Onderzoek Christine Moser

Supermarken aan zet bij het verminderen van voedselverspilling

Managers van supermarkten hebben veel autonomie in het verminderen van voedselverspilling. Dat blijkt uit onderzoek van organisatiewetenschapper Christine Moser. “Helaas zitten managers echter vaak klem in tegenstrijdige doelen.” Ieder jaar wordt er in Nederland tussen de 1,7 en 2,5 miljoen ton eten verspild. Voor Moser reden om onderzoek te doen naar voedselverspilling. Zij pleit voor meer bewustwording voor deze vorm van verspilling. “Ik blijf mij verbazen over het feit dat mensen zo een derde van hun voedsel weggooien.”

Gedrag
Als organisatiewetenschapper kijkt Moser in haar onderzoek vooral naar de rol van organisaties in voedselverspilling. Ze hoopt dat mensen meer bewust worden van gedrag dat verspilling in de hand werkt en minder voedsel weggooien. “Je kunt er zelf iets aan doen. Maar nog belangrijker is de rol van organisaties: ons voedsel, inclusief de verspilling, is tegenwoordig helemaal “doorgeorganiseerd”. Vaak wordt er gedacht dat we niets kunnen doen aan dit systeem, en dat verspilling er nou eenmaal bij hoort. Ik denk dat het beter kan: we kunnen heus wel zorgen voor minder verspilling, mits we het probleem onderkennen en de urgentie ervan inzien. Mijn missie is dan ook om de huidige organisatie van voedselverspilling in kaart te brengen, en naar manieren te zoeken om die organisatie te verbeteren.”

Supermarkten
Uit het onderzoek van Moser is bijvoorbeeld gebleken dat managers van supermarkten veel autonomie hebben in het verminderen van voedselverspilling. Echter, ze zitten vaak klem: ze moeten tegenstrijdige doelen behalen, meer brood verkopen, bijvoorbeeld door vers brood aan te bieden tot sluitingstijd, en tegelijkertijd minder brood weggooien – wat niet kan als er tot sluitingstijd brood afgebakken wordt.  Maar veel managers zijn gemotiveerd om te werken voor minder verspilling. Er zijn veel initiatieven en samenwerkingen die zorgen voor een betere verdeling van voedsel dat gewoon nog prima eetbaar is maar niet meer in de winkel verkocht kan worden.”

Het onderzoek van Christine Moser loopt voorlopig door. De eerste resultaten zijn al gepubliceerd, en leiden tot nieuwe vragen die beantwoord moeten worden.
Wereldwijde voedselproductie in gevaar bij gelijktijdige hittegolven in gewasproducerende regio’s
Hittegolven kunnen de voedselproductie in gevaar brengen als ze gelijktijdig optreden in gewasproducerende gebieden, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, West-Europa, Rusland en Oekraïne. Gelijktijdige hittegolven in deze gebieden worden veroorzaakt door specifieke golfpatronen in de straalstroom die rondom de aarde cirkelt.

Een groep wetenschappers waaronder Kai Kornhuber van Columbia University (New York) en Dim Coumou, klimaatwetenschapper bij IVM-VU en het Potsdam Institute for Climate Impact Research, toont aan hoe specifieke golfpatronen in de straalstroom de kans op gelijktijdig optredende hittegolven in belangrijke gewasproducerende regio's sterk vergroten. Bijvoorbeeld in West-Europa en delen van Noord-Amerika en Azië. Deze gebieden zijn verantwoordelijk tot wel een kwart van de wereldwijde voedselproductie. Extreme weersomstandigheden van een dergelijke omvang kunnen de voedselproductie dus aanzienlijk schaden en de prijzen doen stijgen. Met grote maatschappelijke impact en sociale onrust tot gevolg. Dit onderzoek is vandaag gepubliceerd in Nature Climate Change.

Kwetsbaar voeldselsysteem
De onderzoekers ontdekten hiermee een nog niet eerder gevonden kwetsbaarheid in het voedselsysteem: “Wanneer deze grootschalige windpatronen zich voordoen, zien we dat het risico op gelijktijdige hittegolven in belangrijke gewasproducerende regio’s met twintig keer toeneemt”, aldus Kornhuber.

Wereldwijde voedselproductie in gevaar
Grote delen van de Verenigde Staten en Canada, West-Europa, Rusland en Oekraïne zijn bijzonder gevoelig voor deze atmosferische patronen die hittegolven veroorzaken die gewassen aantast. Dim Coumou vertelt: “Normaal kun je verwachten dat lage gewasopbrengsten in één regio worden gecompenseerd door goede oogsten elders. Deze golven in de atmosfeer kunnen echter tegelijkertijd de oogsten in belangrijke gewasproducerende gebieden laten mislukken, waardoor risico's ontstaan voor de wereldwijde voedselproductie.”

Betere kennis van golfpatronen nodig
De onderzoekers merken op dat klimaatmodellen niet alle aspecten van deze golfpatronen goed weergeven. Dit betekent dat verzekeraars en experts op het gebied van voedselveiligheid te maken kunnen krijgen met een blinde vlek bij het beoordelen van de mogelijk desastreuze effecten van hittegolven die gelijktijdig optreden. Vanwege de kwetsbaarheid van de wereldwijde voedselproductie is meer onderzoek nodig naar dit fenomeen. Betere kennis van deze mondiale golfpatronen kan uiteindelijk de voorspellingen van hittegolven en van de landbouwproductie verbeteren, zodat tijdig anticiperende maatregelen genomen kunnen worden.