eigen competentie) tot hetzelfde soort gedrag leiden (bijvoorbeeld uitgesproken meningen en een zelfverzekerde uitstraling). Het is natuurlijk erg lastig om uit al dan niet overmatig zelfvertrouwen af te leiden hoe competent iemand werkelijk is. En als gevolg hiervan vertrouwen mensen op kandidaten die hun gouden bergen beloven.

Een voorbeeld: in een onderzoek van een toetsingsbureau peilden de onderzoekers de daadwerkelijke overmoed van kandidaten voor een leidinggevende functie en de perceptie die de adviseurs hadden van de mate van overmoed van de kandidaten. Als de adviseurs van mening waren dat de kandidaat overmoedig was, werd die kandidaat niet aanbevolen voor de functie. De door de adviseurs waargenomen overmoed bleek echter nauwelijks overeen te komen met de daadwerkelijke mate van overmoed van de kandidaten. En zoals verwacht, voorspelden de daadwerkelijke overmoedscores van de kandidaten of ze werden geselecteerd voor een leidinggevende functie.

De onderzoekers bestudeerden ook de effecten van overmoed op de presidentsverkiezingen van 2016. Ze vroegen honderden Amerikaanse kiezers aan te geven hoe waarschijnlijk het was dat ze op elk van de kandidaten zouden stemmen (Clinton, Sanders, Trump en Cruz). Daarnaast moesten ze het zelfvertrouwen en de competentie van de kandidaten beoordelen. Uit de resultaten bleek dat de kiezers werden beïnvloed door het zelfvertrouwen van de kandidaten, ongeacht hoe competent de kandidaten leken te zijn. Op basis van een computersimulatie die de gevolgen van deze kiezersvoorkeuren op de langere termijn zichtbaar maakte, zagen de onderzoekers dat de overmoed van gekozen presidenten waarschijnlijk omhoog zal schieten, terwijl hun competentie in de loop van de tijd zal blijven afnemen.

Dit is misschien een goed moment voor organisaties en landen om na te denken over wat voor leiders ze echt willen. Hoe verleidelijk overmoed ook is, het is misschien voor iedereen beter als we ook de voordelen van bescheidenheid inzien.

Lees hier het volledige artikel “Playing the trump card: Why we select overconfident leaders and why it matters

Auteur
Janneke Oostrom is universitair hoofddocent HRM en Organizational Behavior bij de vakgroep Management en Organisatie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Janneke Oostrom VU Amsterdam