Prof. mr. dr. Jaap W. Winter

Voorzitter College van Bestuur

Jaap Winter (1963) is sinds 1 december 2013 voorzitter van het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam en o.a. verantwoordelijk voor de portefeuille Strategie en Externe Betrekkingen. Primaire doelen zijn het voorwaarden scheppen voor uitstekend  onderwijs en onderzoek. Daarbij is samenwerking met stakeholders van groot belang. Ook het verder ontwikkelen van een internationale campus staat hoog op de agenda.

Opleiding

Jaap Winter studeerde Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen en voltooide aan die universiteit ook zijn promotieonderzoek. Hij is specialist op het gebied van Corporate Governance in Nederland en in Europa.

Werkervaring

Na zijn promotie werkte hij als advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Den Haag en Amsterdam. In 1997 werd hij benoemd als jurist van de Raad van Bestuur bij Unilever, waarvoor hij ook twee jaar naar Londen werd uitgezonden. In 2003 keerde hij terug als partner bij De Brauw Blackstone Westbroek. Hij combineerde de advocatuur met wetenschappelijk onderwijs en onderzoek: sinds  1999 was hij als hoogleraar Internationaal Ondernemingsrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en vanaf 2005 aan de Universiteit van Amsterdam.  In 2010 werd hij daarnaast hoogleraar Corporate Governance aan de Duisenberg school of finance.

Nevenfuncties

  • Commissaris Randstad Holding N.V.
  • Commissaris Het Koninklijke Concertgebouw N.V.
  • Lid Raad van Toezicht Stichting Van Gogh Museum 
  • Lid Amsterdam Economic Board
  • Hoogleraar Internationaal Ondernemingsrecht UvA

Contactinformatie

Secretaresse: Annelies Frehe
T 020 59 85305
E a.m.m.frehe@vu.nl

‘De VU inspireert’

“Wat me aanspreekt in de VU is de manier waarop haar medewerkers constructief samenwerken aan initiatieven die maatschappelijk betekenisvol zijn. Ik was betrokken bij de oprichting van de Duisenberg school of finance en toen viel me dat op. Die grote bereidheid om iets moois te bouwen in Amsterdam op een niveau dat nog niet eerder bestond, dat inspireert. Ook de identiteit van de VU spreekt me aan: je moet terug naar vragen als: waarom doen we dit nu eigenlijk, wat motiveert mij persoonlijk? In mijn praktijk heb ik gezien dat veel problemen niet zijn op te lossen met meer regelgeving, handhaving en nieuwe processen. Veel belangrijker is het dat we een volwaardig gesprek hebben over elkaars achtergrond, drijfveren en wat we willen bewerkstelligen in het leven en het werk. Bij de VU vind je daar een rijke voedingsbodem voor, die wordt verbonden met de academische kern.

Die openheid om te bekijken wat je samen beter kunt doen spreekt me erg aan. Mijn portefeuille Strategie en Externe Betrekkingen is niet alleen een kwestie van samenwerking met externe stakeholders. Het gaat ook over hoe wij dat binnen de VU samen met elkaar gaan doen. Wat vinden we belangrijk, wat is er maatschappelijk gaande, waar staan we voor en waar willen we naar toe? Ik vind diversiteit daarbij een belangrijk thema. Diversiteit biedt openingen om excellentie te genereren.

Ook het nadenken over de rol van de VU-Vereniging in de huidige tijd vind ik belangrijk. Hoe binden we mensen aan de VU? Een universiteit is voortdurend in ontwikkeling, haar maatschappelijke rol moeten we steeds opnieuw definiëren. We hebben als wetenschappers een grote nieuwsgierigheid naar hoe de wereld in elkaar zit. En we rusten mensen toe voor een belangrijke rol in de samenleving. Er moet daarom een goede balans zijn tussen theoretisch en maatschappelijk relevant onderzoek. Docenten en studenten moeten elkaar uitdagen en inspireren om op een relevante manier in te kunnen spelen op actuele maatschappelijke vraagstukken. Daarbij moeten we helder verantwoording afleggen over hoe we omgaan met de publieke middelen. De samenwerking met de UvA biedt daarbij kansen om samen onze universiteitsopdracht nog beter te kunnen uitvoeren. Dat te doen met docenten, studenten, medewerkers en externe partijen zie ik als een spannende uitdaging.”