Beroepsprocedure

Het indienen van een beroepschrift

Het beroepschrift moet schriftelijk worden ingediend. Het indienen van een beroepschrift per e-mail is niet mogelijk. In het beroepschrift moet worden vermeld:

  • naam, adres en woonplaats; studentnummer;
  • een aanduiding van de betreffende examinator, examencommissie of ander orgaan dat de beslissing genomen heeft; 
  • een duidelijke omschrijving van de beslissing waartegen het beroep is gericht; stuur een kopie van de beslissing mee. Betreft het een weigering om te beslissen: omschrijf dan de situatie en geef aan welke beslissing genomen zou moet worden.  
  • de gronden van het beroep: motivering en waarom en op grond waarvan het beroep wordt ingesteld; 
  • datum en handtekening. Vermeld wel altijd het e-mailadres waarop je bereikbaar bent. Als je student bent, is dat je VU-e-mailadres.

Het beroep moet binnen zes weken na de dag waarop de beslissing bekend is gemaakt, worden ingediend. Als het beroepschrift te laat wordt ingediend, kan het alleen in behandeling worden genomen als er een gegronde reden is voor het te laat indienen.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij
      Het College van Beroep voor de Examens
      Bestuurszaken, t.a.v. mw. drs. A.M. van Donk
      De Boelelaan 1105
      1081 HV Amsterdam

Procedure

  • Het College stuurt de indiener van het beroepschrift (de appellant) een ontvangstbevestiging. 
  • Het College stuurt een kopie van het beroepschrift naar het orgaan waartegen het beroep is gericht, met de uitnodiging om in overleg met de indiener van het beroepschrift na te gaan of een minnelijke schikking van het geschil mogelijk is. 
  • Onder 'minnelijke schikking' wordt heroverweging van het besluit verstaan op grond van nader door de indiener ingebrachte argumenten. Het betekent dus niet dat je kunt gaan onderhandelen!
  • De wederpartij (verweerder) dient de indiener binnen een week na ontvangst van het beroepschrift op te roepen voor overleg. Binnen drie weken moet de wederpartij het College melden of er een minnelijke schikking tot stand gekomen is. 
  • Is er inderdaad een minnelijke schikking tot stand gekomen, dan wordt de procedure beëindigd. 
  • De Voorzitter van het College kan besluiten om de poging tot minnelijke schikking over te slaan als hij vindt dat zo’n poging zinloos is of tot een onevenredig nadeel voor de indiener zal leiden. 
  • Als er geen schikking tot stand komt, dient de wederpartij een verweerschrift in bij het College. In dat verweerschrift geeft hij zijn visie op de zaak. 
  • Het College roept de partijen op om te worden gehoord. Dat horen gebeurt tijdens een openbare zitting van het College. In bijzondere gevallen kan de zitting achter gesloten deuren plaatsvinden. Tijdens de zitting kunnen de standpunten van de partijen nader worden toegelicht. De leden van het College stellen zo nodig vragen. De indiener van het beroepschrift kan zich tijdens de zitting laten bijstaan door een raadsman. Dat kan een goede vriend of familielid zijn, maar ook een advocaat. Ook kan hij getuigen of deskundigen meenemen. De indiener moet voor de zitting bij de secretaris melden wie hij als raadsman of getuige wil meebrengen. 
  • Na de zitting doet het College binnen vier weken schriftelijk uitspraak. De uitspraak wordt naar de partijen gezonden.  

Bijzondere procedures
      
Het College kan onmiddellijk uitspraak doen als het oordeelt dat: 

  • het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het beroepschrift voldoet dan niet aan de voorwaarden om in behandeling te worden genomen; 
  • het beroep kennelijk ongegrond is; 
  • partijen niet gehoord willen worden; aan het beroep volledig tegemoet kan worden gekomen. 

Tegen een dergelijke uitspraak kan binnen veertien dagen verzet worden aangetekend.

Voorlopige voorziening
De Voorzitter van het College kan bij spoedeisende zaken op verzoek van de student een voorlopige voorziening treffen. Daarna volgt in principe nog de bodemprocedure, dat wil zeggen: de zaak wordt alsnog door het College behandeld.