Bachelor jaar 3 geneeskunde B15

Bachelor jaar 3 geneeskunde

In het derde jaar wordt de academische, klinische en wetenschappelijke
vorming van de Bachelor afgesloten. Bachelorjaar 3 bestaat uit een
minor- en een majorgedeelte. In het eerste semester is er ruimte voor
profilering en verbreding van de student door een minor naar eigen keuze
te volgen, gevolgd door een individuele bachelorthesis op een zelf
gekozen onderwerp. In het tweede semester komen de mechanismen van veel
voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de
orde.

Opbouw programma

Eerste semester
Het eerste semester van bachelorjaar 3 bestaat uit een minor en de
bachelorthesis.
Voor je minor heb je de keuze om de facultaire minor "International
minor VUmc Medical Sciences" te volgen of een minor buiten de opleiding
aan een Nederlandse of buitenlandse universitaire instelling. De
Engelstalige facultaire minor richt zich op medisch wetenschappelijke
verdieping en verbreding en versterkt daarmee jou academische vorming.
Het vormt een brug tussen onderzoek en kliniek. Binnen de facultaire
minor leer je om wetenschappelijk te denken en te handelen binnen de
academische geneeskunde en maak je kennis met de onderzoek zwaartepunten
van VUmc. Binnen de facultaire minor heb je de keuze uit een aantal
aandachtsgebieden (minor-modules), waardoor profilering mogelijk is. Wil
je een minor in het buitenland volgen dan kun je gebruik maken van het
uitwisselingsprogramma van de VU, waaraan de opleiding participeert.
De bachelorthesis schrijf je in de laatste maand van semester 3.1 op
basis van literatuuronderzoek dat je zelf uitvoert. Je kunt hierbij
aansluiten op het thema van de minormodule die volgt en dan ook al
starten tijdens je minor-module.

Tweede semester
Het tweede semester van Bachelorjaar 3 beslaat 5 thematische cursussen.
Het programma van de eerste drie cursusweken ziet er als volgt uit:
Hoorcolleges
Twee practica gericht op verdieping en illustratie van de leerdoelen van
de cursus en/of het aanleren van vaardigheden (practica Professionele
ontwikkeling of medisch Expert).
Een studiegroep bijeenkomst (maximaal 12 studenten) om een aantal
patiënt problemen op methodische wijze te analyseren en het Klinisch
redeneren in teamverband te oefenen (Teambased learning). Aansluitend
vindt een "Meet-the-Expert" college plaats waar de patiënt problemen en
vragen worden besproken en verder uitgediept door een Medisch
Specialist. Hierna volgt een college ‘klinisch redeneren’ (college KR),
waarin aan
de hand van een patiëntpresentatie het proces van anamnese, diagnostiek
en therapie wordt doorlopen.
Aan het eind van de vierde week wordt de cursusafhankelijke toets
afgenomen. Hierdoor wijkt het programma van de vierde week af van de
voorgaande drie weken.

Cursussen Arts en patiënt
Elk semester in de major wordt afgesloten met een cursus ‘Arts en
patiënt’ (AP). Deze cursuslijn overstijgt de biomedische kennis (de
natuurwetenschappelijke basis en bijpassende specifieke ziekten, veelal
ingedeeld naar orgaansystemen) die in de voorgaande cursussen van het
semester aan bod is gekomen. De AP-cursussen vragen aandacht voor de
patiënt als persoon en de arts-patiënt relatie, inclusief de
maatschappelijke en wetenschappelijke context waarin het medisch
handelen is gesitueerd. Hiervoor is systematische kennis van
theoretische vakken vanuit de mens- en maatschappijwetenschappen
vereist. Het gaat om psychologie, sociologie, filosofie, ethiek, recht,
geschiedenis, besliskunde en (klinische) epidemiologie. Kernbegrippen
uit deze vakken bieden zicht op achtergronden van menselijk handelen
(gedrag van zowel de patiënt als de arts) en bieden kaders die het
mogelijk maken ontwikkelingen en spanningen in de medische praktijk te
begrijpen en wegen te vinden daar als arts adequaat mee om te gaan.
Elke Arts en patiënt cursus heeft een eigen hoofdthema, waarbij steeds
een ander aspect van het geneeskundig proces leidend is voor integratie
van kennis, begrip, vaardigheden en attitude. Klinische casuïstiek is
uitgangspunt.
De volgende thema’s staan centraal:
• Soma en psyche (Arts en patiënt 1)
• Autonomie (Arts en patiënt 2)
• Context (medisch en sociaal) (Arts en patiënt 3)
• Evidence Based Medicine (Arts en patiënt 4)
• Multimorbiditeit (Arts en patiënt 5)

De cursussen Arts en patiënt vormen de ruggengraat van het Bachelor
curriculum. Binnen deze cursussen gaat het om integratie van – binnen de
modules Medisch expert en Professionele ontwikkeling verworven -
kennis, begrip, vaardigheden en attitude, ten behoeve van de
beroepsvoorbereiding van de arts als professional.
In de AP-cursussen wordt bovendien op systematische wijze aandacht
geschonken aan academische vorming. De academische kern van de
bacheloropleiding komt expliciet naar voren in de cursussen medisch-
wetenschappelijk onderzoek 1 en 2, waar het vooral gaat om het beoefenen
van
wetenschappelijk onderzoek en in de eerste vier arts-patiënt cursussen,
waar vooral het toepassen van resultaten van wetenschappelijk
onderzoek en reflectie op wetenschap naar voren komen. In elk van deze
cursussen wordt academische stof gekoppeld aan klinische inhoud.
Kernbegrippen uit academische disciplines worden toegepast op concrete
situaties in de medische praktijk.

Module Professionele Ontwikkeling
Vanaf jaar 1 loopt door de gehele bacheloropleiding de onderwijslijn
Professionele ontwikkeling (= Module Professionele ontwikkeling 1 t/m
5). Het doel van dit onderwijs is om de algemene competenties die je
nodig hebt om als arts te functioneren in samenhang en geïntegreerd te
onderwijzen en te toetsen, in een zo authentiek mogelijke context,
waardoor de aansluiting
op de vervolgopleiding optimaal gewaarborgd wordt. Het gaat hierbij om
de competenties: communicatie, reflectie, gezondheidsbevorderaar,
beroepsbeoefenaar, samenwerker, organisator, academicus en medisch
expert. Je professionele ontwikkeling wordt op verschillende aspecten en
op een steeds hoger aggregatieniveau getoetst. Elk semester wordt de
onderwijslijn Professionele Ontwikkeling (behalve het eerste semester
van jaar 3) afgesloten in de module Professionele Ontwikkeling van het
betreffende semester.

Module Medisch expert
Geneeskunde kan men enerzijds zien als kennisdomein en anderzijds als
competentiegebied bij de voorbereiding voor het beroep van arts. Daarbij
gaat het juist om toepassen van geneeskundige kennis in specifieke
gezondheidszorgsituaties. Dit onderwijs is ondergebracht in de
onderwijslijn Medisch expert (= module medisch expert 1 t/m 5) dat
gedurende de hele bachelor, behalve het eerste semester
van jaar 3 wordt gegeven.
Elk semester wordt de onderwijslijn Medisch expert (behalve het eerste
semester van jaar 3) afgesloten in de module Medisch expert van het
betreffende semester.

Academische vorming (academische kern)
Academische vorming is een belangrijk onderdeel van het bachelor
programma. Het gaat hierbij om: wijsgerige
vorming/wetenschapsfilosofie/wetenschapsgeschiedenis, methoden &
technieken van wetenschappelijk onderzoek, kritisch
redeneren/academische vaardigheden en academisch Engels.
De academische vorming komt specifiek aan
de orde tijdens de cursussen Medisch wetenschappelijk onderzoek 1 en 2
én de cursussen Arts en patiënt 1 t/m 54. Voorts vormt ook de
bachelorthesis onderdeel van het bachelorprogramma.
Daarnaast in het onderdeel van de studiegroepen middels
studieopdrachten/presentaties en de klinisch redeneren lijn.
De opleiding biedt zelf de facultaire minor "International Minor VUmc
Medical Sciences,die zich nadrukkelijk richt op de wetenschappelijke
verdieping. Niet alle studenten zullen echter deze minor volgen.


Toetsing
Semester 3.1: De minor wordt afgesloten met een tentamen. Vorm en inhoud
is afgestemd op de minor die je gevolgd hebt. Volg je de facultaire
"International minor VUmc Medical Sciences, dan bestaat de toetsing uit
twee onderdelen: cursusafhankelijke toets (CAT) van de introductiecursus
en van de minor-module.
Bachelorthesis: Aan het eind van semester 3.1 wordt de Bachelorthesis
afgenomen, bestaande uit een wetenschappelijke verhandeling in correct
wetenschappelijk Engels op basis van het literatuuronderzoek uitgevoerd
door de student.
Semester 3.2: Iedere cursus wordt afgesloten met een cursusafhankelijke
toets (CAT),
waarin de kennis en inzicht over de studiestof, inclusief Klinisch
Redeneren (uit kernleerboeken, opgegeven artikelen, digitale werkvormen,
studieopdrachten, hoorcolleges en practica) wordt getoetst.
Tijdens de cursus Arts en Patient worden ook de Module Medisch expert en
Module Professionele ontwikkeling
afgesloten. Beide modules moeten afgesloten worden met een "Voldaan" en
zijn voorwaarde voor de toekenning van de studiepunten voor de cursus
Arts en Patient 5.
 
Naam vak Periode Credits Code Pdf
Landelijke voortgangstoets Ac. Jaar (september) 0.0 M_BLVGT16
Medisch expert 5 Ac. Jaar (september) 0.0 M_BME516
Professionele ontwikkeling 5 Ac. Jaar (september) 0.0 M_BPO516
Bachelorthesis Semester 1 6.0 M_BBT16
Arts en patiënt 5 Semester 2 6.0 M_BAP516
Circulatie en vasculaire stoornissen Semester 2 6.0 M_BCVS16
Neurologie en oogheelkunde Semester 2 6.0 M_BNO16
Psychisch functioneren en cognitie Semester 2 6.0 M_BPFC16
Spijsvertering en stofwisseling Semester 2 6.0 M_BSS16
© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam
asnDCcreatorasvVUAmsterdam asnDCdateasv2016 asnstudyguideasvmodulegroep asnDCtitleasvBachelorjaar3geneeskundeB15