Coen Ottenheijm

Tijdens zijn promotie-onderzoek, moest fysioloog Coen Ottenheijm (1976) een apparaat ontwikkelen dat de contractiekracht van een enkele spiercel kon meten. Na twee jaar vallen en opstaan lukte het hem om een spiercel te isoleren uit een biopt van een patiënt, deze weer te laten contraheren en de resulterende kracht nauwkeurig te meten. Sinds dit eureka-moment, is hij gegrepen door het functioneren van spieren.

Spieren zijn opgebouwd uit een vernuftig radarwerk van ontelbare eiwitten. Aangeboren of verworven afwijkingen in deze eiwitten doen het radarwerk vastlopen met levensbedreigende ziekten als gevolg. Het onderzoek van Coen Ottenheijm bestudeert waarom dit radarwerk vastloopt. In zijn onderzoek focust hij op de aangeboren spierziekte nemaline myopathy en op verworven zwakte van het middenrif, de belangrijkste ademhalingsspier, in IC-patiënten

Voor Coen Ottenheijm is het slaan van een brug tussen het preklinische onderzoek binnen zijn afdeling Fysiologie en het klinische onderzoek binnen het VUmc en het AMC van eminent belang. Enkele jaren geleden is hij deze overbrugging gaan bouwen door gezamenlijk onderzoek te starten in spierbiopten van patiënten. In dit kader ontwikkelt hij, in samenwerking met de afdeling Fysica van de VU, innovatieve onderzoekstechnieken om de structuur en de functie van de kleinste contractiele eenheden in spier, sarcomeren, te bepalen. Het sluitstuk van de brug vormt de translatie van de in biopten verkregen bevindingen naar de kliniek.

Coen Ottenheijm is per 1 januari 2016 benoemd als URC-hoogleraar.