Informatie voor docenten

Het Pre-University College is een initiatief van de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met Bètapartners en scholen uit het voortgezet onderwijs.

Het Pre-University College beoogt de aansluiting tussen het voortgezet- en wetenschappelijk onderwijs te verbeteren. Daarnaast heeft dit initiatief als doel leerlingen van het vwo te stimuleren hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Daarnaast maken de leerlingen via het Pre-University College kennis met de universiteit.

Het Pre-University College heeft daarom een aantal aansluitingsactiviteiten en deelprogramma’s ontwikkeld voor leerlingen én voor docenten van het voortgezet onderwijs.

Specifiek voor docenten zijn de volgende programma’s ontwikkeld:

Deze nascholing bestaat uit twee cursussen en is speciaal ontwikkeld om docenten te ondersteunen bij het effectiever begeleiden van leerlingen tijdens het schrijven van hun profielwerkstuk.

In de eerste cursus worden onderzoeksvaardigheden van de docent opgefrist. De tweede cursus is een verdieping om leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden en profielwerkstukken zo goed mogelijk te beoordelen.

De opfriscursus vindt plaats op verschillende scholen in de regio Groot-Amsterdam. De verdiepingscursus vindt plaats op de VU. Docenten kunnen zich aanmelden via [email protected].

Elk deelprogramma voor leerlingen, kent een docent-ontwikkelteam (DOT), en bestaat uit docenten van de VU, student-assistenten, en een docent uit het voortgezet onderwijs.

De vo-docent draagt binnen het DOT zorg voor de inhoudelijke aansluiting bij de doelgroep, heeft een adviserende rol, werkt mee aan het ontwikkelen van het lesplan, en geeft feedback. Daarnaast is de vo-docent deels verantwoordelijk voor de vormgeving en uitwerking van thema's en het maken van materialen.

Docenten kunnen zich voor een van de docent-ontwikkelteams aanmelden bij de vo-coördinator. Tijdsindicatie is 15-30 uur.

In zes sessies gaan vo-docenten met experts van de VU aan de slag met onderwijskundige vraagstukken met betrekking tot de aansluiting voortgezet- en wetenschappelijk onderwijs.

Voor deelnemende scholen heeft het Pre-University College een aantal professionaliseringsteams voor docenten opgezet, die elk schooljaar een specifiek probleem uit de schoolpraktijk behandelen samen met experts van de universiteit.

Onderwerpen voor schooljaar 2020-2021 zijn:
1.    Taalbeheersing;.
2.    Talentbeleid;
3.    Gepersonaliseerd leren;
4.    Onderzoeksvragen in de alfa- en gammavakken;
5.    Literatuuronderwijs.

De uitkomsten van deze sessies worden gedeeld en kunnen door docenten uit het scholennetwerk worden ingezet in het onderwijs.

Docenten kunnen zich voor een Professionaliseringsteam aanmelden via [email protected].
De uitkomsten van de sessies van het schooljaar 2018-2019 zijn op te vragen via [email protected]
.


Wat is een PAL?
PAL staat voor Persoonlijk Assistent van de Leraar. De PAL helpt een docent in het voortgezet onderwijs door een deel van zijn taken over te nemen. Op die manier maakt de PAL kennis met het docentschap en doet ervaring op in het voortgezet onderwijs. Een PAL heeft een pedagogisch didactische training gehad. De PAL is echter niet eindverantwoordelijk voor een klas en kan en mag niet zelfstandig lessen geven.

Waarom een PAL?
De inzet van PAL’s is zeer succesvol; scholen maken er gebruik van omdat blijkt dat de PAL niet alleen zorgt voor een effectievere inzet van docenten maar dat de PAL’s daarnaast:

  1. Een rol spelen bij de identificatie in de overgang van leerling naar student (peer learning) en zeker ook een rol kan spelen bij de identificatie als we eerste generatiestudenten kunnen inzetten als PAL; 
  2. leerlingen inspireren om goed te kiezen;
  3. een ambassadeur zijn voor de betreffende studie en HO instelling;
  4. vernieuwing in de school brengen;
  5. de universiteit in de school brengen;
  6. een bijdrage kunnen leveren aan het bestrijden van het tekort aan (bèta)docenten; soms kiezen voor het lerarenberoep terwijl ze dat nooit eerder hebben overwogen;
  7. een interessante bijbaan hebben in hun vakgebied die henzelf kan motiveren;
  8. contacten tussen VO en HO vergemakkelijken (VO docenten hebben een direct contact binnen de universiteit);
  9. ingezet kunnen worden op specifieke thema’s zoals e-learning (waarbij PAL’s vooraf een training krijgen op dat thema), flipping the classroom etc.

Werkzaamheden

  • steun bieden bij de uitvoering van practica, praktische opdrachten en profielwerkstukken in de bovenbouw;
  • steun bieden bij begeleiding van leerlingen tijdens keuzewerktijd-uren;
  • als onderwijsassistent ondersteuning bieden tijdens reguliere lessen;
  • (vakoverstijgende) projecten in boven- en onderbouw helpen opzetten en/of begeleiden;
  • ondersteuning bieden bij digitale leeromgevingen.
  • Etc.

Voor verdere informatie www.palvoordeklas.nl

Programma's voor uw leerlingen

De Masterclasses bestaan uit vier colleges – die worden gegeven door docenten van de VU – en omvatten verschillende academische disciplines.

Leerlingen hebben de keuze uit ongeveer 11 Masterclasses en leren onderwerpen op een wetenschappelijke manier te benaderen en er zelfstandig aan te werken. Ze doen onderzoek en zullen tijdens het laatste college een gezamenlijke presentatie houden voor medeleerlingen.

De Masterclasses vinden in het voor- én najaar plaats op de VU. De vo-coördinator kan één leerling per masterclass aanmelden via [email protected].

Deze activiteit bereidt leerlingen – waarvan de ouders niet aan een (Nederlandse) universiteit hebben gestudeerd – voor op alle hindernissen die komen kijken bij het maken van een gemotiveerde studiekeuze, en leert hoe ze daar het beste om mee om kunnen gaan.

Be Prepared is een driedaags programma voor leerlingen van 5 vwo, en vindt tot op heden in oktober plaats op de VU. Leerlingen kunnen zich aanmelden viaempty[email protected]

Deze activiteit helpt leerlingen van 3 vwo bij het maken van de juiste profielkeuze. Derdeklassers ervaren de profielkeuze vaak als een "allesbepalende keuze", terwijl de meesten nog niet weten wat voor studie ze later willen volgen – laat staan welke baan ze ambiëren.

Samen met studenten van de VU onderzoeken de leerlingen wat hun talenten zijn en hoe die succesvol ingezet kunnen worden om een geschikt profiel te kiezen. Er wordt geleerd hoe je tot een keuze komt en wat een keuze kan beïnvloeden. Maar ook dat een keuze altijd kan worden bijgesteld.

Dit programma kent twee trajecten: één op de VU en één op de school zelf. Bij het schooltraject wordt de 3 vwo klas bezocht door vier studenten – een alfa-, gamma-, bèta, en life science-student. Deze studenten verzorgen een workshop rondom het thema suiker. Vanuit verschillende invalshoeken worden de leerlingen uitgedaagd na te denken waar hun interesses liggen en dit gebeurt aan de hand van verschillende vragen, die elk betrekking hebben op een ander profiel.

Een aantal vragen zijn:
•    Wat is de concentratie van suiker in een glas cola?
•    Kan suikerhoudende drank (sap en frisdrank) worden verboden, bijvoorbeeld op scholen?
•    Waar komt het woord suiker vandaan?
•    Veroorzaakt het eten van suiker negatief gedrag bij kinderen?


De school maakt een keuze uit één van de twee trajecten. Het schooltraject duurt één uur per klas, en kan worden aangevraagd via [email protected]
Let op! Het traject op de VU heeft een beperkte capaciteit.


Leerlingen die hun profielwerkstuk zo goed mogelijk willen schrijven, leren in dit programma precies welke vaardigheden ze daarvoor nodig hebben en hoe ze die moeten toepassen.

Het programma bestaat uit drie bijeenkomsten op school, van elk één uur. Bij elke bijeenkomst wordt er een specifieke module behandeld:

1.    Opstellen van een goede onderzoeksvraag
Er wordt uitgelegd welk voorbereiding de leerling moet treffen om een voorlopige onderzoeksvraag op te stellen, hoe die onderzoeksvraag wordt aangescherpt middels een checklist, en vervolgens deelvragen worden geformuleerd;

2.    Zoeken van de juiste bronnen en methodes
In deze module wordt behandeld hoe de leerling gericht zoekt naar literatuurbronnen doormiddel van de juiste zoekinstructies en zoektermen, hoe de kwaliteit en toepasbaarheid van bronnen wordt beoordeeld, en hoe er gerefereerd moet worden naar deze bronnen. Ook wordt er aangegeven wanneer er plagiaat wordt gepleegd en hoe de leerling de zoekvraag en zoekstrategie moet verwoorden.

3.    Conclusie en voeren van discussie over het gekozen onderwerp
De leerling leert de eisen voor een goede conclusie en discussie te benoemen en te begrijpen en door middel van beantwoording van de hoofd- en deelvragen een goed onderbouwde conclusie schrijven. Daarnaast wordt behandeld hoe een hypothese kan worden aangenomen of verworpen, en op welke manier de leerling aanbevelingen kan doen om het onderzoek te verbeteren.

Elke bijeenkomst wordt geleid door studenten van de VU. Per bijeenkomst wordt een module gepresenteerd en is er tijd voor een vraag & antwoord-sessie.

Modules van de Profielwerkstukstarter worden per klas gegeven (max. 32 leerlingen) en kan worden aangevraagd via[email protected].



Voor leerlingen van 5 en 6 vwo die hun profielwerkstuk moeten maken én voor leerlingen die een Masterclass volgen, wordt twee keer per jaar een middag georganiseerd waar wordt geleerd hoe je wetenschappelijk literatuur zoekt en hoe je die vervolgens gebruikt.

De middag begint met een hoorcollege over de plaats van literatuur in wetenschappelijk onderzoek. De leerlingen krijgen zoektips, live demonstraties van het zoeken naar literatuur en hoe de gevonden literatuur beoordeeld moet worden op relevantie, kwaliteit en plagiaat.

Het college 'Wetenschappelijk literatuur zoeken en gebruiken' vindt meerdere keren per schooljaar plaats op de VU. Leerlingen melden zich aan via[email protected].