10 vragen aan Vrije Schrijver P.F. Thomése

Door: Irene de Waal

P.F. (Frans) Thomése is in het collegejaar 2013/14 de Vrije Schrijver aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij opereert vanuit de faculteit der Letteren maar is actief voor de gehele universiteit. In de hoedanigheid van Vrije Schrijver heeft hij een keur aan activiteiten. Zo levert hij een bijdrage aan colleges en workshops en is hij de drijvende kracht zijn achter het common reading-project. In dit project lezen zo veel mogelijk medewerkers en studenten gezamenlijk één boek, 'Grillroom Jeruzalem'.
Vanuit zijn Vrije Schrijversrol beschouwt P.F. Thomése de VU en haar studenten.

Komt u nog aan schrijven toe met alle werkzaamheden op de VU?

Dat is het onvrije aan de Vrije Schrijver: mijn roman De onderwaterzwemmer is vertraagd. Dit najaar wil ik het manuscript voltooien. Het gaat over een jongen en zijn vader in de Tweede Wereldoorlog. Ze steken de rivier over naar bevrijd gebied, maar de zoon bereikt alleen de overkant. Een dag en een nacht wacht hij op zijn vader. De rest moet men te zijner tijd maar lezen.

Hoe bevalt het Vrije Schrijverschap?

In het begin had ik moeite met de vage positie die je inneemt tussen alle instanties. Het is een overall functie, ik ben niet alleen in dienst van de Faculteit Letteren. Aan die gebondenheid moest ik wennen, omdat ik normaal gesproken alleen werk. De organisatie is stroperig. In het begin irriteerde dat. Toen ik het programma had samengesteld, heb ik mijn plek gevonden.

Wat vindt u een hoogtepunt van het afgelopen jaar?

Het Common Reading-project van mijn boek Grillroom Jeruzalem. Ik vind het verrijkend om op zo´n directe manier met studenten te praten. De reacties en vragen van VU-studenten zijn heel anders dan in een bibliotheek in Delden.

Wat typeert de VU, volgens u?

De VU is een eiland op zich, mede door de campus. Ik ervaar het niet als Amsterdams. Tegelijkertijd maakt het een mondiale indruk door alle nationaliteiten, die hier rondlopen.

Wat is u opgevallen?

Het College van Bestuur doet zijn best om iedereen samen te binden, terwijl hoogleraren en faculteiten juist hun laatste restjes soevereiniteit proberen te redden. Die continue bestuurlijke bedreiging geeft een raar soort spanning.

Op 26 maart is de volgende editie van Verdieping op de Zuidas met geëngageerde schrijvers. Waarom heeft u Tom Lanoye uitgenodigd?

Vanwege zijn opvatting over het schrijverschap. Tom Lanoye geeft daar als romancier, dichter, columnist en theaterauteur op een flamboyante manier invulling aan. Alles wat hij doet is bedoeld om een effect te bereiken. Als een stand-up comedian confronteert hij zijn publiek. Zelf maak ik juist contact via de omweg van het geschreven woord. Een voorwaarde dat ik iets durf te zeggen is dat ik alleen ben.

Wat bewondert u in geëngageerde auteurs als Tom Lanoye, A.H.J. Dautzenberg en Désanne van Brederode?

Alle drie de auteurs hebben iets waarover ik zou willen beschikken: een volkomen overgave jegens hun publiek. A.H.J. Dautzenberg opereert vanuit een zuiver rechtvaardigheidsgevoel. Als een Robin Hood stelt hij onrecht aan de kaak.
Désanne van Brederode heeft een overtuiging. Zij gelooft in God en de daarmee samenhangende goede afloop. Zij buigt zich nu volledig over de situatie in Syrië. Ik heb niet het gevoel dat mijn optreden ook maar iets verandert op zo’n plek. Ik geloof alleen in literatuur. Niet iedereen kan Syrië op zijn schouders nemen. Er moet ook iemand aan de kant blijven staan en de situatie beschouwen. Diegene ben ik.

Met VU-studenten heeft u de werkplek bezocht van collega-auteurs, zoals Jan Siebelink en Connie Palmen. Wiens werkplek zou u zelf willen bezoeken?

In mijn studententijd had ik de werkkamer van W.F. Hermans willen zien. Nu heb ik dat soort verwondering niet meer.

Op 24 april houdt u de Abraham Kuyper Lezing. Dan presenteert u een essay, 'De werkelijkheidsverbeteraar'. Waar gaat dat essay over?

In het huidige maatschappelijke debat erger ik me aan moralisme. Er wordt geen discussie gevoerd of de opponent moet veroordeeld worden. En op het rechte pad worden gebracht. Dat is benauwend. De esthetische, zintuiglijke benadering verruimt de werkelijkheid juist, maakt meer betekenissen en verbanden mogelijk. Voor sommige mensen, zoals ik, is literatuur een levensvoorwaarde. Zo begreep niemand Primo Levi toen hij over zijn concentratiekampervaringen vertelde. Pas nadat hij zijn verhaal had opgeschreven, kwam er begrip. Daar moeten we niet te makkelijk afstand van doen.

Last but not least. Wat is uw favoriete snack in de mensa?

Kroketten met wit brood. Als ze net iets te lang onder het rechaud hebben gelegen. Dan is de korst een beetje hard en taai.