Onderzoek uitgelicht

Problemen met bewegen


Animatie Problemen met bewegen

Langdurige klachten aan de arm, nek en/of schouder, hevige pijn in de rug, stramme benen, veel ouderen kunnen hierover meepraten. Aandoeningen van het bewegingsapparaat komen onder deze leeftijdsgroep veel voor en met de vergrijzing van de bevolking neemt de omvang van de hieraan gerelateerde problematiek dan ook sterk toe.

Een groot deel van die aandoeningen zijn zo ernstig dat ouderen hierdoor invalide raken. Uiteindelijk is een orthopedisch chirurgische ingreep dan noodzakelijk. Daardoor daalt wel de pijn, maar het motorisch functioneren herstelt na de operatie langzaam en onvolledig.

Dit moeizame herstel is mogelijk een gevolg van de vaak lange periode van verminderde fysieke activiteit die aan de operatie vooraf gaat. Door pijn en bewegingsbeperkingen zijn activiteiten als wandelen en fietsen bijna niet mogelijk. Maar inactiviteit leidt tot een vermindering van de kwaliteit van onder andere bot- en spierweefsel en dat zorgt waarschijnlijk weer voor die beperkte bewegingsmogelijkheden. Een vicieuze cirkel dus.

Bovendien kan inactiviteit bijdragen aan het in stand houden van ontstekingsreacties in het weefsel waardoor weefselschade, ontsteking, pijn en dus inactiviteit ontstaan. Door training is deze vicieuze cirkel mogelijk te doorbreken.

Unieke opzet

MOVE Botcellen

Om dit verder te onderzoeken heeft MOVE een multidisciplinair team samengesteld. Diverse wetenschappelijke disciplines leveren daarvoor hun expertise: celbiologie, spierfysiologie, biomechanica, klinische epidemiologie en de klinische disciplines: orthopedie en fysiotherapie.

In de eerste fase van het onderzoek wordt een groep patiënten gevolgd die een orthopedische operatie ondergaat. Op diverse momenten voor en na de operatie voeren de onderzoekers metingen uit. Daarnaast vinden gedetailleerde metingen plaats van het fysieke prestatievermogen, zoals van de spierkracht en het loopvermogen. 

Deze onderzoeksfase moet zicht geven op het normale verloop en factoren die het motorisch herstel beperken en vormt de basis voor een trainingsprogramma dat in de tweede fase aan een vergelijkbare groep patiënten wordt aangeboden. Bij deze groep zullen dezelfde metingen worden verricht, zodat de effecten van de training worden getoetst.

Parallel aan deze klinische studies wordt een serie experimenten uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in het werkingsmechanisme achter het effect van training op spier- en botweefsel. De effecten van mechanische belasting op geïsoleerde spier- en botcellen worden onderzocht door spiercellen en botcellen in het laboratorium te kweken en bloot te stellen aan een gecontroleerde uitrekking (spier) of vloeistofstroom (bot). Hiermee wordt de wijze waarop de cellen in het lichaam mechanisch belast worden geïmiteerd. Daarna wordt bepaald welke signaalmoleculen de spier- en botcellen produceren.

Uniek aan deze opzet is het onderzoek naar de invloed van de geproduceerde signaalmoleculen op zowel bot- en spiercellen. Verondersteld wordt dat trainen van spierweefsel gunstige effecten heeft op botweefsel, en andersom. Daarnaast wordt onderzocht hoe factoren die vrijkomen bij een ontsteking de reactie van spiercellen en botcellen op mechanische belasting beïnvloeden.

Kijk voor meer informatie op: MOVE onderzoek  
Dit is een onderzoeksproject van MOVE