Minor paper Gezin, recht en forensische gedragswetenschappen

 
Vakcode:
P_BMINPAPER
Periode:
Periode 3
Credits:
6.0
Voertaal:
Nederlands
Faculteit:
Fac. der Gedrags- en Bewegingswetensch.
Coördinator:
dr. C.S. Jonkman
Examinator:
dr. C.S. Jonkman
Docenten:
prof. dr. D.J. de Ruyter
prof. dr. mr. M.V. Antokolskaia
mr. G.C.A.M. Ruitenberg
Lesmethode(n):
Hoorcollege
Niveau:
300

Doel vak

De minor ‘Gezin, recht en forensische gedragswetenschappen’ wordt
afgesloten met een groepspaper waarin studenten de kennis die zij
verworven hebben toepassen op een casus die een centraal thema van de
minor behandelt. Met dit paper krijgen de studenten de mogelijkheid om
zich nader te verdiepen in een onderwerp en te tonen dat zij in staat
zijn om een tekst te schrijven die voor een multidisciplinair publiek
leesbaar is. Het onderwerp van het paper wordt in periode 2 aangeboden
en studenten worden dan reeds in groepen van drie of vier personen
ingedeeld, zodat zij in periode 3 direct van start kunnen gaan.

Kennis en inzicht
• De student verbreedt en verdiept zijn/haar kennis van een van de
centrale thema’s van de minor
Oordeelsvorming
• De student kan jurisprudentie, juridische en gedragswetenschappelijke
teksten beoordelen
• De student heeft een kritische houding: kan eigen mening onderbouwen
door middel van verworven kennis en inzicht
• De student is in staat om in diens oordeelsvorming rekening te houden
met normatieve (maatschappelijke en wetenschappelijke) opvattingen
Toepassing
• De student is in staat om verworven kennis te verwerken in een paper.
• De student is in staat de centrale begrippen op het gebied van het
thema te omschrijven alsook relaties tussen deze begrippen te leggen.
• De student is in staat om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te
koppelen aan de relevante wetenschappelijke literatuur en tot een
gefundeerde wetenschappelijk onderbouwde interpretatie te komen van de
onderzoeksbevindingen.
Leervaardigheden
• De student is in staat om zelfstandig en in groepsverband literatuur
te bestuderen en te reproduceren.

Inhoud vak

Tijdens de startbijeenkomst in week 1 worden de eisen aan het paper, het
verrichten van onderzoek voor het paper alsmede het schrijven ervan
toegelicht. De studenten gaan direct aan de slag met het schrijven van
een outline van het paper op basis van onderzoekbare vraagstellingen.
Aan het einde van week 1 leggen zij de vraagstellingen, de outline en de
literatuurlijst van hun paper voor aan de supervisor. In week 3 leveren
de studenten een conceptversie in, waarop zij mondelinge en
schriftelijke feedback krijgen. Aan het begin van week 4 wordt een
bijeenkomst georganiseerd waarin studenten hun paper presenteren en
feedback van medestudenten en supervisors ontvangen. Aan het eind van de
vierde week wordt de eindversie ingeleverd. In het paper moeten
studenten juridische en gedragswetenschappelijke literatuur verwerken
alsook verwijzen naar empirisch gedragswetenschappelijk onderzoek en
jurisprudentie op het gebied van het thema.

Onderwijsvorm

Week 1: Startbijeenkomst en voorleggen van onderzoekbare vraagstelling,
outline en literatuurlijst aan de supervisor die daarop via e-mail
feedback geeft Weken 2-3: Schrijven conceptversie paper. Aan het eind
van week 3 conceptversie inleveren. Week 4: Aan het begin van de week
presenteren conceptversie en herschrijven tot definitieve versie.

Toetsvorm

groepspaper

Doelgroep

Het vak is onderdeel van de minor Gezin, recht en Forensische
wetenschappen en kan worden gevolgd door studenten die ook de andere
vakken van de minor gevolgd hebben. Er kunnen maximaal 80 studenten
deelnemen aan het vak.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam
asnDCcreatorasvVUAmsterdam asnDCdateasv2018 asnstudyguideasvmodule asnDCidentifierasv51381311 asnDCtitleasvMinorpaperGezinrechtenforensischegedragswetenschappen asnperiodasv130 asnperiodasv asncreditsasv6p0 asnvoertaalasvN asnfacultyasv50000041 asnDCcoverageasvprofdrDJdeRuyter asnDCcoverageasvprofdrmrMVAntokolskaia asnDCcoverageasvmrGCAMRuitenberg