Onderwijskwaliteit


Op de VU krijgt het geaccordeerde beleid op het terrein van onderwijs en onderwijskwaliteitszorg uiteindelijk een plaats in het Handboek Onderwijskwaliteit. Daarin zijn de kaders vastgelegd waarbinnen opleidingen en faculteiten hun onderwijsbeleid vormgeven. Alle relevante kwaliteitsthema’s worden in het Handboek besproken.

Hoe komt het Handboek tot stand?
Het Handboek volgt het beleid dat op instellingsniveau is vastgesteld door het College van Bestuur. Dit beleid komt tot stand in nauw overleg met de faculteiten en met de medezeggenschap in de Gezamenlijke Vergadering (GV). Uiteraard wordt, waar aan de orde, advies of instemming van de GV gevraagd. De afdeling Onderwijsbeleid, Kwaliteitszorg en Procesregie (OKP) van Student- en Onderwijszaken redigeert het Handboek, de Stuurgroep Onderwijskwaliteit (STOK) adviseert over de inhoud. Het Handboek is richtinggevend voor faculteiten bij het opzetten en uitvoeren van de eigen onderwijskwaliteitszorg.

Wat staat er in het Handboek?
Aan de orde komen onderwerpen als de onderwijsorganisatie, internationalisering, onderwijsevaluaties, curriculum, stage en thesis, professionalisering van docenten, studentbegeleiding en toetsen en beoordelen. Elk hoofdstuk bevat een beschrijving van het hoofdstukthema, gevolgd door de kwaliteitseisen en aanbevelingen die de VU heeft geformuleerd met betrekking tot het thema.

Waar is het Handboek in te zien?
Het Handboek is intern gemakkelijk toegankelijk via het Digitaal Onderwijsdossier (DOD) en via VUnet, ook voor studenten, in het Nederlands en Engels. Het Handboek is een dynamisch document en wordt steeds vernieuwd op basis van het meest actuele beleid. 

Handboek Onderwijskwaliteit

Op welke momenten wordt gerapporteerd?

De cyclus op opleidingsniveau
Het onderwijs wordt binnen de opleidingen uitgevoerd. Binnen de interne jaarcyclus rapporteren opleidingen over uitvoering en resultaten en maken plannen voor verbetering. Het faculteitsbestuur keurt plannen goed en houdt toezicht op de uitvoering ervan. Binnen de externe zesjarige cyclus worden opleidingen eens in de zes jaar op basis van een besluit van de NVAO opnieuw geaccrediteerd na een externe visitatie. Sinds 2014 vindt halverwege deze externe cyclus standaard intern een midterm review plaats op de stand van zaken sinds de vorige visitatie en op de kwaliteit van de afstudeerwerkstukken.

De cyclus op facultair en dienstniveau
De aandacht voor het onderwijs van faculteitsbesturen en dienstdirecteuren is met name gericht op het scheppen van voorwaarden voor goed onderwijs. Binnen de interne jaarcyclus rapporteren faculteiten over de uitvoering van hun onderwijstaken en maken plannen voor verbetering van hun onderwijstaken. Het College van Bestuur keurt plannen goed en houdt toezicht.
Naast de jaarcyclus vindt er vanaf 2014 eens per drie jaar ook een interne beoordeling plaats van de onderwijskwaliteitszorg. In deze interne driejarige cyclus vinden tussen de zesjaarlijks terugkerende externe instellingsbeoordelingen telkens twee interne beoordelingen plaats. Dit gebeurt in de vorm van een audit op facultair- en dienstniveau.

De cyclus op instellingsniveau
Binnen de interne jaarcyclus stuurt het College van Bestuur op instellingsniveau het onderwijsbeleid aan - zoals vastgelegd in het Handboek Onderwijskwaliteit. Dit gebeurt op basis van het Instellingsplan en het bijbehorende uitvoeringsplan. Het College rapporteert over de aansturing en maakt plannen voor de verbetering van de aansturing. De Raad van Toezicht keurt plannen goed en houdt toezicht. In de externe zesjarige cyclus op instellingsniveau wordt de kwaliteitszorg van de instelling beoordeeld. De instelling wordt als geheel opnieuw geaccrediteerd op basis van een besluit van de NVAO na een visitatie door een externe auditcommissie. 

Welke instrumenten worden gebruikt?
De VU kent drie instrumenten in de interne kwaliteitszorgcyclus op opleidingsniveau.

Midterm review
Halverwege de accreditatieperiode wordt bij elke VU-opleiding een midterm review uitgevoerd met het doel de kwaliteit van de programma’s te verbeteren. Door middel van peer review wordt gekeken hoe het nu met de opleiding staat en welke verbeteringen er eventueel kunnen worden aangebracht. De midterm review maakt daarnaast onderdeel uit van het interne kwaliteitszorgsysteem van de VU en toont aan in welke mate het College van Bestuur de onderwijskwaliteit die de VU levert beheerst.
De midterm review is een standaard onderdeel van de zesjarige accreditatiecyclus van de opleiding. Binnen deze cyclus wordt geborgd dat de aandacht voor de kwaliteit van de opleiding continu is en niet pas vlak voor het accreditatiemoment van de grond komt en daarna weer inzakt. Eventuele problemen bij opleidingen zullen door een midterm review vroegtijdig worden gesignaleerd, zodat formele oordelen vanuit de externe kwaliteitstoetsing zo min mogelijk negatieve verrassingen zullen inhouden. 

Meeleesgroep Zelfevaluatierapport
De kwaliteit van een Zelfevaluatierapport (ZER) is medebepalend voor een geslaagde visitatie. Daarom wordt, voordat de ZER in definitieve vorm wordt vastgesteld, de opleiding geadviseerd over mogelijke verbeterpunten. Dit advies wordt uitgebracht door een groep van lezers onder de centrale coördinatie. De VU kiest voor dit model van ‘collegiale toetsing’ door deze zogenaamde ‘meeleesgroep ZER’ zodat zo breed mogelijk gebruik gemaakt kan worden en geleerd wordt van elkaars expertise.
Toetsing van de ZER door de meeleesgroep heeft een tweeledig doel: ten eerste wordt een verbeterslag gemaakt door het collegiaal leren en expertise delen tijdens het lezen, becommentariëren en discussiëren. Ten tweede wordt de betrokken opleiding ondersteund door een gedegen advies vanuit verschillende perspectieven van buiten de eigen opleiding/faculteit. Het product van de bijeenkomst is het advies ter verbetering van de definitieve versie van de ZER.

Proefvisitatie
Het primaire doel van de proefvisitatie is een goede voorbereiding op de echte visitatie. Tijdens de proefvisitatie worden alle delegaties die een rol hebben tijdens de visitatie bevraagd door een proefvisitatiepanel. Dit biedt de gelegenheid om gezamenlijk te oefenen en concrete, sprekende voorbeelden te bedenken en testen. Het proefvisitatiepanel bestaat meestal uit drie collega’s die niet betrokken zijn bij de opleiding, maar wel ervaring hebben met het accreditatieproces. Te denken valt aan onderwijs- of opleidingsdirecteuren die zelf net een visitatie achter de rug hebben of zelf in het traject naar een visitatie toe zitten. Hierdoor is er ook een secundair doel van de proefvisitatie mogelijk, namelijk een moment voor opleidingen om van elkaar te leren. De leden van het proefvisitatiepanel lezen het zelfevaluatierapport van de opleiding en bevragen de delegaties over opvallende zaken uit het rapport of over zaken die in eerdere visitaties aan bod zijn gekomen. De delegaties leren hierdoor van de ervaringen bij eerdere visitaties en de panelleden leren de structuur, aanpak en voorbeelden van een andere opleiding kennen.

Hoe worden risico's gesignaleerd?
In het onderwijskwaliteitsbeleid van de VU wordt expliciet aandacht besteed aan risicomanagement ten aanzien van onderwijskwaliteit. Risicomanagement en risicosignalering maken daardoor vanzelfsprekend onderdeel uit van de integrale aanpak van de onderwijskwaliteit.
Het proces van risicosignalering moet de kwaliteit van het onderwijs waarborgen. Door dit te integreren in het systeem van kwaliteitszorg krijgt risicosignalering een vanzelfsprekende plaats in de planning & control cyclus op het niveau van de opleidingen, faculteiten en op instellingsniveau.

Notitie Risicomanagement Onderwijs
In de notitie Risicomanagement Onderwijs wordt uiteengezet hoe de VU risicosignalering rond het onderwijs vormgeeft. Daarbij wordt expliciet aangegeven dat iedereen die betrokken is bij het onderwijs een eigen verantwoordelijkheid heeft om risico's te signaleren en te beheersen. Alleen door goede samenwerking van alle betrokkenen kunnen ongewenste risico's daadwerkelijk worden vermeden. Die gezamenlijke betrokkenheid blijkt ook uit de keuze om van deze notitie een ‘levend document’ te maken, dat op basis van de ervaringen met risicomanagement in het onderwijs en bij de opleidingen regelmatig zal worden geactualiseerd.

Onderwijsevaluatie is de systematische verzameling van gegevens waarmee inzicht wordt verkregen in de huidige kwaliteit van het onderwijs en in de verbetermogelijkheden om die kwaliteit te verhogen. Het primaire doel van onderwijsevaluatie is het onderwijs te verbeteren. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de cursus die of het curriculum dat wordt geëvalueerd, met name door middel van de kwalitatieve terugkoppeling en verbetersuggesties uit de evaluatie. In de tweede plaats kan met de evaluaties de trendontwikkeling van vakken binnen een opleiding worden gemonitord. Hiervoor zijn met name kwantitatieve oordelen uit de evaluatie van nut.

Studentevaluaties

  • Digitaal evalueren
    Digitale studentevaluaties worden afgenomen met VU-brede vragenlijsten via VUnet; met VUnet Onderwijsevaluaties kunnen docenten een vragenlijst op maat samenstellen. Studenten vullen de digitale evaluaties in via VUnet. Zowel docenten als studenten hebben via VUnet toegang tot de resultaten van de evaluaties en docenten geven een reactie naar de studenten. VUnet onderwijsevaluaties zijn beschikbaar voor cursusevaluaties, curriculumevaluaties en de evaluatie van stage en scripties.
  • Kwalitatief evalueren
    Met de standaard studentevaluatievragenlijsten als instrument voor onderwijsevaluaties  heeft de VU langdurige ervaring. Echter, op de vraag wat docenten en opleiding concreet kunnen doen om het onderwijs te verbeteren, geven kwantitatieve, gestandaardiseerde evaluatievragenlijsten slechts beperkt antwoord. Daarom moedigt de VU het aan om naast de digitale studentevaluaties aanvullende, kwalitatieve evaluatiemethoden in te zetten zoals panelgesprekken, een jaarvertegenwoordiging of tussentijds evalueren via diverse online tools.
    Deze methoden maken het mogelijk om gericht te vragen naar specifieke onderwijsonderdelen (bijvoorbeeld het effect van een nieuwe werk- of toetsvorm), om meer door te vragen naar de achtergrond van ervaringen en oordelen en om samen met de gesprekspartners verbetermogelijkheden te inventariseren. Deze methoden kunnen bovendien gedurende de onderwijsperiode ingezet worden: de resultaten kunnen al tijdens het onderwijs worden benut om de cursus waar nodig aan te passen, bij lastig gebleken onderdelen extra ondersteuning te bieden, of om studenten (beter) uit te leggen waarom voor een bepaalde aanpak is gekozen. Een positief neveneffect van gesprekken en intervisie op een regelmatige basis is dat ze kunnen bijdragen aan de cohesie, het leer- en werkklimaat en de kwaliteitscultuur in de opleiding.
  • NSE
    De VU gebruikt de uitslagen van de Nationale Studenten Enquête (NSE) als één van de manieren om de stem van studenten mee te laten wegen bij het maken van onderwijsbeleidskeuzes. De  NSE is een uitgebreide vragenlijst over onderwijsaspecten op programmaniveau, die op veel hogescholen en universiteiten in Nederland wordt afgenomen door Studiekeuze123. Dit maakt onderlinge vergelijking en ranking mogelijk. De resultaten worden jaarlijks gepubliceerd. De NSE vragenlijst bevraagt onder andere aspecten als algemene tevredenheid, inhoud, algemene en academische vaardigheden, begeleiding en supervisie, docenten, toetsing, studielast, studiefaciliteiten en informatievoorziening.

Collegiale evaluaties
Docenten hebben door hun didactische deskundigheid een uniek perspectief op de kwaliteit van het onderwijs en het niveau daarvan. Collega-docenten zijn daarom bij uitstek in staat om collegiaal het onderwijs te helpen verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door elkaars onderwijsmateriaal, cursusbeschrijving of toetsing  te reviewen en becommentariëren. Ook kunnen docenten bijvoorbeeld een keer een hoorcollege bijwonen om hierop terugkoppeling te geven. In het VU toetskader is peer review één van de pijlers onder de kwaliteitsbewaking van toetsing. De collega-docent is hierbij een sparringpartner om wijze en inhoud van toetsing continu te verbeteren en een aanvulling te geven op de reflectie van de docent zelf.

Feedback van alumni levert zowel waardevolle input op voor goede voorlichting over de opleiding, als inhoudelijke suggesties voor mogelijke aanpassingen in het onderwijs. Alumni wordt gevraagd naar de aansluiting van de opleiding bij de behoeften van het werkveld. Behalve naar beroepsrelevante competenties, wordt gevraagd naar de academische vorming van onze studenten. Door onder meer de eindtermen van opleidingen en de eisen van het afnemend veld op elkaar af te stemmen, wordt gewaarborgd dat afgestudeerden voldoende zijn voorbereid op de arbeidsmarkt.

Veldadviesraden
Veldadviesraden bestaan uit vertegenwoordigers uit het afnemend veld alumni van de opleiding. De raden hebben een adviserende rol in de borging van de kwaliteit van de opleiding en de aansluiting van de opleiding op de behoeftes van de arbeidsmarkt. Het contact tussen het afnemend veld en de vormgevers van het onderwijs, levert een goed beeld op van de ontwikkelingen in de verschillende sectoren van het werkveld. Faculteiten nemen zo kennis van de wensen en mogelijke eisen die de verschillende werkvelden stellen aan pas afgestudeerde academici. De opleidingen kunnen hier op hun beurt rekening mee houden bij de vormgeving van het onderwijsprogramma.

Alumni-enquêtes
Enquêtes onder alumni geven inzicht in loopbaanontwikkeling, aansluiting op de arbeidsmarkt en de academische vorming waartoe de VU hen opleidt. De enquêtes geven ook informatie over de aansluiting van de eindtermen van een opleiding op de eisen die het werkveld stelt.

Nationale Alumni Enquête
De landelijke, tweejaarlijkse Nationale Alumni Enquête wordt afgenomen onder recent afgestudeerde masterstudenten en biedt inzicht in de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden en de aansluiting van de opleiding.

VU alumnimonitor
Naast deze enquête is inzicht in het verloop van een loopbaan en de relatie tot de genoten opleiding wenselijk, evenals een beeld van de mate waarin onze alumni academici zijn die handelen zoals de onderwijsvisie beoogt. Er is een VU alumnimonitor ontwikkeld waarmee carrièrepatronen van afgestudeerden inzichtelijk gemaakt worden voor faculteiten.

Elke opleiding of groep van opleidingen aan de VU heeft haar eigen opleidingscommissie (OLC). Daarin zitten zowel studenten als docenten, die gezamenlijk, gevraagd en ongevraagd, advies uitbrengen over alle aangelegenheden betreffende het onderwijs van de opleiding, zoals het curriculum, de kwaliteitszorg, studentbegeleiding en de Onderwijs en Examenregeling (OER).

Opleidingscommissies zijn medezeggenschapsorganen die op bepaalde onderdelen van de Onderwijs- en Examenregeling instemmingsrecht hebben.
Opleidingscommissies zijn waardevol omdat studenten en docenten in een relatief informele sfeer kunnen overleggen over verbeterpunten van de opleiding en in direct contact staan met de studenten en docenten van de opleiding.

Voor de instelling en werking van de opleidingscommissie heeft de VU een Handreiking Opleidingscommissies (VUnet, inloggen nodig).

De examencommissie heeft een cruciale en ook wettelijke taak bij de kwaliteitsbewaking van de opleiding. De examencommissie heeft hierin een toetsende taak: zij toetst het niveau van de opleiding op het niveau van de individuele student en borgt de kwaliteit van tentamens.

Voor de instelling en werking van de examencommissie heeft de VU een Handreiking Examencommissies. Ook is er een VU-breed overleg van examencommissievoorzitters om de werkwijzen op elkaar af te stemmen en VU-brede afspraken te maken.

BKO
De Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) geldt als minimumvereiste voor alle onderwijsgevende functieniveaus van het wetenschappelijk personeel (wp) en geldt sinds 2010 als voorwaarde voor een aanstelling in vaste dienst. In de BKO komen, naast didactische basisvaardigheden en multiculturele competenties, ook de VU onderwijsvisie en de persoonlijke reflectie op het academisch handelen door docenten aan de orde. 

SKO
Daarnaast kent de VU het traject naar de Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO) als vervolg op de BKO. Het doel van de SKO-opleiding is het bekrachtigen van (potentiële) senior docenten in de verschillende rollen die zij binnen het onderwijs vervullen, om zo de kwaliteit van het onderwijs te versterken. 

LOL
Sinds 2016 organiseert de VU intern de Leergang Onderwijskundig Leiderschap (LOL). Het doel van de leergang is om beter inhoud en vorm te geven aan onderwijskundig leiderschap op een strategisch niveau. 

Engels
Engelse taalvaardigheid is een basisvoorwaarde voor docenten die in het Engels doceren. Alle docenten die Engelstalig onderwijs verzorgen, worden getoetst op hun Engelse taalbeheersing. Indien de docent de vereiste score niet behaalt, volgt bijscholing.

De verbondenheid tussen onderwijs en onderzoek kenmerkt de academie. De VU verbindt onderzoek en onderwijs behalve in het curriculum ook nadrukkelijk in de academische loopbaan. Iedere wetenschapper, ook een wetenschapper waarbij de loopbaan een sterkere focus heeft op onderwijs, moet een basis hebben in onderzoek en deze basis moet gedurende de loopbaan worden onderhouden. Daarnaast is het niet mogelijk om academisch carrière te maken zonder aantoonbare ervaring en proeve van bekwaamheid in het onderwijs.
Dit wil echter niet zeggen dat de onderwijs- en onderzoeksprestaties van een individueel staflid op elk moment van hetzelfde niveau moeten zijn. Onderwijs- en onderzoeksprestaties kunnen ten opzichte van elkaar variëren, waarbij het mogelijk is die prestaties onderling te compenseren.

In 2015 heeft de VU het Raamwerk Onderwijsprestaties vastgesteld. Daarmee liep de VU voorop in het beter in balans brengen van onderwijs en onderzoek in een wetenschappelijke loopbaan. Sindsdien is het raamwerk opgenomen in het tenure track beleid van de VU en in het aanstellings- en bevorderingsbeleid van een toenemend aantal faculteiten. Dit draagt er toe bij dat:

  • de erkenning en zichtbaarheid van onderwijs en onderwijsprestaties in een wetenschappelijke loopbaan zijn vergroot
  • de professionele ontwikkeling van wetenschappers op het gebied van onderwijs beter wordt ondersteund
  • het loopbaanperspectief is versterkt voor die wetenschappers die zich richten op de kwaliteit van en het vernieuwen van het onderwijs, tot op het hoogste niveau in de organisatie
De VU biedt wetenschappers die zich bijzonder inzetten voor het onderwijs de mogelijkheid om carrière te maken tot op het niveau van hoogleraar. Er moet dan sprake zijn van prominentie en/of een excellente prestatie op het gebied van onderwijs binnen het profiel van een hoogleraar. Hiermee waardeert de VU sleutelposities op het gebied van onderwijs tot op het hoogste academische niveau binnen de organisatie. De VU heeft inmiddels meerdere hoogleraren met een onderwijsprofiel benoemd.