Opleiding Forensische Neuropsychologie en Neuropsychiatrie

Aanleiding

Per jaar komen circa 20.000 strafzaken voor de rechter. Zo’n 20% (4.000) van deze strafzaken betreft zware delicten die een PJ-(Pro Justitia)rapportage vereisen, waarbij het gaat om ongeveer 1.100 jeugdigen en 2.900 volwassenen. Een PJ-rapportage wordt opgesteld door een psycholoog of een psychiater (bij grote uitzondering samen met een gedragsneuroloog) en bevat een analyse van de psychiatrische toestand en persoonlijkheid van de verdachte; recidiverisico’s en een interventievoorstel. De officier van justitie en/of de rechtercommissaris vraagt zo’n rapportage aan om de strafeis te kunnen bepalen wanneer er twijfel is over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Daarbij kan een terbeschikkingstellings (tbs)-maatregel worden opgelegd.

De PJ-rapportages worden op dit moment voornamelijk vanuit psychiatrisch/klinisch-psychologisch perspectief opgesteld. Inzichten vanuit de forensische neuropsychologie worden nagenoeg niet meegenomen, terwijl 82-87% van de gedetineerden rapporteert dat zij in hun leven tenminste eenmaal een gebeurtenis met mogelijk traumatisch hersenletsel hebben meegemaakt1. Belangrijkste oorzaak hiervan is over het algemeen dat de neuropsychologische kennis ontbreekt. Dit kan leiden tot slechtere plaatsing van verdachten en veroordeelden (bijvoorbeeld in een gevangenis i.p.v. in een behandelsetting), minder effectieve en vergeefse behandelingen en daardoor tot meer recidive, omdat niet alle relevante factoren worden meegewogen. Daarnaast zijn tbs-klinieken en forensische behandelafdelingen vaak niet voorbereid op het incorporeren van neuropsychologische inzichten in de behandeling.

1 Schofield et al., 2006; Slaughter, 2003