Masterjaar 1 en 2 geneeskunde M15

Coördinatoren masterjaar 1 en 2: Mw. drs. M.A.R. Streep- Kooiman en mw.
drs. K. Reefman.
e-mail: master.gnk@vumc.nl

Masterjaar 1 en 2 omvatten coschappen als onderwijseenheden: het
voorbereidend coschap en de coschapfase. Op 5 momenten in het programma
vindt bij de start van het coschap Klinisch Trainings Onderwijs (KTO)
plaats; in totaal 14 weken. Het KTO volg je gedurende 4 maal 3 weken
voorafgaand aan de coschappen interne geneeskunde, heelkunde, neurologie
& psychiatrie en verloskunde/gynaecologie & kindergeneeskunde op 1 vaste
locatie in VUmc of in één van de drie topklinische partnerziekenhuizen.
Na het KTO loop je het coschap vervolgens in VUmc of 1 van de
partnerziekenhuizen of instellingen in de onderwijsregio van VUmc. De 2
KTO weken voorafgaand aan het coschap ouderengeneeskunde vinden voor
alle studenten plaats in het KTC in VUmc. Het coschap Ouderengeneeskunde
volg je in een van de verpleeghuizen in de onderwijsregio.

Tijdens de coschappen traint de coassistent, begeleid door AIOS en
stafleden, zijn vaardigheden op de werkplek Tijdens het KTO wordt een
groep studenten begeleid door (vaste) KTO- docenten.

Uitgangspunt in de opzet van het programma is dat je voldoende
patiëntcontacten hebt zodat je bekend raakt met de zorgvraagstukken
rondom gezondheid en ziekte beschreven in het Raamplan Artsopleiding
2009, die in VUmc-Compas zijn geformuleerd als klinische condities.
Inhoudelijk biedt het de mogelijkheid om je langdurig te verdiepen in
patiëntcasuïstiek en patiënten longitudinaal te volgen. Deze opzet biedt
ook de mogelijkheid om voldoende kennis en vaardigheden op te doen
rondom chronische patiëntproblematiek.

Voorbereidend coschap: 6 weken

Coschappen:
Interne geneeskunde: 3 weken KTO, 9 weken coschap: totaal 12 weken.
Heelkunde: 3 weken KTO, 9 weken coschap: totaal 12 weken.
Neurologie & Psychiatrie: 3 weken KTO, 6 weken coschap neurologie, 6
weken coschap psychiatrie: totaal 15 weken.
Verloskunde/gynaecologie & kindergeneeskunde: 3 weken KTO, 6 weken
coschap verloskunde/gynaecologie, 6 weken coschap kindergeneeskunde:
totaal 15 weken.
Keel, Neus en Oorheelkunde: 2 weken coschap.
Oogheelkunde: 2 weken coschap.
Dermatologie: 2 weken coschap.
Ouderengeneeskunde: 2 weken KTO, 3 weken coschap: totaal 5 weken.
Huisartsgeneeskunde: 6 weken coschap.
Sociale geneeskunde: 2 weken coschap.
5 Dagdelen intervisie en 2 symposia (naar keuze, uit 4 georganiseerde
symposia).

Werkvormen
Tijdens het Klinisch Trainings Onderwijs (KTO) is er expliciet tijd en
aandacht voor klinisch redeneren op basis van klinische condities en
bijbehorende ziektebeelden en voor het aanleren van discipline
specifieke vaardigheden. Voorts vindt er eenmaal per week een centrale
onderwijsdag plaats waarin de medisch specialisten het onderwijs
verzorgen in het Klinisch Trainings Centrum (KTC) van VUmc. Daarnaast
vindt er tijdens de centrale onderwijsdagen farmacotherapieonderwijs en
onderwijs in het kader van Professionele Ontwikkeling (PO) plaats.
Aan het eind van het KTO maak je een formatieve entreetoets voor de
overgang naar het coschap en ontvang je een formatieve beoordeling
‘functioneren op de werkplek’. Mede o.b.v. de uitkomsten van de toets en
beoordeling, stel je zelf leerdoelen op voor het coschap welke je
bespreekt met de KTO-docent en, bij aanvang van het coschap, met je
coschapbegeleider.

Tijdens het coschap leer je als coassistent in het ziekenhuis en in de
extramurale praktijk, je werkt onder supervisie in het (poli)klinisch
behandelteam of met de huisarts, arts ouderengeneeskunde of sociaal
geneeskundige. Je neemt bij patiënten een anamnese af en verricht je
zelfstandig het lichamelijk onderzoek. Je doet voorstellen voor
aanvullend onderzoek, verricht onder supervisie voorbehouden handelingen
en verdiept je in de behandeling van de patiënt. Daarbij zorg je ervoor
dat je voldoende chronische patiënten ziet. Hiernaast zal je ook
patiënten presenteren, bedside teaching volgen en doe je tijdens elk
coschap ofwel een referaat ofwel een Critical Appraisal of a Topic
(CAT). Bij een CAT formuleer je een klinische vraagstelling en beoordeel
je de bijpassende literatuur.
Daarnaast maak je bij elk coschap een opdracht farmacotherapie en volg
je 2 symposia per masterjaar; je kiest zelf welke 2 symposia je wilt
volgen, waarbij je kunt kiezen uit 4 symposia die per masterjaar
georganiseerd worden. Je vraagt tijdens de coschappen actief om feedback
en laat dit registreren in je digitaal portfolio. Kennis van de
klinische condities, vaardigheden en professioneel gedrag worden
geïntegreerd toegepast en met de 'eindebeoordeling functioneren op de
werkplek’ beoordeeld op het basisartsniveau. Het leren tijdens avond-,
weekend-, en soms ook nachtdiensten zijn onderdeel van de opleiding tot
basisarts en zullen onderdeel uitmaken van de coschappen.
Er komen gedurende masterjaar 1 en 2 diverse thema’s rondom
Professionele Ontwikkeling (PO) aan bod en er vindt 5 maal intervisie
plaats, waarin je reflecteert op ervaringen in de coschappen.

Feedback en Toetsing
Het voorbereidende coschap wordt getoetst d.m.v. een stagebeoordeling
(voornamelijk o.b.v. professioneel gedrag) en een stationstoets. De
toetsing in de KTO’s is gericht op het krijgen van feedback van je KTO-
docent en daarnaast maak je een formatieve digitale entreetoets die je
informatie geeft over je niveau van klinisch redeneren en kennis voor de
betreffende discipline.
Aan de hand van de feedback van je begeleider en de uitslag van de
entreetoets formuleer je leerdoelen voor het coschap. De leerdoelen
verzamel je in je digitaal portfolio.
In het digitaal portfolio vind je de minimumeisen voor het betreffende
coschap en formulieren voor gerichte feedback in diverse
praktijksituaties. Je dient er zelf zorg voor te dragen voldoende
feedback te verzamelen tijdens het coschap.
Elk coschap wordt getoetst met een stagebeoordeling (STB). De
stagebeoordeling valt uiteen in twee onderdelen:
1. Mondelinge of schriftelijke toets klinisch redeneren. Tijdens de
mondelinge toets klinisch redeneren word je, aan de hand van zelf
ingebrachte patiëntcases, bevraagd door een staflid van de
betreffende discipline en uitgedaagd klinisch te redeneren. In de
patiëntcasus breng je veel chronische patiëntcasus in.
2. Functioneren op de werkplek (inclusief professioneel gedrag)
De STB wordt uitgedrukt in een cijfer (1-10), waarbij de weging van de
toetsen klinisch redeneren en functioneren op de werkplek
respectievelijk 30% versus 70% is. De studiepunten voor een
onderwijsonderdeel worden toegekend indien de toets/toetsen behorend bij
dit onderdeel met een voldoende is/zijn afgesloten.
De toetsing van professionele ontwikkeling vindt jaarlijks plaats en
bestaat uit 4 verplichte voortgangstoetsen (VGT's) en de toets
portfolio.
Het jaarlijkse tutorgesprek is 1 van de onderdelen van de toets
portfolio.
 
Naam vak Periode Credits Code Pdf
Coschap Dermatologie Ac. Jaar (september) 3.0 M_MCDER15
Coschap Heelkunde Ac. Jaar (september) 18.0 M_MCHK15
Coschap Huisartsgeneeskunde Ac. Jaar (september) 9.0 M_MCHAG15
Coschap Interne geneeskunde Ac. Jaar (september) 18.0 M_MCIG15
Coschap keel-, neus- en oorheelkunde Ac. Jaar (september) 3.0 M_MCKNO15
Coschap Neurologie en Psychiatrie Ac. Jaar (september) 21.0 M_MCNP15
Coschap Oogheelkunde Ac. Jaar (september) 3.0 M_MCOOG15
Coschap Ouderengeneeskunde Ac. Jaar (september) 6.0 M_MCOG15
Coschap Sociale geneeskunde Ac. Jaar (september) 3.0 M_MCSG15
Coschap verloskunde & gynaecologie en kindergeneeskunde Ac. Jaar (september) 21.0 M_MCVGK15
Professionele ontwikkeling masterjaar 1 Ac. Jaar (september) 3.0 M_M1PO15
Professionele ontwikkeling masterjaar 2 Ac. Jaar (september) 3.0 M_M2PO15
Voorbereidend coschap Ac. Jaar (september) 9.0 M_MVC15
© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam
asnDCcreatorasvVUAmsterdam asnDCdateasv2018 asnstudyguideasvmodulegroep asnDCtitleasvMasterjaar1en2geneeskundeM15