Educatieve Minor

Inhoud van de studie

De educatieve minor wordt aangeboden in het eerste semester van het derde studiejaar (vanaf de startweek in augustus t/m januari). Het is een opleiding van 30 EC. De educatieve minor is een voltijd opleiding. Het is niet mogelijk om naast de educatieve minor andere vakken te volgen. Het programma van de minorstudent bestaat uit twee componenten die een samenhangend geheel vormen: het schoolgedeelte en het instituutsgedeelte. De kernpraktijken die aan de orde komen tijdens de colleges op het instituut, worden toegepast en getoetst aan de praktijk in de school en vormen zo tezamen een geïntegreerd geheel.

De praktijk start aan het begin van de opleiding, de helft van de studielast (15 EC) wordt aan de praktijk besteed. In totaal maakt de student 120 klassencontacturen op school, hieronder vallen 60 door de student te verzorgen lesuren. Dit betekent dat minimaal 4 dagdelen op de opleidingsschool worden doorgebracht. 
 
De minor is onderverdeeld in twee fasen:

Fase I bestaat uit twee modules Didactiek 1 en Praktijk 1, waarbij na acht weken aan de hand van een Startproef en Praktijkbeoordeling 1 wordt beoordeeld (studieadvies) of het zinvol is om door te gaan naar de volgende fase. Ook fase II bestaat uit twee vakken die elk afzonderlijk beoordeeld worden; de Basisproef en Praktijkbeoordeling 2. 
 
De educatieve minor bestaat uit de volgende vakken:      

Didactiek 1 (6 EC)
O_EMDID1
Didactiek 2 (9 EC)
O_EMDID2
Praktijk 1 (6 EC)
O_EMPRAK1
Praktijk 2 (9 EC)
O_EMPRAK2
PeergroepO_EMPEERG

Meer informatie over de vakken is terug te vinden in de online studiegids.

Colleges op de VU
Tijdens de educatieve minor staat samen leren op school en instituut centraal. Werkcolleges vinden plaats op maandag overdag. Reken op een hele dag college per week. Op deze onderwijsdag ligt het accent op werken aan de kernpraktijken in de klas die in de betreffende fase centraal staan. Er zijn werkcolleges didactiek en vakdidactiek in het schoolvak. Daarnaast vinden peergroup-bijeenkomsten plaats. De roosters worden via Blackboard en VUnet gepubliceerd.

Het praktijkdeel
De helft van de studielast (15 ECTS) wordt aan de praktijk besteed. Je brengt tijdens de educatieve minor minimaal 4 dagdelen per week op school door. Tijdens de stage ga je stapsgewijs steeds zelfstandiger aan het werk. De praktijkdagen op de opleidingsschool zijn dinsdag, woensdag,donderdag en/of vrijdag. De VU heeft vaste contacten met opleidingsscholen in de regio Amsterdam (incl Hoorn, Alkmaar, Nieuw-Vennep, Hilversum, Mijdrecht en Uithoorn) en regelt de stageplekken.

foto Meindersma, Yke
'Onze collega's op de opleidingsscholen zijn over het algemeen heel blij met de educatieve minorstudenten in de school. Ze zeggen over hen: deze studenten hebben een onderzoekende houding. Zij kijken goed en ze stellen kritische vragen over wat ze zien, horen en meemaken. Daarmee zetten ze de 'zittende' docenten aan het denken over het onderwijs dat ze verzorgen. Zo ontstaat er discussie in de secties en dat vinden we een goede zaak.'

drs. Yke Meindersma
Opleidingsdocent en vakdidacticus Nederlands
 
De kenmerken van het programma op een rijtje:
  • Algemene didactiek bijeenkomsten rondom kernpraktijken
  • Vakdidactiek schoolvak
  • Praktijk op opleidingsschool (minimaal 4 dagdelen per week)
  • Peergroup-bijeenkomsten (uitwisselen praktijkervaringen)
  • Miniproef en midiproef
  • Beoordeling: na elke fase door instituutsopleiders en in samenspraak met de schoolopleiders.