Deze onderzoeksgroep richt zich op de dynamiek van teksten en identiteiten en zoekt die dynamiek te verstaan, in heden en verleden.
De zevenentwintig geschriften die bekend staan als het Nieuwe Testament zijn allemaal in de eerste of het begin van de tweede eeuw geschreven. Zij groeiden uit tot gezaghebbende Schrift in een proces dat uitmondde in de eerste vermelding van deze lijst in het jaar 367. Bisschop Athanasius van Alexandrië noemt als eerste de volledige canon van het Nieuwe Testament in zijn 39e Paasbrief. Deze onderzoeksgroep bestudeert de geschriften van het Nieuwe Testament in hun historische, culturele en religieuze setting van ontstaan en kijkt naar de wijzen waarop deze en andere geschriften gefunctioneerd hebben binnen de vorming van het christendom als wereldreligie. Hoe verhield het opkomende christendom zich tot het zich herformerende jodendom in de eerste eeuwen van onze jaartelling? Hoe reageerde het op de pagane leefwereld waarin het christendom groeide? We bestuderen het Nieuwe Testament vanuit een waaier aan perspectieven met historische, maar ook hermeneutische en contemporaine vragen in het achterhoofd. Van tekstkritiek tot receptiegeschiedenis, van theologische exegese tot filologie, we bedrijven het allemaal.