MA Geneeskunde

Master VUmc-compas ‘15

Het masterprogramma bestaat uit 3 masterjaren met coschappen als onderwijseenheden en is verdeeld in 3 fasen: het voorbereidend coschap, de coschapfase en in het derde studiejaar het profileringsjaar.

Er is een vaste volgorde en opbouw in de coschappen en je doorloopt het voorbereidend onderwijs van de coschappen in vaste groepen. De opbouw over de drie jaren loopt van de beschouwende en snijdende disciplines, interne geneeskunde en heelkunde, in het eerste masterjaar, naar een extramuraal blok  aan het einde van het tweede masterjaar. Het derde masterjaar is een profileringsjaar dat je op verschillende manieren kunt samenstellen. De wetenschappelijke stage en het keuzeonderwijs (jaar 3) kunnen eventueel aan het begin van het eerste masterjaar of in het derde masterjaar gedaan worden.

Op 5 momenten in het programma vindt bij de start van het coschap Klinisch Trainings Onderwijs (KTO) plaats; het KTO bedraagt  in totaal 14 weken. Het KTO volg je gedurende 4 maal 3 weken op 1 locatie; in VUmc of in één van de drie topklinische partnerziekenhuizen. De resterende 2 weken van het coschap ouderengeneeskunde volgen alle studenten in VUmc. Het coschap loop je vervolgens in VUmc of 1 van de partnerziekenhuizen uit de onderwijsregio van VUmc. Het onderwijs in de coschappen zal voornamelijk bestaan uit werkplekleren op basis van het meester-gezel principe, waarbij de coassistent  wordt begeleid door docenten, AIOS en stafleden. In het KTO is er per groep studenten een vaste docent (leerhuis docent of daartoe aangesteld staflid).

Het extramurale blok aan het einde van het tweede masterjaar vindt plaats op stageplekken zoals het verpleeghuis en de huisartsenpraktijk en binnen de sociale geneeskundige praktijk.

Uitgangspunt in de opzet van het programma is dat je voldoende patiëntcontacten hebt zodat je bekend raakt met de klinische condities, zoals geformuleerd in Raamplan 2009. Inhoudelijk biedt het de mogelijkheid om je langdurig te verdiepen in patiëntcasuïstiek en patiënten longitudinaal te volgen. Deze opzet biedt ook de mogelijkheid om voldoende kennis en vaardigheden op te doen rondom chronische patiëntproblematiek.

Gedurende de drie masterjaren wordt tijdens de coschappen de longitudinale onderwijslijn Professionele Ontwikkeling (PO) uitgevoerd waarin leerervaringen en leerdoelen uit de coschappen en uit de lijn binnen PO verbonden worden. Binnen VUmc-compas zijn acht rollen te onderscheiden: medisch expert, communicator, academicus, organisator, samenwerker, gezondheidsbevorderaar, beroepsbeoefenaar en reflector. In de masteropleiding leer je deze rollen in combinatie geïntegreerd toe te passen in de praktijk. Het portfolio, bestaande uit een verzameldeel en een ontwikkeldeel, ondersteunt hierbij.

In elke stage houd je bij welke klinische condities (medische inhoud) je hebt gezien. De kennis van de basisvakken is beschreven in concepten. Het merendeel van de concepten is in de bacheloropleiding aan de orde geweest. In de masteropleiding komt de basiskennis terug in relatie tot de praktijk of als verdieping.

Master VUmc-compas ‘08

Gedurende de masteropleiding functioneer je geleidelijk aan steeds zelfstandiger, zodat je na de masteropleiding goed voorbereid kunt beginnen aan je vervolgopleiding.

Deze driejarige masteropleiding bestaat uit leerstages (master jaar 1 – M1), werkstages (master jaar 2 – M2), een stage sociale geneeskunde, een wetenschappelijke stage, keuzeonderwijs en een semi-artsstage (master jaar 3 – M3). De leerstages worden in studiejaar 16-17 niet meer aangeboden.

De werkstages doorloop je in een vaste volgorde, sommige werkstages mogen omgewisseld worden. De wetenschappelijke stage en het keuzeonderwijs (jaar 3) kunnen voor M1 of in M3 gedaan worden. Soms kan een deel van het keuzeonderwijs ook in M2 gedaan worden. In M2 en M3 breng je de werkstages op verschillende stageplekken door, waaronder ook een huisartsenpraktijk en een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

De landelijke eindtermen van de opleiding geneeskunde zijn formeel vastgelegd in het Raamplan 2009. Voor VUmc-compas zijn de eindtermen van het raamplan vertaald naar competenties, klinische condities en concepten. Deze competenties kom je specifiek tegen in de masteropleiding.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam