Leraar voorbereidend hoger onderwijs Nederlands


Opbouw opleiding
De opleiding start twee keer per jaar, in september en februari. Voorafgaand aan de eerste onderwijsweek, vinden drie verplichte startdagen plaats op dinsdag, donderdag en vrijdag. Deze dagen zijn bedoeld om kennis te maken met het veelzijdige beroep van docent en met de vijf docentrollen die we binnen de opleiding hanteren. Je maakt een begin met het in kaart brengen van je eigen kwaliteiten en aandachtspunten. Hierna vinden de colleges en bijeenkomsten plaats op de maandag. Op opleidingsscholen kunnen er ook op andere dagen onderwijsactiviteiten zijn.

De opleiding is duaal van opzet, dit betekent dat je vanaf de start van de opleiding de helft van de tijd aan de praktijk op een school voor voortgezet onderwijs besteedt, bij voorkeur op een opleidingsschool. Ook de colleges algemene didactiek en vakdidactiek worden als lint het hele jaar door aangeboden. De opleiding is onderverdeeld in twee semesters. Na het eerste semester vindt er een halfwegbeoordeling plaats. In het tweede semester ontwerp je zelf een lessenserie en doe je systematisch onderzoek naar je eigen praktijk.

Doelstelling
Opleiding tot startbekwaam docent Nederlands in het voorbereidend hoger onderwijs. Uitgangspunt hiervoor zijn de landelijk vastgestelde bekwaamheidseisen en het landelijk overeengekomen uitstroomprofiel. Met deze eerstegraads lesbevoegdheid mag je in op alle niveaus van het voortgezet onderwijs lesgeven.

Eindtermen
Bekwaamheidseisen en uitstroomprofiel zijn door het Onderwijscentrum verder uitgewerkt in de vijf docentrollen. Voor het onderdeel vakdidactiek zijn daarnaast aparte niveaubepalingen opgesteld. Tweemaal per jaar wordt aan de hand van een beoordelingsmodel vastgesteld op welk niveau de student een rol beheerst. Uitgebreide informatie over rollen en beoordeling is te vinden in de DIO-map, een uitgebreide studiehandleiding die bij aanvang van de studie aan alle studenten wordt uitgereikt.

Toetsing
De docent in opleiding houdt gedurende de lerarenopleiding een digitaal portfolio bij. In dit portfolio worden de opdrachten uit de verschillende studieonderdelen opgenomen, maar ook een zelfbeschrijving en een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Het portfolio wordt door de docent in opleiding gebruikt om de eigen opleiding vorm te geven en zicht te krijgen op de eigen ontwikkelingen. Daarnaast wordt het gebruikt als beoordelingsinstrument, naast de praktijkbeoordeling en de beoordeling van het praktijkonderzoek.

Algemene informatie over de master leraar voorbereidend hoger onderwijs

Rooster

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam