Eigenstandige positionering van bachelor en master

De VU beschouwt haar bachelorprogramma’s als eigenstandige opleidingen met eventueel naar de uitstroomrichting gedifferentieerde eindtermen. De bacheloropleidingen van de VU hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken, die mede het profiel van het bacheloronderwijs van de VU bepalen. De belangrijkste van deze gemeenschappelijke kenmerken zijn:

  • Alle bacheloropleidingen zijn academisch van karakter. Om dit te benadrukken kent ieder cluster van opleidingen een zogenaamde academische kern met een aantal vaste vakken.
  • Iedere student dient intellectueel te worden uitgedaagd om zijn of haar grenzen te verleggen, bijvoorbeeld door deelname aan het honoursprogramma of door een verblijf in het buitenland.
  • Op een beperkt aantal gemotiveerde uitzonderingen na heeft ieder curriculum een vrije keuzeruimte van 30 European Credits (EC). Studenten kunnen hiermee verbreding zoeken via minoren of een buitenlandervaring opdoen.
  • Iedere bacheloropleiding kent kleinschalige en intensieve onderwijswerkvormen zoals practica, werkcolleges en tutoraat.
  • De student wordt geacht een driejarig bachelor curriculum in maximaal vier jaar met een diploma af te ronden. De VU acht het wezenlijk voor haar studenten dat ze de stimulerende omgeving van de universiteit benutten om zich ook buiten het curriculum van de opleiding te ontplooien.
  • Aan het eind van het eerste studiejaar krijgt iedere student een Bindend Studie Advies (BSA). De VU verwacht van haar studenten dat zij hun aandacht en tijd in het eerste studiejaar vooral aan hun studie besteden.
  • Het karakter van de begeleiding van studenten gedurende het bachelorprogramma varieert van intensief in het eerste en tweede semester, via minder intensief gedurende het derde tot en met vijfde semester, naar intensief in het zesde semester. De minder intensieve begeleiding vanaf het derde semester is erop gericht de student te trainen in het nemen van eigen verantwoordelijkheid.
  • Via realistische voorlichting en een intensieve kennismaking door aankomende studenten wordt mismatch geminimaliseerd en worden studenten zo snel mogelijk in het juiste studietraject gepositioneerd.

De masteropleidingen van de VU zijn sterk verbonden met de onderzoeksfunctie van de VU. Het zelfstandig uitvoeren van een eigen onderzoeksproject, uitmondend in de masterthesis, vormt dan ook een standaard onderdeel van alle mastercurricula. Op terreinen waarop de VU geen onderzoekscapaciteit met internationale zichtbaarheid heeft, biedt zij ook geen masteropleidingen aan.

Toegangsvereiste tot de master is het bezit van een relevant bachelordiploma, behaald aan de VU of een andere universiteit. Deze opzet leent zich uitstekend voor een cohortbenadering, waarin studenten de opleiding niet alleen gezamenlijk starten, maar ook samen afronden, waardoor studiediscipline wordt bevorderd. Daarom wordt, gemotiveerde uitzonderingen daargelaten, geen tweede instroommoment gedurende het academisch jaar gepraktiseerd. Voor de masteropleidingen geldt dat afstuderen binnen de nominale studieduur de norm is.