Hoogleraren met Onderwijsprofiel

De verbondenheid tussen onderwijs en onderzoek kenmerkt de academie. De VU verbindt onderzoek en onderwijs behalve in het curriculum ook nadrukkelijk in de academische loopbaan. Iedere wetenschapper, ook een wetenschapper waarbij de loopbaan een sterkere focus heeft op onderwijs, moet een basis hebben in onderzoek en deze basis moet gedurende de loopbaan worden onderhouden. Daarnaast is het niet mogelijk om academisch carrière te maken zonder aantoonbare ervaring en proeve van bekwaamheid in het onderwijs. 

In het loopbaanbeleid voor wetenschappelijke medewerkers worden de prestaties op zowel het gebied van onderwijs als op het gebied van onderzoek meegewogen. De VU biedt wetenschappers die zich bijzonder inzetten voor het onderwijs de mogelijkheid om carrière te maken tot op het niveau van hoogleraar. Er moet dan sprake zijn van prominentie en/of een excellente prestatie op het gebied van onderwijs binnen het profiel van een hoogleraar. Hiermee waardeert de VU sleutelposities op het gebied van onderwijs tot op het hoogste academische niveau binnen de organisatie. De VU heeft inmiddels 7 hoogleraren benoemd.

Joke van Saane

emptyemptyJoke van Saane VUJoke van Saane (1968) is per 1 september 2014 hoogleraar Onderwijs Theologie en Religiestudies aan de Faculteit der Godgeleerdheid. Zij studeerde Psychologie en Onderwijskunde en promoveerde op het terrein van de godsdienstpsychologie met een onderzoek naar de rol van emoties in de religieuze ervaring. Sinds 2001 is zij aan de faculteit verbonden als universitair (hoofd)docent. Zij publiceerde onder andere over gebedsgenezingen, calvinisme, fundamentalisme en leiderschap. Joke van Saane heeft veel onderwijservaring, zowel binnen de bachelor- als de masteropleidingen. Bovendien was zij lid van tal van commissies over de ontwikkeling van het onderwijs, voorzitter van de facultaire opleidingscommissie en opleidingsdirecteur van de joint bachelor theologie. 

Haar leerstoel heeft drie speerpunten: interdisciplinariteit van religie en theologie, de combinatie van betrokken binnenperspectief en afstandelijk buitenperspectief, en de implementatie in de onderwijscontext.

Dirkjan Veeger

Dirkjan Veeger VUDirkjan Veeger (1958) is sinds 1 mei 2014 hoogleraar Biomechanica en Sport Engineering aan de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen. Hij studeerde Lichamelijke Opvoeding (de voorloper van Bewegingswetenschappen) aan de VU en behaalde zijn MSc in Ergonomics aan de University College London. In 1992 promoveerde hij aan de VU op het proefschrift “Biomechanics of Wheelchair Propulsion”. Sinds 2000 is Veeger ook deeltijds werkzaam bij de afdeling Biomechatronica en Biorobotica, waar hij sinds 2010 aangesteld is als hoogleraar op het gebied van de spierskeletmechanica. 

Veeger: “Ik vind het een enorm leuke uitdaging om de link tussen bewegingswetenschappen en engineering verder te versterken en met name in het onderwijs vorm te gaan geven. Deze aanstelling maakt zichtbaar welke waarde de faculteit binnen het onderwijs hecht aan een sterke band met de meer technische disciplines”. 

“Veel sportprestaties zijn niet alleen afhankelijk van de maximale fysieke en mentale capaciteiten van de atleet, maar ook van zijn of haar materiaal en de wijze waarop daarmee omgegaan wordt. De eigenschappen van het materiaal (bijv. een sportrolstoel, schaats of honkbal) hebben invloed op de techniek van de sporter, op de hoogte van de prestatie, maar ook op het risico van het optreden van blessures. Ik hoop met deze leeropdracht de interactie tussen sporter en materiaaleigenschappen te kunnen modelleren en uiteindelijk richtlijnen voor ontwerp en gebruik op te kunnen stellen. Daarnaast is het de bedoeling om met de TU Delft een cursus op te zetten waarin bewegingswetenschappers en ingenieurs zich gezamenlijk bezig houden met het optimaliseren van de sporter - materiaal interactie”.

Lieven Decock

Lieven Decock VULieven Decock (1970) is sinds 1 oktober 2014 hoogleraar Logica en Filosofie van de Cognitiewetenschappen aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Hij studeerde Wijsbegeerte en Natuurkunde aan de KULeuven, en promoveerde er in 1999 op een proefschrift “Trading Ontology for Ideology. The Interplay of Logic, Set Theory, and Semantics in Quine’s Philosophy”. Hij publiceerde ruim over meerdere filosofische thema’s in de cognitiewetenschappen, zoals kleurervaring, wiskundige kennis, en conceptvorming. Zijn methodologie kenmerkt zich door een integratie van filosofische conceptuele analyse, formele technieken uit de logica en de wiskunde, en empirische inzichten uit de cognitiewetenschappen. 

Decock zal de voor de leerstoel vereiste onderwijsinnovatie vooral vormgeven via nieuw onderwijsbeleid en onderwijsmanagement. Op dit vlak heeft hij vanaf 2013 ruime ervaring opgedaan als portefeuillehouder onderwijs bij de faculteiten Wijsbegeerte en Letteren. Sinds september 2014 is hij portefeuillehouder van de nieuwe Faculteit der Geesteswetenschappen.

Gjalt de Graaf

Gjalt de Graaf VUGjalt de Graaf (1970) is per 1 mei 2015 hoogleraar Integriteit van Academisch Onderwijs aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Hij houdt zich bezig met het vraagstuk van het besturen van conflicterende publieke waarden, zoals integriteit, professionaliteit, kwaliteit en effectiviteit in het hoger onderwijs. De Graaf vat de integriteit van het academisch onderwijs zowel op als het onderwijs van integriteit als de integriteit van het onderwijs. Hij heeft onderzoek gedaan naar integriteitsschendingen, publiek management en de kwaliteit van besturen. Zijn achtergrond in Bestuurskunde en Filosofie heeft hij gecombineerd in een proefschrift naar een hanteerbare moraliteit voor managers.

Jan Paul Crielaard

Jan Paul Crielaard VUJan Paul Crielaard (1964) is per 1 november 2014 hoogleraar Mediterrane Pre- en Protohistorische Archeologie aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Zijn leeropdracht betreft het duiden van de archeologie van pre- en protohistorische gemeenschappen en landschappen in het Mediterrane gebied. Speciale aandacht gaat uit naar aspecten van interconnectiviteit gedurende de Late Bronstijd en de Vroege IJzertijd. Een ander aandachtspunt is de relatie tussen schriftelijke gegevens die deze vroeg-geletterde maatschappijen hebben voortgebracht enerzijds, en het contemporaine archeologische databestand anderzijds.

Jan Paul Crielaard studeerde Klassieke Archeologie en Kunstgeschiedenis en promoveerde in 1996 cum laude op het terrein van de Mediterrane Archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2000 is Crielaard verbonden aan de faculteit Geesteswetenschappen als universitair (hoofd)docent.

Onderzoek
Crielaard richt zich in zijn onderzoek op de Griekse wereld tussen ca. 1200 en 500 v.Chr. Hij focust zich in het bijzonder op de interconnecties tussen verschillende delen van het Middellandse Zeegebied in deze periode. In juni 2014 heeft hij een onderzoekssubsidie van 750.000 euro ontvangen in het kader van de Vrije Competitie Geesteswetenschappen van NWO. Samen met drie promovendi onderzoekt hij de ontwikkeling en het functioneren van land- en zeewegen in het zuidelijke deel van het Griekse eiland Euboia om zo meer te weten te komen over de interconnectiviteit in het Middellandse Zeegebied in de periode 4000 – 1 v.Chr. Daarbij worden drones ingezet en wordt niet alleen gebruik gemaakt van satellietbeelden en luchtfoto’s, maar ook van computermodellen die door TNO voor de Nederlandse marine gemaakt zijn.

Onderwijs
Crielaard probeert in zijn onderwijs zoveel mogelijk innovatie door te voeren, bijvoorbeeld door de inzet van digitale middelen.  Zo was hij een van de eerste docenten binnen de VU die in zijn onderwijs gebruik maakte van iPads en wikis. Naast zijn werk als docent is Crielaard als bestuurslid en coördinator actief binnen ACASA (Amsterdam Centre of Ancient Studies and Archaeology), het samenwerkingsverband van VU en UvA op het gebied van de Oudheid en archeologie. Binnen dit samenwerkingsverband zijn gezamenlijke masteropleidingen ontwikkeld en wordt er gewerkt aan gemeenschappelijke  bachelors die in september 2017 van start moeten gaan. Sinds 1 september 2014 is Crielaard opleidingsdirecteur  van de Oudheid-opleidingen aan de VU.

Jacqueline van Muijlwijk - Koezen

Jacqueline van MuijlwijkJacqueline van Muijlwijk-Koezen, (1970) is per 1 september 2017 is hoogleraar Innovations in Human Health & Life Sciences aan de Faculteit der Bètawetenschappen. Per 1 november 2017 is zij tevens portefeuillehouder onderwijs van deze faculteit.

Haar leerstoel heeft tot doel onderwijskundig onderzoek en wetenschappelijke vernieuwingen in het domein van de natuur- en levenswetenschappen te integreren. “Goed onderwijs in de natuurwetenschappen zou de manier waarop wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt, moeten volgen. De cyclus van verwondering, vragen stellen, modellen of theorieën bouwen, testen, bijschaven en nieuwe vragen, zou idealiter in de opbouw van het onderwijsprogramma terug te vinden moeten zijn”, aldus Jacqueline van Muijlwijk-Koezen.

Zij promoveerde aan de VU in de farmacochemie, waarna ze jarenlang lesgaf op een middelbare school en aan een lerarenopleiding. In 2003 keerde ze terug naar de VU, waar ze binnen de afdeling Scheikunde en Farmaceutische wetenschappen betrokken was bij de introductie van allerlei nieuwe ict-tools in het onderwijs. Tevens stond ze aan de wieg van de It’s Academy, een initiatief voor aansluitingsonderwijs voor middelbare scholieren in de regio en het bijscholen van hun docenten.

Marjolein Zweekhorst

Marjolein ZweekhorstMarjolein Zweekhorst, (1972) is sinds 1 oktober 2016 hoogleraar Innovation and Education in the Health and Life Sciences aan de Faculteit der Bètawetenschappen. Ze studeerde in 1996 af in de Medische Biologie aan de VU, waarna ze bij de afdeling Biologie en Samenleving ging werken. In 2004 promoveerde Marjolein op het onderwerp Institutionalisation of an interactive approach to technological innovation. 

“Met mijn onderzoek richt ik me op methodologieontwikkeling voor interactief beleid en technologieontwikkeling op het gebied van internationale volksgezondheid. Daarnaast ontwikkel ik onderwijsmethodes en innovaties die studenten voorbereiden op een carrière in dit werkveld. Zo begeleid ik PhD-studenten die in Afrika de impact van mobile health technologies en toegang tot medicijnen en health care equipment onderzoeken”, aldus Marjolein Zweekhorst. Ze onderzoekt onderwijsgerelateerde zaken, zoals curriculumontwikkeling, community service learning en onderwijsinnovaties. Ze wil zich verder verdiepen in de (on)mogelijkheden voor blended learning en community service learning. Marjolein is opleidingsdirecteur van de master Management, Policy Analysis and Entrepreneurship in Health & Life Sciences.