Vragen en antwoorden SustainaBul

Duurzaamheid in opleidingen

Profielthema's
De wijze waarop de wetenschap zich verhoudt tot de maatschappij en andersom is aan verandering onderhevig. Hedendaagse maatschappelijke vraagstukken nemen toe in complexiteit en vragen om een aanpak vanuit meerdere disciplines. Toekomstige wetenschappers en professionals moeten over de grenzen van hun eigen domein kunnen samenwerken. De wetenschap wordt steeds meer uitgedaagd; steeds vaker moet de wetenschap haar maatschappelijke rol legitimeren. Als universiteit moet de VU zich de vraag stellen hoe men met deze ontwikkeling omgaat. Hoe kunnen wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen in onze cultuur geïntegreerd worden en wat betekent dit voor mensen, hun waarden en hun identiteit? Met onderzoek en onderwijs op de VU zal de wereld beter gemaakt worden. Door onderwijs in te richten langs de vier thema’s Connected World, Governance for Society, Human Health and Life Science en Science for Sustainability, wordt de samenwerking tussen verschillende vakgebieden op de hele VU gestimuleerd.

Strategie
In hoofdstuk 4 van de strategie beschrijft de VU haar visie op onderwijs, waarbij zij aansluit op de SDG’s. In de onderwijsvisie, onderwijsagenda en kwaliteitsplan onderwijs, die uit deze visie voortvloeien staat beschreven wat die visie is, hoe deze wordt vertaald en hoe de doelstellingen worden gemonitord. Eén van de ambities is “A Broader Mind for Students”.

Betrokkenheid
Uit onderwijsvisie: “In deze experimentele omgeving worden partners uit de publieke sector, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken om de vraagstukken in een zo breed mogelijke context te kunnen oplossen. De student wordt in deze onderwijsleeromgeving gezien als partner en krijgt ruimte voor initiatief. Samen met stakeholders wordt gezocht naar mogelijkheden tot valorisatie van de oplossingen”. “Naast de betrokkenheid van studenten in innovatie heeft de student medezeggenschap bij de verdeling van middelen voor onderwijsvernieuwingsprojecten. De student denkt op deze wijze actief mee over innovatie van onderwijs.” Lees meer in Onderwijsvisie Vrije Universiteit 2018.

Tweede plaats wereldwijd Times Higher Education Impact Ranking 2020
De Vrije Universiteit Amsterdam staat op de tweede plaats in de Times Higher Education Impact Ranking 2020 als het gaat om het ondernemen van actie tegen klimaatverandering. De ranking evalueert de bijdrage van 766 universiteiten wereldwijd aan de 17 duurzame doelen ofwel ‘sustainable development goals’. De hoge score op ‘Climate Action’ komt door de aandacht die de universiteit heeft voor het thema Science for Sustainability. Met dit thema creëert de VU voorwaarden waaronder mens, milieu en economie met elkaar in evenwicht komen zonder uitputting van de aarde. Dit gebeurt door fundamentele wetenschappelijke kennis te verbinden met kennis over het doorvoeren van duurzame veranderingen in de samenleving. Op basis van de totale evaluatie staat de VU op plaats 39 in de Impact Ranking.

A Broader Mind
De VU is een jaar geleden gestart met de pilot van het onderwijsprogramma A Broader Mind, waarin 500 bachelorstudenten aan maatschappelijke vragen werken en zelfontplooiing voorop staat. Dit jaar wordt het programma verder geimplementeerd uitgerold om uiteindelijke alle studenten te bereiken. Dit programma wordt uiteraard goed gemonitord, zowel kwalitatief als kwantitatief. Met dit programma leer je een maatschappelijk vraagstuk vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines te benaderen. De A Broader Mind Course is uniek, omdat studenten en andere stakeholders: docenten, wetenschappers en andere enthousiaste medewerkers van de VU het samen hebben ontwikkeld. De maatschappelijke uitdagingen nemen toe, worden complexer en vragen steeds meer om een multidisciplinaire aanpak. Thema’s zoals artificial intelligence, vergrijzing, geopolitieke spanningen, schaarste van natuurlijke bronnen, ongelijke spreiding van welvaart en klimaatveranderingen, tekenen de wereld van vandaag en morgen. In deze wereld is er behoefte aan verantwoordelijke leiders. Leiders die in staat zijn om complexe maatschappelijke kwesties vanuit een multidisciplinair kader te benaderen, met bewustzijn van het eigen morele kompas.

Aanbod
Met Verander je Wereld stimuleert de VU scholieren en studenten om multidisciplinair te leren en gebruik te maken van het volledige aanbod vakken. De VU is een algemene universiteit bestaand uit negen faculteiten, daaronder tandheelkunde en geneeskunde die per definitie duurzame opleidingen zijn omdat zij bijdragen aan de gezondheid van mensen (SDG 3 Goede gezondheid en welzijn).

Er worden al bijna 300 vakken gegeven die duurzaamheid op de een of ander manier behandelen en ook verplicht zijn. Om studenten inzage te geven over het aanbod van duurzaamheid in het curriculum van de VU, is er een omvattende inventarisatie beschikbaar. Als studenten hun curricula willen aanvullen of extra studiepunten willen verdienen door meer vakken te volgen over duurzaamheid, kunnen ze nu op een makkelijke manier de inventarisatie via web doorzoeken.

De inventarisatie wordt in beginsel jaarlijks geactualiseerd en daarbij wordt nu ook zo mogelijk aangesloten bij de SDG’s. Er worden nieuwe, sterkere criteria geformuleerd aan de hand van de SDG’s. Op dit moment is het aanbod als volgt:

  • Bachelor: 105 vakken waarin duurzaamheid behandeld wordt (in 2018: 67 vakken)
  • Master: 130 vakken waarin duurzaamheid behandeld wordt (in 2018: 101 vakken)
  • Minor: 48 vakken waarin duurzaamheid behandeld wordt (in 2018: 27 vakken)

In alle studies zijn een of meer vakken m.b.t. duurzaamheid verplicht. In het Instellingsplan 2020-2025 is dit ook verwoord. Dus in totaal biedt de VU 283 vakken (in 2018: 195 vakken, + 145%) aan waarin duurzaamheid geïntegreerd is. Verder biedt de VU op haar website een overzicht over duurzaamheid gerelateerde vakken per opleiding. Zo hebben studenten meerdere mogelijkheden om cursussen op het gebied van duurzaamheid te vinden die zij in hun studie kunnen integreren. Overigens hebben alle studenten een of meerdere vakken met duurzaamheid in hun studiepakket. Van iedere faculteit is een voorbeeld gegeven.

Onder het profileringsthema Science for Sustainability wordt dit ook interdisciplinair aangepakt, zelfs bedrijfsvoering wordt daarbij betrokken. Studenten worden daarover geïnformeerd doordat in alle studiejaren algemene en persoonlijke voorlichtingen plaatsvinden voor studenten om ze over hun studiekeuze mogelijkheden te informeren.

De VU verbindt zo fundamentele wetenschappelijke kennis inzake duurzaamheid met kennis over het doorvoeren van veranderingen in de samenleving. Daarmee richt zij zich op de gehele keten van fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en concrete toepassing. Implementatie van de profileringsthema’s vindt met name plaats langs de inhoudelijke lijn. De (interdisciplinaire) onderzoeksinstituten van de VU geven voor een belangrijk deel gestalte aan de profileringsthema’s.

Met de ontwikkeling van een honours course en een minor heeft de VU het afgelopen jaren belangrijke projecten op het gebied van onderwijs binnen het profileringsthema “Science for Sustainability” gerealiseerd.

Alle opleidingen zijn te vinden onder: https://studiegids.vu.nl/nl.

Monitoring
Evaluatie en criteria waarop wordt geëvalueerd is onder meer beschreven in de onderwijsagenda en in het kwaliteitsplan onderwijs. Uit Kwaliteitsplan Onderwijs VU 2019-2024: “Zowel op facultair als VU-breed niveau wordt de voortgang van de kwaliteitsafspraken en de besteding van de studievoorschotmiddelen jaarlijks als onderdeel van het proces voor het opstellen van elk facultair en het VU-brede jaarplan en jaarverslag met respectievelijk de facultaire en de VU- brede medezeggenschap besproken.”

De evaluatie van het onderwijs is beschreven in het Handboek Onderwijskwaliteit.

Op verschillende niveau’s bestaat binnen de VU onderwijsoverleg o.a. over het realiseren van de onderwijsagenda.

Formele besturing van de VU vindt plaats in het kader van de planning en controlcyclus. Het volgen van de realisering van de plannen, de bijsturing waar nodig en de voorbereiding van nieuwe plannen maken deel uit van de cyclus. Onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering krijgen hierin de noodzakelijke specifieke aandacht. Planning en verantwoording voor onderwijs is beschreven in 5.6.

Duurzaamheid in minoren

Algemeen
Op de website is duidelijk aangegeven welke minors beschikbaar zijn in het thema Science for Sustainability, waarbij natuurlijk ook in de andere thema minors te vinden zijn met een duidelijke duurzaamheidsinhoud. Dit past ook in de Strategie (2020-2025) waarin het onderwijs aansluit bij de SDG’s (pag 38).

In de cursusinventarisatie van Green Office zijn 283 vakken die de VU aanbiedt opgenomen waarin duurzaamheid geïntegreerd is. Van die vakken zijn er 105 Bachelorvakken, 130 Mastervakken en 48 vakken uit minors. Hieruit blijkt ook dat een substantieel deel van het onderwijs duurzaamheid als (keuze)onderdeel aanbiedt. De langetermijn strategie is er op gericht om het aanbod voor alle geïnteresseerden actueel, inzichtelijk en bereikbaar te maken. De minoren worden in het algemeen geëvalueerd door studenten en andere stakeholders en worden onder andere daarop geactualiseerd.

Minor: Sustainability: Global Challenges, Interdisciplinary Solutions (30 EC)
De Faculteit der Sociale Wetenschappen, de School of Business and Economics en de Faculteit der Bètawetenschappen en Green Office VU zijn betrokken met de ontwikkeling van deze minor die uit vijf cursussen bestaat. Hij richt zich aan alle Nederlandse en internationale bachelorstudenten van de VU maar ook van andere universiteiten. Studenten worden uitgenodigd de drie dimensies van duurzaamheid te leren kennen en daarnaast een oplossing te vinden op het gebied van hun interesse, zoals energie, klimaat of afval bijvoorbeeld. Studenten brengen hun academische vaardigheden in en leren multidisciplinair te werken.

Uit de cursusomschrijving: “This minor aims to engage students from all backgrounds in issues of sustainability by making them acquainted to the three dimensions of sustainability (i.e. People, Planet, Prosperity) and challenging them to design and develop solutions within their own field of interest (i.e. energy, climate, water, waste, nature, food security). Students are encouraged to step outside of their personal mono-disciplinary comfort zone and learn about the strengths, weaknesses, opportunities and threats in the three dimensions of sustainability. The students will learn how to identify and combine planetary opportunities that address the grand challenge from other disciplines, into innovative solutions for a more sustainable world.”

Cursusomschrijving

Verdere duurzaamheid gerelateerde minoren Er zijn meerdere minoren die betrekking hebben op duurzaamheid en die voor iedere bachelorstudent toegankelijk zijn. Zie hieronder:

Sustainability: Management and Innovation (30 EC)
Deze minor bekijkt duurzaamheid met een ondernemersperspectief en kijkt hoe innovatie kan bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. Globale verwarming, water management, energie en armoede zijn grote uitdagingen en innovatieve business modellen kunnen hier oplossingen voor zijn. Denk hierbij aan hernieuwbare energiebronnen, micro loans of de circulaire economie. Typisch voor deze modellen is dat ze gezamenlijke waarde opleveren: niet alleen winst, maar ook waarde voor de planeet and mensen. Deze minor is voornamelijk voor studenten van de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde bedoeld maar ook open voor gevorderde studenten met een verschillend academisch achtergrond. Binnen deze minor werden ook casussen van de Green Office behandeld, zoals de Foodhub of een duurzamere kantine.

Cursusomschrijving

Law and Global Society: Internet, Migration and Climate Change (30 EC)
Deze minor is niet alleen voor rechtenstudenten geschikt maar voor open voor alle VU bachelor studenten omdat rechten wel een rol spelen maar het doel is globale problemen interdisciplinair te beoordelen. Bestaand uit de drie onderdelen internet, migratie en klimaatverandering focust deze cursus op menselijke waarden en rechten, die vanuit een nationale, internationale en transnationale perspectief worden beschouwt worden. Het vak climate change law discuteert bestaande rechten die relevant zijn voor het veroorzaken en bestuur van klimaatverandering en kijkt naar de actoren die verantwoordelijk zijn voor deze rechten.

Cursusomschrijving

Development Studies (30 EC)
De minor “Development Studies” behandelt de thema’s die armoede en sociale ongelijkheid in de Global South omgeven. Ontwikkelingsbeleid gebaseerd op economische groei leverde verschillende resultaten op op het gebied van armoedereductie. Een groter BNP wordt vaak bereikt ten koste van sociale gelijkheid en het milieu. Tijdens deze minor wordt de effectiviteit van verschillende beleidsplannen inzake milieubescherming onderzocht. Development and Globalization (periode 1): Dit onderdeel biedt een introductie naar ontwikkelingssociologie en inzicht naar armoede, globale ongelijkheid en ontwikkeling. Verder wordt er onderzoek gedaan naar het effect op het milieu en de ecologische degradatie van verschillende beleidsplannen onderzocht. Environment and Development (periode 1): Het doel van dit onderdeel is om kritisch te kunnen reflecteren op de relatie tussen economische en sociale ontwikkelingen en het milieu, op globaal en lokaal niveau.

Cursusomschrijving

Bachelor- en masteropleidingen
Naast losse vakken biedt de VU ook Bacheloropleidingen aan waarbij er volledig wordt gefocust op duurzaamheid. Een specifiek voorbeeld van een Bachelor die volledig in het teken staat van duurzaamheid is de Bachelor “Science Business and Innovation” (SBI). Deze Bachelor kent ook een aansluitend Master programma, waarbij studenten zich in verschillende richtingen kunnen specialiseren. Naast de SBI Master heeft de VU ook andere Masters die zich in grote mate concentreren op duurzaamheid, namelijk de Masters “Spatial, Transport and Environmental Economics” en “Environment and Resource Management”.

Ook binnen de faculteit Rechtsgeleerdheid is met ingang van 2018/2019 een master die duurzaamheid als rode draad heeft: International Business Law, Climate Change and Sustainability.

Verder zijn er talloze superleuke nieuwe cursussen voor studenten beschikbaar: Sustainability, Management and Innovation en Communication Information Studies.

Honours Programme Designing Innovations for Sustainability

Designing Innovations for Sustainability

Bachelorstudenten, niet alleen van de VU maar ook van andere universiteiten, die zich voor een honours programme kwalificeerden kunnen zich inschrijven. Met een interdisciplinaire aanpak wordt in dit vak aan oplossingen voor vraagstukken rond het thema “een duurzamere universiteit” gewerkt. Dit is door casussen op te stellen rond de domeinen energie, afval, water en voedsel. Door gebruik te maken van casussen uit de praktijk krijgen studenten de kans hun kennis in een professionele omgeving in te zetten. VU instellingen zoals het energie centrum vroegen studenten om duurzame oplossingen te vinden en begeleidden ze tijdens de cursus.

VU Summer School

VU Summer School Governing Climate Change: Theory and Practice

De VU summer school bood in 2016 een duurzaamheid-gerelateerde cursus aan, Governing Climate Change: Theory and Practice. Studenten uit de hele wereld leerden twee weken lang over klimaatverandering en de historie van klimaatbestuur en -overeenkomsten zowel tijdens hoorcolleges maar ook door discussies, simulaties en excursies.

Monitoring

Evaluatie en criteria waarop wordt geëvalueerd is onder meer beschreven in de onderwijsagenda en in het Kwaliteitsplan Onderwijs. Uit Kwaltiteitsplan Onderwijs VU 2019-2024: “Zowel op facultair als VU-breed niveau wordt de voortgang van de kwaliteitsafspraken en de besteding van de studievoorschotmiddelen jaarlijks als onderdeel van het proces voor het opstellen van elk facultair en het VU-brede jaarplan en jaarverslag met respectievelijk de facultaire en de VU-brede medezeggenschap besproken.”

De evaluatie van het onderwijs is beschreven in het Handboek Onderwijskwaliteit.

Op verschillende niveau’s bestaat binnen de VU onderwijsoverleg o.a. over het realiseren van de onderwijsagenda.

Promotie van duurzaamheid gerelateerde cursussen

Cursussen die duurzaamheid als een onderdeel hebben worden op verschillende manieren actief gecommuniceerd om enerzijds studenten te stimuleren zich in te schrijven en anderzijds aandacht te richten op de toename van duurzaamheid gerelateerde delen in onderwijsprogramma’s. Op een fysieke manier gebeurt dit tijdens informatie evenementen zoals de Master en Minorenmarkt, waar studenten worden geïnformeerd over de verschillende programma’s. Op social media en in de onafhankelijke studentenkrant Advalvas werd het Honours Programma gecommuniceerd, in laatstgenoemde zelfs op de titelpagina, wat ook het gewicht van dit thema op de VU verduidelijkt. Behalve deze publicatie schrijft de Advalvas ook op zijn website over de honours.

Training en ondersteuning onderwijzend personeel

Algemeen
De VU sluit in het onderwijs aan bij de SDG’s, dit betekent dat iedere faculteit duurzaamheid integreert in haar curriculum. De invulling is aan faculteiten en afdelingen. De ondersteuning en training van onderwijzend personeel is beschreven en geldt voor alle aspecten dus ook voor duurzaamheid. Zie Handboek Onderwijskwaliteit.

Concrete plannen en uitvoering
Het Duurzame Transitieplan (2019) pakt op een structurele manier de verduurzaming van de VU aan: naast studenten en medewerkers worden ook docenten benaderd om deel te nemen aan overleggen, en zo mee te werken aan een duurzaamheidsambitie. Verder worden zij aangemoedigd als ambassadeurs binnen hun afdeling initiatieven op te starten en de transitie naar duurzaamheid te stimuleren. Na de eerste fase van interviews wordt er een lijst met duurzame activiteiten voor docenten ontwikkeld. Mensen kunnen aanvinken waarop ze willen focussen en kunnen zo hun gedrag veranderen. Daarnaast zal er zo ook meer informatie beschikbaar zijn over in hoeverre mensen willen meewerken aan verduurzaming.

Via GoodHabitz kunnen alle VU-medewerkers een digitaal programma volgen over duurzaamheid. De cursus Sustainability bestaat uit:

  • What is Sustainability?
  • A Little Becomes a Lot 
  • Shrink Your Footprint
  • Sustainable Work
  • It’s Easy Being Green

Op deze wijze geeft de VU echt ondersteuning aan het onderwijzend personeel.

Via Summer School-cursussen kunnen medewerkers en studenten hun kennis en vaardigheden uitbreiden. Er worden verschillende cursussen met duurzaamheid als thema aangeboden.

Het Athena Institute, aangesloten aan de Faculteit der Bètawetenschappen biedt een interdisciplinaire training over maatschappelijk verantwoord onderzoek voor research masterstudenten, promovendi en postdocs van alle faculteiten aan. Tijdens de 3-daagse RRI training (Responsible Research and Innovation) leren zij verantwoordelijk onderzoek te definiëren, de personele en gemeenschappelijke waarde van hun onderzoek te vergroten en ten slotte oplossingen te vinden voor interdisciplinaire uitdagingen.

De GO.VU werkt samen met VU-staf aan docententraining, zodat het makkelijker wordt voor docenten om duurzaamheid in hun vakken te integreren, en heeft dit ook in haar policy document verankerd. Verder zijn de lunch en evening lectures over duurzaamheidsgerelateerde thema’s die de GO.VU organiseert openbaar toegankelijk en zijn hier ook vaak docenten aanwezig. Heel concreet wordt kennis over duurzaamheid vergroot door middel van (het ontwikkelen van) een Massive Open Online Course (MOOC). Hiervoor hebben de studenten van het Green Office VU samengewerkt met het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) VU. Met deze MOOC kunnen 22.000 studenten plus 6.000 medewerkers van de VU meer over duurzaamheid leren, maar ook studenten van andere universiteiten en het grote publiek. De MOOC is op een online platform gepubliceerd en is toegankelijk voor iedereen. Verder wordt er veel over duurzaamheid gecommuniceerd en zijn er plannen om meer cursussen voor docenten aan te bieden (bijvoorbeeld door de Green Office die het in haar policy document als doel heeft vermeld). Al deze activiteiten zijn onderdeel van de langetermijnstrategie van de VU.

Green Impact - Rootability
Om wetenschappelijk personeel ondersteuning en training te bieden op het gebied van duurzaamheid, wil Green Office VU in samenwerking met Rootability het Green Impact-programma invoeren. Dit programma moedigt medewerkers aan om op de werkplek eenvoudige acties te ondernemen op het gebied van sociaal-economische en ecologische kwesties. Green Impact is in 2006 ontwikkeld door de National Union of Students (NUS) in het Verenigd Koninkrijk. Sindsdien is het programma een enorm succes en werd het in 2016 bekroond met de UNESCO-Japan Prize on Education for Sustainable Development.

Broader Mind for Professionals
In het kader van levenlang ontwikkelen gaat de VU het programma “A Broader Mind for Professionals” ontwikkelen. Het geeft professionals uit het bedrijfsleven en non-profitorganisaties de kans om bij te dragen aan een betere wereld vanuit hun eigen beroepspraktijk (pag. 42 Stratege 2020-2025)

Monitoring
Evaluatie en criteria waarop wordt geëvalueerd is onder meer beschreven in de onderwijsagenda en in het Kwaliteitsplan Onderwijs. Uit Kwaliteitsplan Onderwijs VU 2019-2024: “Zowel op facultair als VU-breed niveau wordt de voortgang van de kwaliteitsafspraken en de besteding van de studievoorschotmiddelen jaarlijks als onderdeel van het proces voor het opstellen van elk facultair en het VU-brede jaarplan en jaarverslag met respectievelijk de facultaire en de VU- brede medezeggenschap besproken.”

De evaluatie van het onderwijs is beschreven in het Handboek Onderwijskwaliteit.

Sustainable Development Goals

De SDG’s vormen de rode draad bij de VU. Dat is ondermeer te zien op de speciale webpagina’s over de SDG’s op de VU en bij de antwoorden op vraag 1 en vraag 2. De bibliometrische SDG-analyse zoals ontwikkeld door de VU in het kader van de internationale Aurora-samenwerking, is inmiddels ook de VNSU overgenomen. Het duurzaamheidsonderzoek aan alle Nederlandse universiteiten is dus met eenzelfde, eenduidige en gevalideerde onderzoeksmethode in kaart gebracht.

SDG’s worden ook in de cursussen en onderwijsactiviteiten geintegreerd. Dit is een niet aflatend proces om actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in het onderwijs te incorporeren. In de inventarisatie van duurzame opleidingen (bachelor, minor, master) is ook aangegeven in welke cursussen en onderwijsactiviteiten er expliciete aandacht voor de SDG’s is. Waar dat niet is aangegeven, worden de SDG’s hoogstwaarschijnlijk ook in de cursussen en onderwijsactiviteiten behandeld. Dit omdat de SDG’s de concrete, natuurlijk uitwerking en invulling zijn van de nogal algemene begrippen duurzaamheid en sustainability. Onze verdergaande ambitie blijkt ook uit de grote betekenis van speerpunt 1. Duurzaamheid in het Instellingplan 2020-2025. In het verlengde daarvan wordt ook een Roadmap opgesteld door Bureau Bestuurszaken met daarin ondermeer verreikende duurzaamheidsdoelstellingen in de clusters Onderwijs, Onderzoek, Valorisatie en Organisatie.

Duurzaamheid in onderzoek en projecten

Er worden talloze initiatieven gestimuleerd voor het uitvoeren van duurzame initiatieven, onderzoek en projecten op alle faculteiten door medewerkers en studenten. Deze vinden gedurende het hele jaar plaats en worden op reguliere basis gemonitord teneinde permanente verbeteringen aan te brengen in onderzoek en projecten.

Bij alle faculteiten van de VU is een aanzienlijk deel van het onderzoek gerelateerd aan een of meer SDG’s. Diverse onderdelen van de VU-organisatie zijn in hun geheel gericht op duurzaamheid, zoals het Instituut voor Milieuvraagstukken, de afdeling Environment and Health, het Environmental Humanities Center en het Amsterdam Sustainability Institute. Jaarlijks worden honderden studenten betrokken bij onderzoeksprojecten op het gebied van duurzaamheid aan de VU. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de scriptie- en afstudeerprojecten in het kader van de bacheloropleiding Aarde & Economie en de masteropleiding Environment and Resource Management. Een aanzienlijk deel van deze projecten is gerelateerd aan het werk van VU-onderzoekers die de studenten begeleiden. Op deze manier dragen de studenten ook vaak bij aan invloedrijke wetenschappelijke publicaties en beleidsadviezen op het gebied van duurzaamheid. Een aantal daarvan zijn opgenomen in het programma “Sustainable Campus” voor de periode 2020-2025, waarbij, als het mogelijk is aan het project een wetenschappelijke kennispartner wordt verbonden (voorwoord Sustainable Campus).

De VU wil met haar onderzoek antwoorden vinden op wetenschappelijke en maatschappelijke vragen. In toenemende mate wordt het onderzoek geclusterd rond haar vier profielthema’s. De maatschappelijke relevantie heeft de VU een model voor impactmeting ontwikkeld, gekoppeld aan de SDG’s (pag 46, 47 en 49 van de Strategie). Op pag 51 van de Strategie is duidelijk dat de VU zich richt op de SDG’s met haar onderzoek. De focus op maatschappelijke relevantie is hier ook terug te vinden.

Science for Sustainability
Het profileringsthema Science for Sustainability staat hoog in het vaandel. Binnen het thema Science for Sustainability integreert de VU alle disciplines die kunnen helpen een toekomstbestendig evenwicht tussen mens, milieu en economie te bereiken. Van biologie tot aan economie, en van de sociale- tot de natuurwetenschappen. Het gaat hierbij om een kruisbestuiving die antwoorden wil vinden op de grootste vragen van onze tijd. Door nadruk te leggen op dit thema toont de VU aan haar studenten te stimuleren op het gebied van onderzoek naar duurzaamheid. Gedurende dit studiejaar, het jaar van dit profileringsthema, zullen de interdisciplinaire onderzoekslijnen op het gebied van duurzaamheid versterkt worden en zullen milieuthema’s vanuit verschillende perspectieven benaderd worden.

Honours Programma Designing Innovations for Sustainability
Deze VU-brede Honours cursus is gefocust op praktische oplossingen rondom duurzaamheid. Naast de theoretische basis worden er jaarlijks verschillende casussen uit de praktijk behandeld die antwoorden zullen zoeken voor de centrale vraagstelling “Hoe kunnen wij de universiteit duurzamer maken?”. Nadat de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid op de VU waren gedefinieerd zijn de studenten aan de slag gegaan en werden zij ondersteund door een praktische en een wetenschappelijke expert op het gebied van een van de domeinen energie, afval, water en voedsel. De uitgewerkte oplossingen worden maart gepresenteerd voor relevante personen binnen en buiten de VU die deze kunnen implementeren. De studenten leren door deze cursus de complexiteit van duurzame uitdagingen kennen en leren hoe hun theoretische kennis in de praktijk aan een duurzamere campus kan bijdragen. Op deze manier worden ze gemotiveerd aan duurzame vraagstukken in de praktijk te werken en naast het onderzoek ook naar de implementatie te kijken. Verder inzicht in de behandelde casussen en de resultaten is in het artikel uit de Advalvas te vinden. Zie de Cursusomschrjving Honours Programme Designing Innovations for Sustainability.

Minor Sustainability & Innovation
Deze minor richt zich aan alle bachelorstudenten van de School of Business and Economics of gevorderden van andere faculteiten en universiteiten. Het vak Marketing Sustainable Innovations dat in januari 2017 plaatsvond behandelde casussen van de Green Office die onder andere over een duurzamere kantine, de Foodhub of waterverbruik gingen. De uitkomsten presenteerden de studenten aan leden van de Green Office en experten uit de praktijk. Zie de cursusomschrijving.

Green IT
Op de VU bestaat er een platform genaamd Green IT dat gecoördineerd wordt door Prof. Patricia Lago. Green IT is een lab waar duurzame software wordt ontwikkeld. Studenten die de master Computer Science volgen kunnen hier de specialisatie ‘Software Engineering and Green IT’ kiezen en worden hierin aangespoord om duurzame oplossingen te vinden voor IT-issues. Zie ook de omschrijving track.

Green Office
De Green Office faciliteert onderzoek op het gebied van duurzaamheid op verschillende wijze en faciliteert binnen haar Living Lab en Student Consultancy Hub ook stageplekken.

Thesis support
Studenten met een duurzaamheidsproject worden in hun onderzoek begeleid. De Green Office Research Coördinator geeft steun waar mogelijk en helpt betrokken partijen te benaderen. Daarnaast stimuleert de GO.VU studenten om verder te kijken dan het gebaande pad binnen hun studie. De GO heeft een open houding naar nieuwe initiatieven van studenten, en een groeiend netwerk van bedrijven die stages aanbieden aan studenten geïnteresseerd in duurzaamheid. Dit wordt verder opgepakt in het Living Lab/Student Consultancy Hub.

Living Lab/Student Consultancy Hub
De Green Office heeft haar eigen Living Lab opgezet, een platform om onderzoek op het gebied van duurzaamheid te faciliteren. Het Living Lab heeft een intern en een extern onderdeel. Het externe onderdeel is een samenwerking met groene partners die zijn onderverdeeld in vijf categorieën: water management, waste management, ecosystem services, circular economy, and sustainable investing. Door een netwerk op te zetten met bedrijven binnen deze segmenten kunnen er vraagstukken aangeleverd worden in een groot interessegebied van studenten. Het Living Lab heeft drie functies: Casussen van partijen binnen en buiten de VU te presenteren, de verbinding te maken met studenten die op zoek zijn naar een onderzoek en deze casussen en vervolgens de opdrachtgever en student tijdens het proces te ondersteunen en coördineren. Zo worden studenten actief gestimuleerd onderzoek te doen en stage te lopen op het gebied van duurzaamheid. Het interne onderdeel is gericht op het integreren van meer duurzame vraagstukken bij vakken op alle faculteiten. Dit wordt gedaan door actief contact te onderhouden met docenten en door samenwerking met de GO.VU studenten de optie te geven om hun case study over een duurzaam onderwerp te doen. De Living Lab geeft studenten de mogelijkheid praktische ervaring op te doen terwijl ze waardevol onderzoek creëren welke wederom organisaties faciliteert om geïnformeerde belangrijke beslissingen te maken.

Op het moment is er een database opgezet, zijn er verschillende partijen benaderd en zijn de eerste voorstellen geformuleerd. Ook is er al een master thesis in werking over het thema “Carbon Offset”. De opdrachtgever is het International Office van de VU. Een PhD student doet onderzoek naar de Foodhub van de Green Office en een ander onderzoeksproject gaat over een restaurant op de VU. De Facilitaire Campus Organisatie werkt aan een voorstel en bedenkt nadere duurzaamheidsvraagstukken. In het kader van het externe Living Lab werd er een stage met onderzoeksonderdeel samen met de Green Business Club aangeboden. Naast onderzoek over mobiliteitsgedrag van studenten moesten de resultaten in een advies voor bedrijven op de Zuidas worden geformuleerd en gepresenteerd worden.

Website GO.VU Student Consultancy Hub

Research Inventory
Om het contact tussen studenten of andere geïnteresseerden en onderzoekers of instituten te faciliteren maar ook om een algemeen overzicht te geven over al het onderzoek over duurzaamheid op de VU Amsterdam heeft de Green Office een inventarisatie gemaakt. Deze is ingedeeld in individuele onderzoekers/doctoraten/theses en onderzoeksinstituten/-centra.

Research journal
De Green Office publiceerde in maart 2017 haar eerste wetenschappelijke magazine, het “Science for Sustainability Journal”. Meerdere onderzoeken werden door een team bestaand uit zes reviewers en drie leden in het editorial board geïnspecteerd en aangepast. Met deze journal wordt er meer zichtbaarheid aan onderzoek op het gebied van duurzaamheid gegeven en wordt het op deze manier aantrekkelijker voor studenten gemaakt om onderzoek over duurzaamheid te doen. Deze hulpbron streeft ernaar de engagement van studenten en docenten met duurzaamheid te verhogen en te animeren. Momenteel wordt er gewerkt aan een tweede uitgave.

Team Research
De Green Office beschikt ook over een Team Research, een team van vrijwilligers die onder leiding van de Research Coördinator onderzoeken uitvoeren. Een was een enquête over eetgewoonten, de andere analyseerde de VU Bachelordag naar duurzaamheid. Zo geeft de Green Office studenten van alle opleidingen de kans buiten hun curriculum onderzoek projecten met duurzame betrekking uit te voeren.

Stimuleren van onderzoek naar duurzaamheid binnen faculteiten
Het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) beschikt over een lijst met scriptieonderwerpen voor Bachelor of Science studenten die allemaal gerelateerd zijn aan duurzaamheid. Binnen de opleiding Aarde en Economie wordt onderzoek naar duurzaamheid actief gestimuleerd doordat een lijst voor studenten toegankelijk gemaakt wordt die meer dan vijftig onderwerpen voor scripties bevat.

Green Living Lab
Het Groene Leven Lab is een Living Lab dat zich richt op het combineren van groen en het leven van mensen. Het biedt ruimte aan sociale ondernemers, onderzoekers en studenten om oplossingen te vinden voor een gezond stadsleven en om onderzoek te doen op hun locatie. Zij hebben ook meegeholpen aan het “Green Healthy Students” onderzoek van Jaap Seidell, Coosje Dijkstra, Jolanda Maas en Nicole van den Bogerd. Dit onderzoek keek naar de wensen en behoeften van studenten ten aanzien van een groene, vitale, inspirerende en uitdagende universiteitsomgeving. Deze inzichten bieden universiteiten een kans om een omgeving te creëren die aansluit bij de wensen en behoeften van studenten. Om dit onderzoek heen is door hun “the Green Student Bootcamp Challenge” gemaakt, waarin studenten 12 weken lang een cursus kregen over hoe ze “groener” konden leven als studenten. Kijk voor meer informatie op de Green Living Lab website.
 
Energie Coördinatie Centrum VU - VUmc (CCE)
Bij het Energiebedrijf van de VU zijn standaard afstudeer- en stageplekken voor studenten die zich met duurzaamheid bezig houden. Dit geldt zowel voor technische onderwerpen als meer sociaal-wetenschappelijke onderzoeken. Het CCE heeft in 2016 twee afstudeer-/ scriptieplekken aangeboden in samenhang met het Energie Master Plan: Een ging over energie optimalisatie van installaties bij het CCE en de andere over het maken van een roadmap om de VU energieneutraal te krijgen is. Ook dit jaar biedt de CCE weer scriptieplekken aan. Een student is op het moment bezig met het onderwerp “competitief altruïsme”, waarin het gedragscomponent in energiereductie wordt onderzocht. Daarnaast beschikt de CCE ook over MBO stageplekken. Om de studenten zoveel mogelijk te betrekken bij de energievoorziening van de VU organiseert het CCE rondleidingen voor studenten door het energiecentrum. Het research proposal roadmap to climate-neutral VU geeft een goed beeld.

Voorbeelden onderzoek duurzaamheid bij andere profielthema’s

  • Human Health & Life Sciences (H2LS) bestudeert de gezondheid en het welzijn van mensen, inclusief de organisatie en bekostiging daarvan. Verdere toelichting is overbodig.
  • Governance for Society bestudeert de inrichting en het bestuur van organisaties en samenlevingen. Voorbeeld is het Migration & Diversity Centre (MDC) wat aims to contribute to new or more refined social, legal and historical theory, as well as to practical insights into the opportunities and challenges posed by diversity.
  • Connected World bestudeert de invloed van digitalisering en globalisering op menselijke, culturele, economische en politieke verhoudingen. Ook vanuit recht (migratierecht) en economie zijn onderzoekers betrokken bij Connected World. Zo bestuderen vervoerseconomen maatschappelijke problemen die voortkomen uit ruimtelijke interacties en onderlinge bereikbaarheid binnen stedelijke gebieden.

Sustainable Development Goals

De SDG’s vormen de rode draad bij de VU. Dat is ondermeer te zien op de speciale webpagina’s over de SDG’s op de VU. De bibliometrische SDG-analyse zoals ontwikkeld door de VU in het kader van de internationale Aurora-samenwerking, is inmiddels ook de VNSU overgenomen. Het duurzaamheidsonderzoek aan alle Nederlandse universiteiten is dus met eenzelfde, eenduidige en gevalideerde onderzoeksmethode in kaart gebracht. SDG’s worden ook als richtlijn voor onderzoek en projecten toegepast. Dit is een niet aflatend proces om actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in het onderzoek te incorporeren. Verdergaande ambitie blijkt ondermeer uit de grote betekenis van speerpunt 1. Duurzaamheid in het Instellingplan 2020-2025.

Reductie emissies

Visie voor de toekomst
Het Masterplan Campusontwikkeling 2014 VU/VUmc beschrijft wat VU en VUmc willen en hoe zij dat willen doen: met een duidelijk doel en weloverwogen, stap voor stap, duurzaam en met oog voor de omgeving (pagina 4 van het masterplan). Het plan beschouwt 3 periodes, tot 2020, van 2020 tot 2030 en na 2030 (pagina 71 e.v.). Op pagina 11 staat dat VU en VUmc staan voor duurzaamheid, zowel in wetenschappelijk onderzoek als op hun campus. Duurzaamheid is dan ook één van de pijlers van het plan. Zoals aangegeven op pagina 56 gaat de VU gaat in haar bedrijfsvoering voor de lange(re) termijn uit van het Energie Masterplan (pagina 58), het huidige beleid voor mobiliteit en duurzaamheid van de gebouwen middels BREEAM-systematiek. Met deze plannen voldoet de VU ruimschoots aan de klimaatdoelstellingen van Parijs.

In 2019 is op de VU een klimaattafel georganiseerd voor studenten, stakeholders en medewerkers. Zij zijn op deze wijze samen verder uitgedaagd om mee te denken over de mogelijkheden om de CO2-uitstoot door directe activiteiten en indirecte activiteiten verder te verlagen. De Vrije Universiteit staat op de tweede plek wereldwijd in de Times Higher Education op het gebied van Climate Action. Ook heeft de VU de bijdrage aan de 17 SDG’s in kaart gebracht. Met onderwijs en onderzoek draagt de VU in hoge mate bij aan deze SDG’s. Ook de footprint (bedrijfsvoering en huisvesting) wordt veel bijgedragen. In bijlagen is deze bijdrage inzichtelijk gemaakt.

EMP
De klimaatagenda van de VU is zeer ambitieus en vooruitziend, gebaseerd op een pakket maatregelen voor het verminderen van de broeikasgasemissies. CCE, VU en VUmc hebben in samenwerking een Energie Masterplan (EMP) geschreven voor de toekomstige energieopwekking van de VU campus. Het EMP is een lange termijn visiedocument op de energiehuishouding voor de VU Campus van VU en VUmc. Het is gericht op een zo hoog mogelijke leveringszekerheid en een zo duurzaam mogelijke campus. Het EMP en de visie voor campusontwikkeling van VU is als een integraal geheel te bezien.

EMP in het kort:

  • Campus (nagenoeg) gasvrij in 2035 (buiten het gas wat in de labs nodig is voor onderzoek)
  • Grootschalige collectieve WKO inzetten gecombineerd met aansluiting op externe energienetten waar mogelijk. Indien noodzakelijk vanwege afwijkende temperatuur niveaus kunnen enkele bestaande gebouwen worden voorzien van aangepaste voorzieningen.
  • Warmte- en koude netten Zuidas combineren met collectieve WKO
  • Nieuwe of gerenoveerde gebouwen worden geschikt gemaakt voor aansluiting op nieuwe energiesystemen (WKO/Nuon: laag temperatuur verwarming, hoog temperatuur koeling).
  • Grootschalig groen inkopen, kleinschalig zelf opwekken: Zelf meer duurzaam opwekken dan strikt vanuit de wetgeving noodzakelijk is moet mogelijk blijven, PV, urban wind, bio-energie, energieopslag, etc. moeten geïntegreerd kunnen worden.

In het masterplan zijn de ambities en doelen er zijn plus welke stappen er worden genomen, aangegeven. Dit betekent dat de VU campus fossielvrij is in 2035. In de klimaatbrief van maart 2019 is dit zo ook verwoord. De uitvoering van het EMP wordt geïmplementeerd en gemonitord onder meer in de VU-brede jaarplancyclus. Per kwartaal worden rapportages door de diensten opgesteld met deze informatie en die rapportages worden bij het Bureau Bestuurzaken van het CvB behandeld.

Parijsakkoord
De klimaatdoelstellingen van Parijs zijn duidelijk: de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 °C en ernaar te blijven streven de stijging te beperken tot 1,5 °C, alsmede het streven van de landen om de piek van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd zo snel mogelijk te bereiken. De UNEP, de milieuorganisatie van de VN, heeft berekend: de uitstoot moet tussen 2060-2075 naar 0 voor het halen van de twee graden en al rond 2050 voor anderhalve graad. Het aanleggen van bos wordt door de UNEP als mogelijkheid gezien om kooldioxide aan de atmosfeer te ontrekken.

Het Energie Masterplan 2035 zorgt ervoor dat de VU, voor het eigen gebruik van elektriciteit en warmte, als in 2035 fossielvrij is. Daarmee voldoet de VU heel ruimschoots aan het in Parijs getekende klimaatakkoord (15 jaar eerder) en gaat ook verder dan de ambities van de gemeente Amsterdam (10 jaar eerder). Ook wordt er gewerkt aan het zo veel als mogelijk terugdringen van andere broeikasgassen. Dit gebeurt door eisen te stellen bij de aanschaf van LCD-schermen, dubbel glas, PV-panelen, transformatoren, etc. Op dit moment worden dergelijke eisen in Nederland nog niet gesteld. Ook daarmee is de VU een koploper. Aan Klimaattafels werkt de VU dit beleid verder uit, voor de VU en ook voor de bedrijven op de Zuidas.

Met het verder vergroenen van de campus in de komende periode wordt koolstofdioxide uit de atmosfeer vastgelegd in planten en bomen. Hiermee wordt het (versterkte) broeikaseffect verder teruggedrongen. Ook wordt door groen-blauwe daken op de universiteitsgebouwen de luchtkwaliteit verbeterd en wordt water langer vastgehouden in geval van extreme neerslag. Ook werkt ‘groen’ verkoelend waardoor hitttestress wordt tegengegaan. Biodiversiteitsverbeterende maatregelen maken eveneens een onderdeel uit van de vergroening.

Mobiliteit
Door ligging van en maatregelen door de VU komen vrijwel alle studenten en medewerkers met openbaar vervoer, lopend of met de fiets. Slechts 100 van de 4.600 medewerkers komen dagelijks met de auto naar de VU (getallen bij benadering). Het groen vervoerbeleid is enorm succesvol en wordt de komende tien jaar naar verwachting geintensiveerd. In de klimaatbrief van maart 2019 is dit zo ook verwoord. Voorbeeld: de nieuwe fietsenstalling op het campusplein; waar eerst auto’s stonden geparkeerd is nu een met groene hagen omzoomde fietsenstalling waar fietscoaches gastheer zijn (de fietscoaches waren vroeger jongeren in een uitkering en zijn in dienst bij de VU).

Ook is er aandacht voor het drastisch verminderen, met inzichtelijke targets, van vliegverkeer, onder andere door een kritische afweging bij reizen; het gebruik van alternatief vervoer en het investeren in klimaatvriendelijke communicatiealternatieven en gedragsverandering om deelname op afstand aan academisch overleg, conferenties en uitwisseling mogelijk te maken.

Gebouwen volgens BREEAM
De VU-campus zal in de komende 10 jaar uitgroeien tot een duurzaam gebied waarin het prettig studeren, werken, ontspannen en wonen is. De VU realiseert in huisvesting zeer hoge duurzaamheideisen en maakt gebruik van de BREEAM methodiek om haar ambitie en prestatie inzichtelijk te maken. De ambities en doelen plus welke stappen er zijn, zijn vastgelegd in de programma’s van eisen en ‘zichtbaar’ in de gerealiseerde gebouwen.

Een duurzaam onderhoudsbeleid
De VU zal haar gebouwen duurzaam onderhouden en heeft dit vastgelegd vast in nieuw onderhoudsbeleid. Dit duurzame onderhoudsbeleid is onlosmakelijk verbonden met de duurzame nieuwbouw op de VU Campus. Behalve het realiseren van deze duurzame nieuwbouw is meteen ook vastgelegd op welke wijze deze duurzame gebouwen, duurzaam onderhouden worden. Duurzaamheid is nadrukkelijk en integraal onderdeel van de aanbesteding van het onderhoud van de gebouwen

Interactie tussen bedrijfsvoering en primair proces
Voor de VU is duurzaamheid alleen mogelijk in interactie tussen en met een integrale aanpak van onderwijs, onderzoek, bedrijfsvoering en huisvesting. Daarom is zijn plan of action en transitieplan toegevoegd die deze integrale aanpak voor de komende tien jaar beschrijven aan de hand van ambities en doelen plus welke stappen er zijn.

Een vernieuwde visie op afval
In 2019 is een nieuwe Europese Aanbesteding afval afgerond. Een nieuw opgestelde “visie op afval” vormt een van de uitgangspunten van deze aanbesteding. Deze visie heeft een reikwijdte van de komende 10 jaren.
De ambitie van de VU in deze visie luidt als volgt: “Het is onze ambitie om de hoeveelheid afval op de VU te verminderen (preventie), afvalstromen (beter) te scheiden en de bewustwording onder studenten en medewerkers te vergroten. De VU draagt zo bij aan een circulaire economie. De inzameling van afval is eenvoudig, gebruiksvriendelijk en past in het ‘straatbeeld’ van de VU. De afvoer en verwerking van afval is uitbesteed aan een erkende afvalleverancier. Afval wordt op een veilige en duurzame manier opgeslagen en afgevoerd. Afval wordt zo milieuvriendelijk mogelijk verwerkt. Dit alles doen we op een efficiënte en effectieve manier, waarbij we samenwerken met onze partners. Onze communicatie hierover is helder en transparant”.

In de visie zijn zeven speerpunten benoemd:

  • Minder afval met als doelstelling 10% minder afval in 2022 tov 2017
  • Meer bewustwording
  • Beter scheiden van afval met als eerste stap 15% afval meer te scheiden
  • Zo hoog mogelijk ‘op de ladder’, dus milieuvriendelijke verwerking 
  • Veiligheid voorop
  • Actief sturen
  • Afspraken met externe partijen

Zie ook antwoord 10.

Water
De VU-visie en het -beleid is om aan de voorkant zoveel als mogelijk water te besparen (input middelen doelstelling). Deze doelstelling is vertaalt in de standaard/generiek Programma van Eisen voor nieuwbouw en verbouw. Zie ook antwoord 9.

Duurzame catering
De catering wordt langs verschillende sporen verduurzaamd: Fairtrade, EKO-keurmerk, lokale producten/erkende streekproducten, seizoensproducten, dierenwelzijn. Zie ook antwoord 17. Voor duurzame catering en vending is ook vastgelegd dat er kwartaaloverleg met studenten van het Green Office plaatsvind om verdere duurzaamheidskansen te bespreken. Daarnaast is de ambitie een PET-watervrije campus te worden. Zie ook antwoord 13.

Duurzaam inkopen
Voor duurzaam inkopen is het beleid voor de komende 10 jaar vastgelegd in het geactualiseerde inkoopbeleid.

Monitoring en rapportage
Emissies worden gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de emissieacties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Fossielvrije Campus (7.2), Vergroenen en vernieuwen (11.1), Zero Waste Zuidas (12.2), Energievraagreductie (13.6) en Duurzame mobiliteit (13.7)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het College van Bestuur bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Reductie energieverbruik

De VU Campus wordt stapsgewijs vernieuwd als onderdeel van de lange termijn strategie. Deze vernieuwing van de campus, deels door vervanging, deels door renovatie, is noodzakelijk omdat een aantal gebouwen functioneel en technisch verouderd is. Bij deze verbeteringen stellen wij hoge duurzaamheideisen. Zowel bij renovatie, nieuwbouw als sloop wordt gebruik van de BREEAM methodiek van de Dutch Green Building Council om haar ambitie en prestatie inzichtelijk te maken. BREAAM is de meest toonaangevende methode voor implementatie en monitoring van duurzaamheidsmaatregelen in de gebouwde omgeving.

Op het gebied van energie heeft de VU de volgende eisen:

  • Fossielvrij in 2035, zie onder 4 van het Energie Masterplan
  • Breeam excellent voor nieuwbouw
  • Reeds aanwezige vastgoed te certificeren voor BREEAM in Use met een niveau van minimaal Good. Met deze certificering is weer een stap gezet in de ontwikkeling van een duurzame en leefbare campus
  • 2% energie-efficiency per jaar

Nieuwbouw
Nieuwe gebouwen worden voor zover mogelijk ontworpen en gecertificeerd volgens BREEAM Nieuwbouw op het niveau Excellent. Het Nieuwe Universiteitsgebouw heeft voor het ontwerp het BREAAM-certificaat Excellent behaald. Het Onderzoeksgebouw VU is in ontwerp en op grond van het definitief ontwerp verwacht de VU net als voor het Nieuwe Universiteitsgebouw het niveau excellent te halen.

Het W&N-gebouw wordt zo duurzaam mogelijk gesloopt. Het Onderzoeksgebouw VU wordt een laboratoriumgebouw dat niet binnen de scope van de standaard beoordelingsrichtlijn valt. De VU heeft samen met de DGBC een maatwerktraject opgestart om tot een 'BREEAM-bespoke' beoordelingsrichtlijn te komen. Een bespoke richtlijn is een richtlijn voor gebouwen waarvoor nog geen vastgestelde richtlijn bestaat. Vastgestelde richtlijnen bestaan bijvoorbeeld voor kantoren, retail, zie www.breeam.nl.

Bestaande bouw
Bestaande gebouwen zijn inmiddels jaren getoetst aan BREEAM In Use. Conform de richtlijnen van BREEAM wordt deze toetsing periodiek herhaald. Het Opleidingsinstituut Zorg en Welzijn (OZW) is het eerste bestaande gebouw dat getoetst is aan BREEAM en heeft niveau very good voor zowel Asset als Beheer en Energielabel B. Het Initium gebouw, met Energielabel A, behaalde als eerste onderwijsgebouw in Nederland het duurzaamheidscertificaat in BREEAM NL In-Use voor Hoger Onderwijs (zie ook bijl 20.2, pag. 7) Dit gebouw heeft scores Excellent voor Asset, Good voor beheer en Very Good in de categorie Gebruik. Het kantorendeel van het ACTA gebouw is getoetst op Asset niveau Very Good. Het Hoofdgebouw, een pand van bijna 100.000 m2 met kantoren, onderwijs- en andere voorzieningen, is gecertificeerd met de scores Good in de categorie Beheer en Good in de categorie Asset.

Overgangsfase
De VU campus zit nu in een overgangsfase naar een duurzame campus, duurzame nieuwbouw zoals O|2 Labgebouw is al opgeleverd, maar de bestaande oudbouw zoals W&N is pas in 2023 compleet gesloopt (dit gebeurt in fases). Daarom heeft de VU campus nu tijdelijke een (licht) verhoogd energieverbruik, de onderzoekers die stapsgewijs vertrekken uit W&N en hun nieuwe werkplek inrichten in nieuwe gebouwen zoals O|2 Labgebouw.

2% energie-efficiency per jaar
In 2016 heeft de VU het Energie Efficiency Plan 2017-2020 geschreven. Hierin staat beschreven hoe de VU jaarlijks 2% energie-efficiency gaat behalen. Ook over 2019 zijn meer dan 2% aan energiebesparende maatregelen uitgevoerd. Dit wordt gemonitord en intern en extern gerapporteerd

De maatregel met het grootste besparende effect in 2019 was Green IT. In 2019 is het Green ICT vervangingstraject voortgezet. Er zijn 1700 werkstations en 200 laptops vervangen. De nieuwe werkstations hebben een ‘Small Form Factor’ die minder energie vereist. De nieuwe laptops zijn energiezuiniger en zullen 8 uur per dag worden gebruikt. De vervanging van de 1700 werkstations bespaart 1161,58MWh per jaar. De vervanging van de 200 laptops bespaart 100,88MWh per jaar. Samen goed voor een besparing van 1.262,46 MWh per jaar.

Volgens milieu centraal verbruikt een Nederlands huishouden gemiddeld 3.000 kWh elektriciteit per jaar. De reductie die de VU gehaald heeft met Green IT staat gelijk aan 420 gemiddelde huishouden. (1.262,46 MWh staat gelijk aan 1.262.460 kWh).

Het energiegebruik wordt gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de energiebesparingsacties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Verhogen energiebewustzijn (13.2), Energievraagreductie (13.6) en Klimaatakkoord Nederland: Routekaart Nederlandse Universiteiten (13. 8)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Waterverbruik

Het programma “Sustainable Campus” bevat zowel expliciet als impliciet beleid tot verduurzaming van het waterverbruik. Expliciet in de projecten 6.1 (Join the pipe), 6.2 (Made blue), en 14.2, (Water besparen met technische maatregelen) en impliciet in de BREEAM beoordeling van de gebouwen en in verduurzaming van de energievoorziening. BREEAM kent een aantal maatregelen voor verduurzaming van waterverbruik en bij verduurzaming van de energievoorziening zal ook de koeling in koeltorens waarbij veel water wordt verbruikt, veel minder nodig zijn.

De projecten in het programma zijn onderdeel van (meer-)jarenplannen van de diensten en de voortgang wordt bewaakt in de planning en controlcyclus. Studenten en medewerkers maken deel uit van de organisatie van de cyclus, door deelname van de USR (universitaire studentenraad) en OR.
Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordig via het Green Office.

Het waterverbruik in 2019 is ongeveer 5% afgenomen per student/medewerker ten opzichte van 2018. Voor de presentatie van het waterverbruik gebruikt de VU de milieubarometer. In deze milieubarometer is voor eenieder publiekelijk inzichtelijk wat de milieuverbeteringen in de laatste 5 jaar, sinds 2014, zijn. Het absolute waterverbruik is met 1,44% toegenomen, aan de andere kant zie je dat de VU van de VU van 22.864 studenten in 2017 naar 24.567 studenten in 2018 is gegaan, een flinke toename dus. Daarom is het watergebruik per student en medewerker gestegen.

Daarnaast zit de VU campus nu als het ware in een overgangsfase naar een duurzame campus, duurzame nieuwbouw zoals het O|2 Labgebouw, maar de bestaande oudbouw zoals W&N is pas in 2023 compleet gesloopt (dit gebeurt in fases). Daarom heeft de VU campus nu tijdelijke een (licht) verhoogd waterverbruik, de onderzoekers die stapsgewijs vertrekken uit W&N en hun nieuwe werkplek inrichten in nieuwe gebouwen zoals het O|2 Labgebouw. Daarbij komt dat het waterverbruik afhankelijk is van het weer, warm weer leidt tot veel verdamping uit de koeltorens bij het Energiebedrijf van de VU, het Coördinatie Centrum Energie. Als de campus vernieuwd is, kan er een echte besparingsdoelstelling opgesteld worden.

 We nemen heel veel technische waterbesparende maatregelen:

  • Via de BREEAM-beoordeling, BREEAM kent een aantal criteria voor een zuinig gebruik van water.
  • Via het Generiek Programma van Eisen, eisen waaraan nieuwbouw en verbouw moeten voldoen. De VU-visie en het -beleid is om aan de voorkant zoveel als mogelijk water te besparen (input middelen doelstelling). Deze doelstelling is vertaalt in de standaard/generiek Programma van Eisen voor nieuwbouw en verbouw.
  • De VU onderzoekt momenteel de mogelijkheden tot waterbesparing bij 3 processen in het Coördinatiecentrum Energie die veel water verbruiken:
    o spuien van de koeltorens. Door verdamping is suppletie van water nodig
    o spuien van de afgassenketel van de turbines. In de afgassenketel wordt warmte uit de uitlaatgassen teruggewonnen
    o productie van demi-water. Demi-water (water met minder mineralen) is nodig in bijv. onderzoekslaboratoria

Zoals al is aangegeven is een overall resultaatsdoelstelling op dit moment vanwege de grote mutaties in de vastgoedportefeuille nog minder effectief dan de met succes geïmplementeerde middelendoelstelling.

Verder zijn er op de VU ook nog campagnes voor schoner drinkwater in landen waar dit niet vanzelfsprekend is.

Made blue
663 miljoen mensen op aarde hebben geen toegang tot schoon drinkwater. Daar doen we samen wat aan: een liter voor een liter. Elke consumptie die uit een koffieautomaat komt, zorgt voor net zoveel liter schoon drinkwater in ontwikkelingslanden. In 2018 heeft de VU 283.691 liter schoon drinkwater gedoneerd aan Made Blue. Met dit aantal geven zij 28 kinderen op school en 1 gezin thuis toegang tot schoon drinkwater voor de komende 10 jaar.

Earth water
Sinds kort is in de vending machine van de VU Earth water verkrijgbaar en hoef je ook geen PET-fles met water te kopen. Earth water is verpakt in een duurzame verpakking. EARTH Water staat bovendien 100% van de nettowinst af aan waterprojecten in Azië en Afrika.

Joint he pipe
Op meerdere plaatsen op de campus zijn Joint the pipe punten te vinden. Het bijbehorende hervulbare waterflesje is te koop via de vending machine op de VU. Geen smoes dus meer dat je geen hervulbaar flesje bij je hebt. Met de opbrengsten van de flessen en tappunten in Europa zet Joint he Pipe waterprojecten op in ontwikkelingslanden. Voor iedere BOGO-Bottle die wordt verkocht, wordt een fles aan een schoolkind in een ontwikkelingsland gedoneerd.

Het watergebruik wordt gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de waterbesparingsacties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Join the pipe (6.1), Made blue (6.2) en Water besparen met technische maatregelen (14.2)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Afvalbeleid

Behalve Sustainable Campus staat beleid ook beschreven in de Product- en Dienstencatalogus van de Facilitaire Campus Organisatie (FCO).

Voor de presentatie van de resultaten van het afvalbeleid gebruikt de VU de milieubarometer. In deze milieubarometer is voor eenieder publiekelijk inzichtelijk wat de milieuverbeteringen in de laatste 6 jaar, sinds 2014, zijn.

De VU scheidt de afvalstoffen in meer dan 20 fracties. Voor de toekomst wordt nog meer ingezet op het scheiden van kunststoffen uit het restafval en betere afvoer van E-waste. De VU blijft streven naar een vermindering van de hoeveelheid afvalstoffen door bij het inkopen van goederen eisen te stellen aan terugname van verpakkingen door leveranciers en eisen te stellen aan de verpakkingen zelf om zo bij te dragen aan een meer circulaire economie.

Uit de milieubarometer 2019 blijkt dat de hoeveelheid afval per medewerker/student daalt. Aantal studenten en het aantal medewerkers is vrijwel gelijk, de afname van afval zet ook in 2019 door maar niet zo sterk als in 2016 tov 2015. Dat geldt voor zowel bedrijfsafval als gevaarlijk afval.

De milieubarometer is voor eenieder beschikbaar via de website Duurzaamheid.

Concrete acties van de afgelopen jaren en ambities die thans in uitvoering zijn:

  • In 2019 is een nieuwe Europese Aanbesteding afval uitgevoerd. Een nieuw opgestelde “visie op afval” vormt een van de uitgangspunten van deze aanbesteding. De ambitie van de VU in deze visie luidt als volgt: “Het is onze ambitie om de hoeveelheid afval op de VU te verminderen (preventie), afvalstromen (beter) te scheiden en de bewustwording onder studenten en medewerkers te vergroten. De VU draagt zo bij aan een circulaire economie. De inzameling van afval is eenvoudig, gebruiksvriendelijk en past in het ‘straatbeeld’ van de VU. De afvoer en verwerking van afval is uitbesteed aan een erkende afvalleverancier. Afval wordt op een veilige en duurzame manier opgeslagen en afgevoerd. Afval wordt zo milieuvriendelijk mogelijk verwerkt. Dit alles doen we op een efficiënte en effectieve manier, waarbij we samenwerken met onze partners. Onze communicatie hierover is helder en transparant”.

    In de visie zijn zeven speerpunten benoemd:
    1: Minder afval met als doelstelling 10% minder afval in 2022 tov 2017
    2: Meer bewustwording
    3: Beter scheiden van afval met als eerste stap 15% afval meer te scheiden
    4: Zo hoog mogelijk ‘op de ladder’, dus milieuvriendelijke verwerking
    5: Veiligheid voorop
    6: Actief sturen
    7: Afspraken met externe partijen
  • De Green Business Club (GBC) zet nieuwe stappen door op de campus een SWILL op te zetten die organisch afval verwerkt, water bespaart en energie produceert. Project Join the Pipe wordt ook uitgebreid. Het papiergebruik op de universiteit wordt aangepakt door een nieuw contract met het bedrijf Papyrus dat papier levert. Er wordt een bewustmakingscampagne opgezet om de kennis over afvalscheiding op de campus beter te vergroten. Er wordt een nieuwe samenwerking opgezet met FCO en Gemeente Amstelveen om restafval te verminderen en de afvalstromen te reinigen. Verder zijn er sterkere papieren wc-handdoekjes geïmplementeerd die het gebruik terugbrengen tot slechts 2 handdoekjes voor het handen drogen. Daarnaast is er een bewustwordingscampagne gestart door stickers bij de wasbakken te plaatsen met de tekst 'One or two will do'.
  • Op verschillende locaties op de VU Campus staan grote PET-flessen, waar medewerkers en studenten hun lege PET-flessen in kunnen gooien. With the goal of plastic waste reduction, The Green Office VU managed to successfully add a PET-free water bottle clause to the new caterer contract. Together with the highly successful Join the Pipe water bottle refill points spread across campus, this change will ensure an even lower reliance on disposable PET bottles, and a reduction in plastic waste. Apart from that, work on a cross-campus PET-free soda vending machine clause is in progress. If approved, it would mean PET plastic bottles would not be sold in vending machines whatsoever, further reducing plastic waste.
  • Naar aanleiding van een uitgevoerde waste-lab: het plaatsen van afvalcontainers voor drie stromen op strategische locaties en waar mogelijk vermindering van het vervangen van vuilniszakken. Het waste-lab is uitgevoerd, momenteel actualiseert de VU haar afvalbeleid in de openbare ruimte op basis van dit onderzoek.
  • Eisen aan e-waste in de aankoop van netwerkapparatuur. Met de leverancier van hardware wordt momenteel gewerkt aan een Document Afspraken & Procedures om apparatuur welke voor recycling bestemd is standard volgens de WEEELABEX standaard te verwerken.
  • Verbannen van PET-flessen voor water: PET-waterfree Campus
  • De VU ambieert voor nieuwbouw en de sloop van het W&N gebouw het niveau excellent van BREEAM. Deze ambitie ligt vast in het Generiek Programma van Eisen, een deel daarvan is een duurzaamheidskeurmerk waarbij het niveau wordt bepaald door de inspanning. De ambitie van de VU is om vrijwel alle credits te behalen die te maken hebben met afval.
  • De Green Office en FCO hebben een afval onderzoek uitgevoerd om te meten hoe het gedrag van mensen verandert als ze afval scheiden moeten. Daarvoor worden alle blauwe afvalbakken voor restafval vervangen door recyclestations om de afvalstromen van de VU schoner te krijgen: restafval vermindert en gescheiden afval neemt toe.
  • Afval en vooral afvalvermindering krijgt permanent aandacht bij bijv. de Green Office activiteiten om zo de awareness binnen de VU community te vergroten. Met het doel zo weinig afval als mogelijk te veroorzaken organiseerde de Green Office meerdere evenementen en workshops zoals een Repaircafé, lezingen en de Afval Lab samen met de Green Business Club.
  • Uit de kast, in de bak! Voor het project Afvalue: uit de kast, in de bak! hebben de Green Business Challengers alles uit de kast getrokken om met mooie displays Zuidassers te bewegen hun oude pakken, overhemden en telefoons in te leveren. VU is een van de participanten bij deze circulaire economie actie en is ook een inzamelpunt van de campagne.
  • Bijdrage aan zero waste ambitie GBC Zuidas: het doel van het project Zero Waste Zuidas is om in gezamenlijkheid met bedrijven op de Zuidas afvalinzamelaars te motiveren om te komen tot nieuwe businessmodellen waarbij hoogwaardige verwerking leidend is en storten, verbranden of in het buitenland laten verwerken tot het verleden gaat behoren. De VU behoort tot de koplopers.

Afval wordt gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de op afvalbesparingsacties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Verminderen afval (12.1), Zero Waste Zuidas 2030 (12.2) PET (water)vrije Campus (12.4) en Verminderen e-waste (12.7)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken.
Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Mobiliteit

De Vrije Universiteit voert een groen vervoersbeleid. Dat wil zeggen dat de VU medewerkers (en studenten) stimuleert om gebruik te maken van het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer en dienstreizen. Sinds 1 januari 2018 vergoedt de VU op een andere manier de reiskosten woon-werkverkeer, nog steeds groen. Met de gemoderniseerde regeling blijft duurzaamheid een wezenlijk uitgangspunt. Dit betekent dat gebruik van openbaar vervoer en de fiets wordt gestimuleerd en het gebruik van de gemotoriseerd vervoer wordt ontmoedigd. De regeling is eerlijker, omdat voortaan alle medewerkers (ook deeltijders) die met openbaar vervoer, fiets of anderszins naar het werk komen een tegemoetkoming in de reiskosten ontvangen. De Vrije Universiteit voert periodiek vervoersonderzoeken uit, mede om de voortgang van het duurzame mobiliteitsbeleid te monitoren. Met het programma ZES (Zero Emision Stadslogistiek) wordt samen de de Zuidas-organisaties gewerkt om de stadslogistiek in de metropoolregio Amsterdam in 2025 emissievrij te hebben. Bij de Zuidas ligt de focus op het verduurzamen van logistiek, met de nadruk op de facilitaire inkoop, pakketbezorging en afval.

Voor het vervoer en woon-werkverkeer gebruikt de VU de milieubarometer. In deze milieubarometer is voor eenieder publiekelijk inzichtelijk wat de milieuverbeteringen in de laatste 6 jaar, sinds 2014, zijn.

Genomen maatregelen:

  • Vergoedingen
    a. Openbaar vervoer (OV), fiets en anderszins
    De tegemoetkoming bedraagt 7,5 cent per kilometer voor de medewerker die hoofdzakelijk per openbaar vervoer, fiets of anderszins en niet met gemotoriseerd vervoer naar de Vrije Universiteit Amsterdam komt.
    Daarnaast kan iedere werknemer via het Keuzemodel Arbeidsvoorwaarden kiezen voor fiscale uitruil van bruto salaris tot de maximaal fiscaal vrijgestelde vergoeding van 19 cent per kilometer (2017).
    b. Fietsvergoeding
    Een onbelaste vergoeding via fiscale uitruil van de kosten van een fiets voor woon-werkverkeer als onderdeel van het keuzemodel. Het bedrag is onlangs verhoogd om voor een elektrische fiets te kiezen. (Bron: intranet VU)
  • Voorzieningen
    a. Deelfietsen
    Houders van een VU-pas, en dat zijn in ieder geval alle medewerkers, kunnen zeer eenvoudig, nl. op vertoon van de VU-pas, één van de acht deelfietsen lenen. Daarnaast is gestart met Hello Bike op de Zuidas, tegen geringe vergoeding gebruik van deelfietsen.
    b. Oplaadpunten
    In de parkeergarage onder ACTA en O|2 zijn nu 22 oplaadpunten voor auto’s.
    c. Mogelijkheid voor thuiswerken
    d. Ligging
    De VU is uitstekend bereikbaar met het OV met een NS-intercity station op minder dan 700 m. en stads- en streekvervoer voor de deur. Dit resulteert in een extreem gunstige modal split. Een zo duurzaam mogelijke modal split is ook één van de ambities van de Green Business Club Zuidas.
  • Beleid
    a. Restrictief parkeerbeleid
    De VU past een restrictief parkeerbeleid toe waarbij een werknemer alleen een parkeervergunning krijgt in bepaalde gevallen; zoals bijvoorbeeld invaliditeit of een slechte OV-verbinding. Ook komen carpoolers in aanmerking voor een parkeervergunning. Hier ligt het uitgangspunt aan ten grondslag de exploitatie van het Parkeerbedrijf kostendekkend is zodat het geld uitgegeven wordt aan onderwijs, zorg en onderzoek en niet aan parkeren. Daarom worden de werkelijke kosten van parkeren doorberekend aan personen, afdelingen en organisaties die gebruik maken van de parkeervoorzieningen, zodat er kostenbewustzijn ontstaat.
    b. Dienstreis met NS-Business Card
    Medewerkers kunnen beschikken over een persoonlijke NS-business-card. Dienstreizen gaan bij voorkeur per trein (2e klas) of ander openbaar vervoer. (Bron: intranet VU)
    c. Deelname aan convenant bereikbaarheid Zuidas, zero-emission-stadlogistiek (ZES) en Green Business Club Zuidas om enerzijds de bereikbaarheid te verbeteren door o.a. vervoer te verduurzamen en emissies te beperken.
  • Er komen betere voorzieningen voor fietsers, zoals het aantal stalplaatsen. Onder het Nieuwe Universiteitsgebouw is een fietsenstalling voor 1600 fietsen beschikbaar en verspreid over het campusplein diverse andere stallingen.
  • Uitbreiding met 25 oplaadpunten voor elektrisch vervoer, met de mogelijkheid om eenvoudig uit te breiden naar 120.
  • Er wordt onderzocht of het nodig en mogelijk is om voor Europese dienstreizen de trein als het voorkeursvervoermiddel meer te promoten.
    Het onderzoek is mogelijk uit te breiden naar een of meerdere bij de Green Business Club aangesloten grote Zuidas-bedrijven.
  • Duurzame resultaten van het VU-mobiliteitsbeleid
    - alle reguliere on-campus verkeersstromen zijn volledig elektrisch
    - het fietsverkeer neemt toe en autoverkeer neemt af. De modal-split verduurzaamd structureel.

Duurzame mobiliteit wordt gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de op duurzame mobiliteit gerichte acties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Betere fietsvoorzieningen (3.1), Op de fiets naar je werk (3.3) en Duurzame mobiliteit 13. 7)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Groene energie

Visie voor de toekomst: VU Campus Fossiel vrij in 2035!
VU werkt samen met VUmc om in 2035 fossielvrij, dat is 100% aardgasvrij in combinatie met 100% duurzaam opgewekte elektriciteit, te zijn. Op het gebied van energievoorziening werkt de VU aan het verminderen van de energievraag, het optimaliseren van de efficiëntie en aan het verduurzamen van de opwekking. VU en VUmc hebben in 2017 het Energie Masterplan 2035 vastgesteld. Hierin is de transitie van de energiehuishouding naar een duurzame VU Campus beschreven. De ambitie is om binnen tien jaar op het gebied van duurzame, betaalbare en betrouwbare energie in de top-3 te staan van universiteiten en universitair medische centra in Nederland. Met dit beleid is de VU Paris Proof (15 jaar voor) en loopt zij ook voor op het Amsterdamse en het Nationale beleid.

Het Energie Master Plan, vastgesteld in 2017, bestaat uit de volgende hoofdpunten:

  • Campus volledig gasvrij in 2035 (behalve het gas wat in de labs nodig is voor onderzoek)
  • Grootschalige collectieve WKO inzetten gecombineerd met aansluiting op externe energienetten waar mogelijk, denk hierbij aan warmte- en koude netten Zuidas
  • Nieuwe of gerenoveerde gebouwen worden geschikt gemaakt voor aansluiting op nieuwe energiesystemen (WKO/Nuon: laag temperatuur verwarming, hoog temperatuur koeling)
  • Elektriciteit: Grootschalig 100% groen inkopen, kleinschalig zelf duurzaam opwekken

Dit betekent dat de VU campus fossielvrij is in 2035! Het Energie Master Plan is in 2017 vastgesteld en de VU neemt nu de eerste stappen daarvoor.

1. Elektriciteit
100% van de ingekochte stroom is afkomstig van windenergie, 30 procent van Nederlandse bodem, 70% uit overige Europese landen. De VU heeft hiermee een belangrijke stap gemaakt in de vergroening van haar elektriciteit. De ambitie is om elk jaar het percentage windenergie van Nederlandse bodem te vergroten en daarnaast 10% van de elektriciteitsvraag op de campus op te wekken. In de jaren 2017, 2018 en 2019 is dit gelukt. De elektriciteit die we inkopen is ca. 50% van de elektriciteit die we gebruiken. De andere ca. 50% van de elektriciteit die we gebruiken wekken we zelf op door middel van Warmte Kracht Koppeling (WKK). De reden dat wij onze eigen energiecentrale hebben is omdat onze energielevering ononderbroken moet zijn voor bijvoorbeeld de onderzoekers bij het VU en de operatiezalen bij het VU medisch centrum (VUmc). Dit heet preferente elektriciteit. Als er een elektriciteitsstoring zou zijn, zouden levensbedreigende situaties kunnen optreden en kunnen wetenschappelijke onderzoeksexperimenten verloren gaan. Met deze WKK genereren we zelf elektriciteit, als bijproduct van dit proces krijgen we ook warmte of produceren we koude uit deze warmte met een extra bewerking. Deze warmte gebruiken we om de gebouwen op de VU Campus en VUmc te verwarmen of te koelen. Terwijl "normale" energiecentrales een rendement hebben van ongeveer 40%, omdat zij de (rest)warmte vaak niet gebruiken, hebben wij een rendement van ruim 80% omdat we de warmte wél nuttig inzetten.

Medio 2015 zijn twee nieuwe WKK's in bedrijf genomen die nog efficiënter zijn en een zeer lage uitstoot van stikstofoxiden (NOx) kennen. We werken namelijk non-stop aan een verbetering van onze efficiëntie. De verhoging van de efficiëntie is o.a. bereikt omdat in het ontwerp een extra component is opgenomen die ook koude kan genereren, koude voor koeling van gebouwen en installaties. Dit gebeurt door middel van AKM’s. AKM staat voor Absorptie Koel Machine. Het principe hier achter is gelijk aan je campingkoelkastje. Het "hart" van een koelkast is een warmtepomp: de koelende werking berust op de verdamping van een vloeistof in de verdamper door het vernevelen van de vloeistof waarbij verdampingswarmte aan de omgeving wordt onttrokken. De damp wordt in een compressor weer samengeperst en daarna vloeibaar gemaakt onder het vrijkomen van warmte die via een warmtewisselaar of buizenstelsel in de vorm van een rooster (de condensor) aan de omgeving wordt afgegeven.

Het nadeel van deze efficiënte energie-opwekking is dat systemen zoals zonnepanelen en windmolens op de daken van onze gebouwen financieel niet aantrekkelijk zijn. Dit is onderzocht door een ingenieursbureau (Royal Haskoning DHV). Toch wil de VU wel op eigen campus hernieuwbare energie opwekken door middel van bijvoorbeeld zon of urban wind. De VU wil ca. 10% van de elektriciteit zelf opwekken op de Campus.

Verdere verduurzaming preferente elektriciteit
Een volgende stap in het gasvrij maken van de energieopwekking is het plaatsen van DRUPS (Diesel Rotary Uninterruptable Power Supply’s). Op 15 januari jl. is het contract voor levering van deze DRUPS getekend, waarmee de VU conform planning uit het EMP werk. 

2. Gas
In Nederland is de productie van Groen Gas nu nog niet groot genoeg om onze vraag in te vullen. Niet alle universiteiten kunnen worden voorzien van Groen Gas, eenvoudig weg omdat er niet zoveel productie is van Groen Gas. Met die wetenschap zijn er 2 opties:

1. Groen certificaten kopen
2. Zelf Groen Gas opwekken

Beide opties hebben we overwogen.
1. Groen certificaten kun je kopen door bijvoorbeeld bomen te kopen/planten in Azië. Deze groene certificaten zijn niet onomstreden. De vraag is daarom of we hier als VU goed aan doen.
2. We vinden daarom ‘zelf opwekken’, beter. We hebben hiernaar onderzoek gedaan. Als we alle SWILL (keuken en voedselafval) van de ZuidAs ophalen en deze vergisten tot Groen Gas, produceren we daarmee ongeveer 1% van onze gasvraag. Dit gaan we samen met VU-studenten nader uitwerken.

De VU onderzoekt samen met de Green Office en de Green Business Club Zuidas de mogelijkheid om samen met andere organisaties op de Zuidas een composteerinstallatie voor SWILL te plaatsen. Naast productie van groene energie, beperkt het afval en levert het nuttige producten op, dus een vorm van upcyling. De studenten van de Honourscourse hebben samen met de Green Business Club Zuidas en de Facilitaire Campus Organisatie van de VU de mogelijkheden van vergisten van SWILL op de campus onderzocht. Ook heeft een bachelor student van de VU zijn scriptie op dit onderwerp geschreven.

3. Warmte en Koude (Eigen opwekking)
Zoals in een eerdere paragraaf gemeld wekken wij zelf warmte en koude op met de WKK’s, deze WKK’s hebben een hoge mate van efficiëntie. Daarnaast wil de VU de gebouwen op de VU campus steeds meer verwarmen met warmte en koude die niet wordt opgewekt door middel van gas, zie Energie Masterplan 2035. Eerste stappen daarvoor zijn ondernomen. De VU heeft reeds 2 WKO’s, één onder het OZW gebouw en één voor het pas in gebruik genomen Nieuwe Universiteitsgebouw. Het komende nieuwe Onderzoeksgebouw VU krijgt ook een WKO.
 
Hoe werkt een WKO precies? In de zomer is relatief veel warmte aanwezig, die eigenlijk in de winter pas nodig is. En andersom: in de winter is er veel koude die ’s zomers goed gebruikt kan worden. Door opslag van deze warmte en koude kun je de vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen. Hierbij maken we gebruik van watervoerende lagen in de bodem. In geboorde bronnen slaan we in de zomer de warmte op en in de winter de koude. Afhankelijk van waar zich een geschikt watervoerend pakket bevindt, worden op ongeveer 80 meter diepte twee bronnen op enige afstand van elkaar geboord. Het water wordt in de zomer uit de zogenaamde koude bron opgepompt, de koude wordt aan de gebouwen en woningen afgegeven. Het opgewarmde water wordt daarna in de andere bron (de warme) ingebracht. In de winter wordt het warme water opgepompt en wordt de warmte afgegeven aan een warmtepomp. Het hierdoor afgekoelde water wordt daarna weer in de oude bron opgeslagen. (Bron: YouTube) Daarnaast hebben onze twee nieuwe gebouwen op de Campus, O|2 en ACTA, duurzame warmte en koude van Nuon. De koude komt uit de Nieuwe Meer. Het water in de onderste lagen van de Nieuwe Meer zijn eigenlijk altijd koud. Het water wordt vanaf de bodem van het meer opgepompt naar een koelcentrale tussen VU en de Nieuwe Meer. Hier wordt de koude overgedragen aan het koudenet voor de Zuidas waarop ACTA en O|2 zijn aangesloten. Meer informatie hierover op de website van RVO.

ACTA en O|2 krijgen ook duurzame (rest)warmte van de Nuon. “Dit is een schonere vorm van verwarming. Energiebedrijven gebruiken de restwarmte om er woningen en kantoorpanden mee te verwarmen. Hiermee wordt de CO2-uitstoot met 50 procent verminderd ten opzichte van gasgestookte cv-ketels. Afhankelijk van de warmtebron kan de CO2-reductie oplopen tot wel 85%. Stadswarmte is met name in grote steden een goedkope en betrouwbare warmtevoorziening”. (Bron: Nuon) Voor de toekomst worden de verschillende WKO’s gekoppeld door middel van een ringleiding, deze ringleiding wordt ook gevoed door duurzame warmte en koude van NUON en mogelijk andere bronnen die duurzame warmte en koude kunnen leveren. Warmte en koude wordt dan dus niet meer met gas opgewekt, maar compleet fossielvrij.

Voor het inzichtelijk maken van de verduurzaming van het energieverbruik gebruikt de VU de milieubarometer. In deze milieubarometer is voor eenieder publiekelijk inzichtelijk wat de milieuverbeteringen in de laatste 6 jaar, sinds 2014, zijn.

Groene energie wordt gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de op groene energie gerichte acties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Vergroenen energie-inkoop (7.1) en Energievraag reductie (13.6)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten via de USR, medewerkers via de OR en andere stakeholders intensief betrokken. Zie ook: ); hoofdstuk 7. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Kantine

Visie eten en drinken
De visie van de VU op eten en drinken laat zich samenvatten in een kernachtige ambitie: Eten en drinken verbindt, brengt mensen bij elkaar. De VU biedt een aantrekkelijk aanbod dat voorziet in de behoeften van huidige en toekomstige studenten, medewerkers en bezoekers van de VU Campus. Duurzaamheid en gezondheid hebben we hierbij hoog in het vaandel. Het aanbod is divers, biedt volop keuze en bevindt zich verspreid over de campus. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van een levendige en gastvrije VU Campus, met een hoge verblijfskwaliteit en aantrekkingskracht.
(uit Visie eten en drinken 2017-2022). De Visie Eten & Drinken is ook opgenomen op de bedrijfsvoeringspagina

Genomen maatregelen
Er vindt voor restaurants 2x per jaar een audit plaats door een onafhankelijk bureau waarin de duurzaamheidseisen zijn opgenomen. Eurest scoort hierin niet slecht (90% goed) maar ook nog niet optimaal, bijvoorbeeld training van medewerkers om de meer duurzame produkten beter aan te bieden; samenwerking met locale ondernemers etc. Hieronder zijn de vereisten die de VU stelt ten aanzien van duurzaamheid opgenomen:

  • PET-vrije campus: de VU heeft de ambitie om per 2018 een PET-watervrije universiteit te zijn (PET-water free University 2018). Om dit mogelijk te maken komt er een verbod op de verkoop van single use plastic waterflesjes (Spa, Chaudfontaine, Evian, etc). Opdrachtnemer conformeert zich hieraan. De volgende stap is een PET-vrije campus, dus ook ten aanzien van frisdranken. Opdrachtnemer wordt verzocht alternatieven te bedenken, zoals de verkoop van herbruikbare waterflesjes (Doppers of Join the Pipe flesjes), het aanbieden van glaswerk of bekers die na gebruik geretourneerd kunnen worden naar de afwasband.
  • Vegetarisch aanbod: de VU eist dat Opdrachtnemer voldoende vegetarisch* aanbod biedt waaronder Meatless Monday. Tijdens de lunch moet van elke productgroep een vegetarische variant aangeboden worden en tenminste 50% van de belegde broodjes vegetarisch zijn (niet enkel kaas). Opdrachtnemer dient ook vegetarische (budget)maatlijden aan te bieden. Opdrachtnemer moet op verzoek een veganistisch alternatief kunnen aanbieden aan de klant.
  • Zo min mogelijk gebruik van disposable materiaal: disposables dienen alleen gebruikt te worden als dit noodzakelijk is. Indien disposable materiaal gebruikt moet worden, dienen de gebruikte materialen duurzaam te zijn, denk aan biobased disposables of producten die gemaakt zijn van gerecyclede of duurzaam beheerde niet-gerecyclede vezels.
  • Contact met Green Office: opdrachtnemer overlegt minimaal 4 keer per jaar met de Green Office VU om verbetermogelijkheden en ambities te bespreken en uit te voeren. Green Office nodigt Opdrachtnemer hiervoor uit. Per contractjaar wordt er door Opdrachtnemer minimaal één voorstel uitgevoerd dat bijdraagt aan de duurzaamheidsvisie van de VU en/of de Green Office.

*onder vegetarisch wordt niet (enkel) kaas verstaan
 
Hieronder zijn de wensen die de VU stelt ten aanzien van duurzaamheid opgenomen:

  • Terugdringen van vleesconsumptie: de VU wenst dat Opdrachtnemer zorgt voor een duurzaam aanbod aan eten, waarbij het terugdringen van de vleesconsumptie een belangrijke factor is. Het is wenselijk dat een cateraar kennis heeft van de verschillende impacts die verschillende soorten dierlijke producten hebben op het milieu (zo is kip een stuk duurzamer dan rundvlees). Ook is het wenselijk dat een cateraar aantoonbare kennis, kunde en instrumenten heeft om klanten te stimuleren om (vaker) vleesvrij te eten.
  • Terugdringen van verpakkingen: de VU wenst van Opdrachtnemer dat er wordt gekozen voor servies dat meerdere malen gebruikt wordt of, in geval dat dit niet mogelijk is, voor een verpakking met een relatief lage milieubelasting (bijvoorbeeld papier, karton, kunststof of hout). Bij de keuze voor zo min mogelijk verpakkingen (en voor het gebruik van servies) dient wel rekening gehouden te worden met kosten voor personeel voor extra te verrichten handelingen, bijvoorbeeld voor de bereiding, het beperken van derving en de afwas.
  • Terugdringen van voedselverspilling: een groot deel van het afval wordt veroorzaakt doordat er eten overblijft, zowel in restaurants als bij de banqueting. Dit heeft een relatief hoge milieudruk, vooral als het gaat om dierlijke producten. De VU ziet graag oplossingen van Opdrachtnemer in het actief en passief terugdringen van voedselverspilling.
  • Gebruik van duurzame producten: de VU wenst dat Opdrachtnemer ervoor zorgt dat de producten waar hij mee werkt zo duurzaam mogelijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan lokale of seizoensgebonden producten en producten met een milieu- of duurzaamheidskeurmerk. 

Het beleid is er op gericht om vlees- en kaasconsumptie te ontmoedigen door het presenteren van de milieuvriendelijke alternatieven in het aanbod op meer prominente wijze. Meat Less Monday campagne wordt gecontinueerd en uitgebreid naar andere werkdagen en naar banqeting. Het streven is om het vegetarisch/-veganistisch aanbod de standaard optie te maken.

Eerlijke handel (Fairtrade)
Eerste Fairtrade universiteit: De VU is in 2011 uitgeroepen tot de eerste Fairtrade Universiteit in Nederland en hecht dan ook grote waarde aan een duurzame invulling van het assortiment in de cateringvoorzieningen. De titel geeft aan dat de VU bijzonder veel aandacht besteedt aan fairtrade. De stuurgroep van de Fairtrade Gemeente-campagne oordeelde dat de VU voldoet aan de strenge campagnecriteria van de organisatie.

EKO-keurmerk of Europees biokeurmerk
Duurzaamheidskeurmerken: Minimaal 40% van het assortiment bestaat uit biologische producten of producten met één of meer duurzaamheidskenmerken zoals het EKO-keurmerk, Max Havelaar-keurmerk, Keurmerk ‘erkend streekproduct’. In de buffetten wordt aangegeven of producten gecertificeerd zijn met bovenstaande keurmerken. In nieuwe contracten die de VU afsluit gaan we 100% duurzaam inkopen. Bij de herziening van het vending-contract in 2017, het catering-contract in 2018 zijn weer strengere eisen aan de leveranciers gesteld. Het afvalcontract is – in afwachting van een nieuw contract in 2019 – met een jaar verlengd. Voor afval is een nieuwe visie opgesteld om zodoende nog meer preventie en scheiding te realiseren.

Lokale producten
De Green Office spoort de VU community aan lokale te kopen doordat ze een Foodhub heeft opgezet. Samen met de organisatie Ons Eten kunnen twee keer per maand foodboxes besteld en bij de Green Office VU worden afgehaald. Deze dozen bestaan uit groenten en fruit die op biologische manier van lokale buren worden geproduceerd. Inzicht in wie de groenten en fruiten groeit geeft ook een artikel over een bezoek bij een van de lokale buren die op de VU website staat. De cateraar biedt een assortiment aan producten die voorzien zijn van het keurmerk ‘erkend streekproduct’.

Seizoensproducten
Met de door de Green Office VU opgezet Foodhub worden seizoensproducten onder de aandacht gebracht. Omdat de producten alleen van lokale buren komen, verschilt het aanbod per seizoen. Dit wordt duidelijk op de website van Ons Eten, de partner voor de Foodhub, vermeld, de dozen heten namelijk season boxes. 
 
Standaarden met betrekking tot dierenwelzijn
Wat betreft dierenwelzijn heeft de cateraar landelijke richtlijnen. Zo bestaat een groot deel van het vlees aanbod uit vleeswaren met een 2 of 3 sterren Beter Leven keurmerk. Ook heeft de cateraar een MSC certificering voor duurzaam wild gevangen vis, als ook een ASC certificering voor duurzame kweekvis.

Stimuleren van de vegetarische en veganistische keuze
Green Office VU stimuleert samen met de VU om op maandag geen vlees te eten (Meatless Mondays). Er zijn dan meer vegetarische mogelijkheden. Minstens één keer per dag per week afzien van vlees heeft veel voordelen voor het milieu, de gezondheid en de portemonnee.

Stimuleren van het voorkomen of verminderen van voedselverspilling
Nederlanders gooien gemiddeld zo'n 50 kg voedsel per jaar weg. Het meeste van dit voedsel kan echter nog wel geconsumeerd worden. De VU produceert ook veel voedselverspilling. Gemiddeld wordt er wekelijks 350 kg swill-afval door de horeca afgevoerd. Swill omvat rauw en gekookt voedsel, dat niet meer kon worden verkocht. Dit levert jaarlijks 4200 kg voedselverspilling op! Met dit project streven we ernaar om de hoeveelheid voedselverspilling op de VU Campus te verminderen.

BYOM (Bring Your Own Mug)
Door studenten en medewerkers aan te moedigen hun eigen mok mee te nemen, besparen we veel papieren bekers. Om ervoor te zorgen dat men daadwerkelijk een eigen mok meeneemt, geven we korting bij de restaurants, koffiecorners en/of de automaten.

Verduurzamen van de catering wordt gemonitord en gerapporteerd in onder meer de Milieubarometer. Verder zijn de op verduurzaming van de catering gerichte acties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Tegengaan van voedselverspilling (12.3), Vegetarisch/veganistich als standaard optie (12.5), Regionaal geproduceerd voedsel (12.6) en het MSC-keurmerk voor duurzame visserij (14.1)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

PIANOO inkoopvoorwaarden

Een voorbeeld van deze tekst in een aanbesteding: 'Voorwaarde 3.6 luidt: Opdrachtnemer dient actief een verminderde belasting van het milieu na te streven van zijn producten, diensten, grond- en hulpstoffen. Opdrachtnemer dient de VU direct in kennis te stellen van milieuvriendelijker alternatieven tijdens de duur van de overeenkomst. Het beleid van Opdrachtnemer zal passen binnen het beleid van “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen” zoals opgesteld door de stichting MVO Nederland)'.

Momenteel nemen mensen van Green Office deel aan een aantal aanbestedingen als deel van het inkoopteam om duurzaamheid in het traject te behartigen.

Zie pagina 12 van het inkoopbeleid en de algemene inkoopvoorwaarden. Verder lees je meer in de standaard paragraaf Europese Aanbestedingen

De VU krijgt een ambitieuzer Inkoopbeleid voor duurzaam inkopen. Een voorbeeld is te vinden in de Europese Aanbesteding van sanitaire middelen. Onder paragrafen 1.16, 1,17, 1.18 en 5.3 staat dat de VU de PIANOO-criteria hanteert en nog extra eisen stelt. Een ander goed voorbeeld is duurzame catering en vending. Ook kwartaaloverleg met Green Office is hierin opgenomen.
 
Duurzaam Inkopen van ICT is een speerpunt van de VU. ICT omhelst behalve de hardware en randapparatuur ook de toners en tonercartridges. Naast energie-efficiency (Energy Star) wordt ook terugname geëist. Dit geldt ook de verpakkingsmaterialen.

De naleving van de contracten gebeurt door de VU-contractmanager. Hij/zij houdt nauwgezet toezicht op de uitvoering en levering inclusief de eventuele bonus/malus-afspraken.

Inkoop wordt gemonitord en gerapporteerd onder meer in de Milieubarometer. Verder zijn de inkoopsacties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld 100% duurzaam inkopen: nieuwe contracten (5.1) en 100% duurzaam inkopen: bestaande contracten ( 8.1)) opgenomen in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustanable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.

Sociale duurzaamheid

Diversiteit is één van de drie speerpunten in de Strategie van de VU en al jaren een prominent thema in onze universiteit en wij zien diversiteit als een verrijking.

Wij leiden onze studenten op om te kunnen omgaan met deze verschillen. Zodat zij als professionals in staat zijn zaken vanuit een breder perspectief te bekijken, en als toekomstige leiders het verschil kunnen maken in de samenleving. Wij streven door middel van vier pijlers naar ‘inclusieve excellentie’, waarbij studenten, docenten en werknemers binnen de VU onderlinge verschillen benutten om meer creativiteit en talentontwikkeling te stimuleren.

In het programma Sustainable Campus 2020-2025 zijn ook diversiteit en inclusiviteit opgenomen: De VU wil werken aan een inclusieve organisatie via personeelsbeleid dat inzet op aantrekking, waardering en benutting van verschil. Het programma 'Inclusive Excellence'  loopt al vele jaren bij de VU en wordt gecontinueerd. De Chief Diversity Officer is belast met de strategie en monitoring en het betrekken van stakeholders.

De VU heeft het manifest Charter Talent naar de Top ondertekend. Dit manifest is bedoeld om meer vrouwen in topposities aan de VU te laten werken. Bij wetenschappelijke benoemingen wordt bij gelijke geschiktheid een vrouw aangesteld. Daarnaast kan het instrument tenure track worden
ingezet om de aanname en doorstroom van vrouwelijke wetenschappers te stimuleren. Dit is een van de manieren waarop de VU het aandeel vrouwen in topposities wil vergroten.

Sociale duurzaamheid, diversiteit en inclusiviteit, worden gemonitord en gerapporteerd. De op sociale duurzaamheid, diversiteit en inclusiviteit, gerichte acties uit Sustainable Campus 2020-2025 (bijvoorbeeld Inclusive excellence (1.1), Studeren met dyslexie, een functiebeperking of een (chronische) ziekte (4.6) en Social return (8.3)) zijn verankerd in de jaarplancyclus van de diensten. In die cyclus wordt de voortgang via kwartaalrapportages door Bureau Bestuurszaken van het CvB bewaakt. Bij het opstellen van deze acties en Sustainable Campus 2020-2025 zijn studenten en andere stakeholders intensief betrokken. Verder monitort het Programmateam alle beschreven projecten in onderlinge samenhang. Studenten zijn hierin vertegenwoordigd via het Green Office.