Hoogleraren met Onderwijsprofiel

De verbondenheid tussen onderwijs en onderzoek kenmerkt de academie. De VU verbindt onderzoek en onderwijs behalve in het curriculum ook nadrukkelijk in de academische loopbaan. Iedere wetenschapper, ook een wetenschapper waarbij de loopbaan een sterkere focus heeft op onderwijs, moet een basis hebben in onderzoek en deze basis moet gedurende de loopbaan worden onderhouden. Daarnaast is het niet mogelijk om academisch carrière te maken zonder aantoonbare ervaring en proeve van bekwaamheid in het onderwijs.

In het loopbaanbeleid voor wetenschappelijke medewerkers worden de prestaties op zowel het gebied van onderwijs als op het gebied van onderzoek meegewogen. De VU biedt wetenschappers die zich bijzonder inzetten voor het onderwijs de mogelijkheid om carrière te maken tot op het niveau van hoogleraar. Er moet dan sprake zijn van prominentie en/of een excellente prestatie op het gebied van onderwijs binnen het profiel van een hoogleraar. Hiermee waardeert de VU sleutelposities op het gebied van onderwijs tot op het hoogste academische niveau binnen de organisatie. De VU heeft als doelstelling om in de periode 2013-2016 tien hoogleraren te benoemen met een prominent accent op onderwijs in hun academische loopbaan. De eerste drie hoogleraren zijn in 2014 benoemd: Joke van Saane, Dirkjan Veeger en Lieven Decock.

Daarnaast stimuleert de VU de doorgroei en verbreding van de wetenschappelijke loopbanen richting onderwijs. Voor de periode 2013 t/m 2016 is faculteiten een financiële tegemoetkoming beschikbaar gesteld voor de onderwijsvrijstelling van docenten. Door de inzet van tijdelijke onderwijsvrijstellingen kan onder andere de carrièrestap van Universitair Hoofddocent (UHD) naar hoogleraar met onderwijsprofiel gestimuleerd worden. Tijdens de vrijstelling verminderen de reguliere taken van een (aankomend) UHD en richt men zich op zaken als onderwijsverbetering, onderwijsvernieuwing, kwaliteitsborging en academisch leiderschap.

Joke van Saane

Joke van Saane VUJoke van Saane (1968) is per 1 september 2014 hoogleraar Onderwijs Theologie en Religiestudies aan de Faculteit der Godgeleerdheid. Zij studeerde Psychologie en Onderwijskunde en promoveerde op het terrein van de godsdienstpsychologie met een onderzoek naar de rol van emoties in de religieuze ervaring. Sinds 2001 is zij aan de faculteit verbonden als universitair (hoofd)docent. Zij publiceerde onder andere over gebedsgenezingen, calvinisme, fundamentalisme en leiderschap. Joke van Saane heeft veel onderwijservaring, zowel binnen de bachelor- als de masteropleidingen. Bovendien was zij lid van tal van commissies over de ontwikkeling van het onderwijs, voorzitter van de facultaire opleidingscommissie en opleidingsdirecteur van de joint bachelor theologie.

Haar leerstoel heeft drie speerpunten: interdisciplinariteit van religie en theologie, de combinatie van betrokken binnenperspectief en afstandelijk buitenperspectief, en de implementatie in de onderwijscontext.

Dirkjan Veeger

Dirkjan Veeger VUDirkjan Veeger (1958) is sinds 1 mei 2014 hoogleraar Biomechanica en Sport Engineering aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen.  Hij studeerde Lichamelijke Opvoeding (de voorloper van Bewegingswetenschappen) aan de VU en behaalde zijn MSc in Ergonomics aan de University College London. In 1992 promoveerde hij aan de VU op het proefschrift “Biomechanics of Wheelchair Propulsion”. Sinds 2000 is Veeger ook deeltijds werkzaam bij de afdeling Biomechatronica en Biorobotica, waar hij sinds 2010 aangesteld is als hoogleraar op het gebied van de spierskeletmechanica.

Veeger: “Ik vind het een enorm leuke uitdaging om de link tussen bewegingswetenschappen en engineering verder te versterken en met name in het onderwijs vorm te gaan geven. Deze aanstelling maakt zichtbaar welke waarde de faculteit binnen het onderwijs hecht aan een sterke band met de meer technische disciplines”.

“Veel sportprestaties zijn niet alleen afhankelijk van de maximale fysieke en mentale capaciteiten van de atleet, maar ook van zijn of haar materiaal en de wijze waarop daarmee omgegaan wordt. De eigenschappen van het materiaal (bijv. een sportrolstoel, schaats of honkbal) hebben invloed op de techniek van de sporter, op de hoogte van de prestatie, maar ook op het risico van het optreden van blessures. Ik hoop met deze leeropdracht de interactie tussen sporter en materiaaleigenschappen te kunnen modelleren en uiteindelijk richtlijnen voor ontwerp en gebruik op te kunnen stellen. Daarnaast is het de bedoeling om met de TU Delft een cursus op te zetten waarin bewegingswetenschappers en ingenieurs zich gezamenlijk bezig houden met het optimaliseren van de sporter - materiaal interactie”.

Lieven Decock

Lieven Decock VULieven Decock (1970) is sinds 1 oktober 2014 hoogleraar Logica en Filosofie van de Cognitiewetenschappen aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Hij studeerde Wijsbegeerte en Natuurkunde aan de KULeuven, en promoveerde er in 1999 op een proefschrift “Trading Ontology for Ideology. The Interplay of Logic, Set Theory, and Semantics in Quine’s Philosophy”. Hij publiceerde ruim over meerdere filosofische thema’s in de cognitiewetenschappen, zoals kleurervaring, wiskundige kennis, en conceptvorming. Zijn methodologie kenmerkt zich door een integratie van filosofische conceptuele analyse, formele technieken uit de logica en de wiskunde, en empirische inzichten uit de cognitiewetenschappen.


Decock zal de voor de leerstoel vereiste onderwijsinnovatie vooral vormgeven via nieuw onderwijsbeleid en onderwijsmanagement. Op dit vlak heeft hij vanaf 2013 ruime ervaring opgedaan als portefeuillehouder onderwijs bij de faculteiten Wijsbegeerte en Letteren. Sinds september 2014 is hij portefeuillehouder van de nieuwe Faculteit der Geesteswetenschappen.

Gjalt de Graaf

Gjalt de Graaf VUGjalt de Graaf (1970) is per 1 mei 2015 hoogleraar Integriteit van Academisch Onderwijs aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Hij houdt zich bezig met het vraagstuk van het besturen van conflicterende publieke waarden, zoals integriteit, professionaliteit, kwaliteit en effectiviteit in het hoger onderwijs. De Graaf vat de integriteit van het academisch onderwijs zowel op als het onderwijs van integriteit als de integriteit van het onderwijs. Hij heeft onderzoek gedaan naar integriteitsschendingen, publiek management en de kwaliteit van besturen. Zijn achtergrond in Bestuurskunde en Filosofie heeft hij gecombineerd in een proefschrift naar een hanteerbare moraliteit voor managers.

Jan Paul Crielaard

Jan Paul Crielaard VUJan Paul Crielaard (1964) is per 1 november 2014 hoogleraar Mediterrane Pre- en Protohistorische Archeologie aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Zijn leeropdracht betreft het duiden van de archeologie van pre- en protohistorische gemeenschappen en landschappen in het Mediterrane gebied. Speciale aandacht gaat uit naar aspecten van interconnectiviteit gedurende de Late Bronstijd en de Vroege IJzertijd. Een ander aandachtspunt is de relatie tussen schriftelijke gegevens die deze vroeg-geletterde maatschappijen hebben voortgebracht enerzijds, en het contemporaine archeologische databestand anderzijds.

Jan Paul Crielaard studeerde Klassieke Archeologie en Kunstgeschiedenis en promoveerde in 1996 cum laude op het terrein van de Mediterrane Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2000 is Crielaard verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen als universitair (hoofd)docent.

Onderzoek
Crielaard richt zich in zijn onderzoek op de Griekse wereld tussen ca. 1200 en 500 v.Chr. Hij focust zich in het bijzonder op de interconnecties tussen verschillende delen van het Middellandse Zeegebied in deze periode. In juni 2014 heeft hij een onderzoekssubsidie van 750.000 euro ontvangen in het kader van de Vrije Competitie Geesteswetenschappen van NWO. Samen met drie promovendi onderzoekt hij de ontwikkeling en het functioneren van land- en zeewegen in het zuidelijke deel van het Griekse eiland Euboia om zo meer te weten te komen over de interconnectiviteit in het Middellandse Zeegebied in de periode 4000 – 1 v.Chr. Daarbij worden drones ingezet en wordt niet alleen gebruik gemaakt van satellietbeelden en luchtfoto’s, maar ook van computermodellen die door TNO voor de Nederlandse marine gemaakt zijn.

Onderwijs
Crielaard probeert in zijn onderwijs zoveel mogelijk innovatie door te voeren, bijvoorbeeld door de inzet van digitale middelen.  Zo was hij een van de eerste docenten binnen de VU die in zijn onderwijs gebruik maakte van iPads en wikis. Naast zijn werk als docent is Crielaard als bestuurslid en coördinator actief binnen ACASA (Amsterdam Centre of Ancient Studies and Archaeology), het samenwerkingsverband van VU en UvA op het gebied van de Oudheid en archeologie. Binnen dit samenwerkingsverband zijn gezamenlijke masteropleidingen ontwikkeld en wordt er gewerkt aan gemeenschappelijke  bachelors die in september 2017 van start moeten gaan. Sinds 1 september 2014 is Crielaard opleidingsdirecteur  van de Oudheid-opleidingen aan de VU.