ULO voor zij-instromers

Inhoud en werkwijze

Zij-instromers combineren lesgeven met de ULO (Universitaire Lerarenopleiding). Je leert het vak van leraar vooral door het te doen. Daarom bestaat de helft van de studietijd uit praktijk. Op basis van je ervaring, vakkennis en geschiktheid sta je gelijk vanaf het begin voor de klas in het voortgezet onderwijs.

Invulling op maat

De ULO is een maatwerktraject. Hoe je dat verder invult, spreek je af met de VU en de school waar je lesgeeft. De inhoud en de eindtermen van de opleiding staan vast, maar de af te leggen route is voor geen enkele student hetzelfde. De opleiding is opgebouwd uit modules. Dat biedt flexibiliteit en maakt een individuele invulling mogelijk. Er is gelegenheid om bepaalde onderdelen van de studie versneld af te ronden of er juist meer tijd voor uit te trekken. Zo zorgt de VU dat studie, werk en privé voor studenten uit de zij-instroom met elkaar te combineren zijn.

Leerplan zij-instroom

Het curriculum van de universitaire lerarenopleiding is onlangs vernieuwd en opgebouwd uit modules. De opleiding is gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten op het gebied van vakdidactiek, onderwijskunde en begeleiding. Het programma is beroeps- en praktijkgericht met veel aandacht voor pedagogiek en vakdidactiek. In de nieuwe aanpak wordt integraal getoetst aan de hand van coherente opdrachten.

Het onderwijsprogramma bestaat uit verschillende onderdelen: praktijk, vakdidactiek, algemene didactiek, pedagogiek, praktijkonderzoek en verdieping. Je krijgt les aan de hand van vijf rollen: als professional, ontwerper, uitvoerder, pedagoog en teamlid/collega. Ze helpen je om je weg te vinden in het complexe beroep van docent.

Persoonlijke begeleiding

Voor de klas staan is pittig en dat geldt zeker voor zij-instromers. Een goede ondersteuning is essentieel om van de overstap naar het onderwijs een succes te maken. De VU hecht veel waarde aan begeleiding van studenten, afgestemd op ieders persoonlijke behoefte. De VU werkt daarvoor nauw samen met de begeleiders op de scholen. Iedere student heeft een mentor, dit is vaak de vakdidacticus. De lijnen zijn kort en je krijgt heel gericht feedback. Je levert regelmatig videomateriaal in en de mentor komt kijken in de klas. Samen met je begeleider op school bekijkt en beoordeelt de mentor de lesontwerpen en het lesgeven in de dagelijkse schoolpraktijk.
Zij-instromers leren van elkaar en delen ervaringen in peergroups. In een informele sfeer is er gelegenheid medestudenten om advies te vragen over situaties uit de dagelijkse lespraktijk.