Steeds meer faculteiten werken met student-docenten, maar niet iedereen is direct overtuigd. Is dit wel écht een meerwaarde, of levert het vooral extra werk op? Tijd om die twijfels onder de loep te nemen. We spraken met Joram Pach, docent Sociologie, en drie van zijn student-docenten – Esmée, Bryan en Nils – over hoe deze samenwerking in de praktijk werkt. Spoiler: de meeste zorgen blijken onterecht.
De universiteit wil gewoon besparen op échte docenten.
Een veelgehoorde kritiek. Maar klopt dat eigenlijk wel? “In het begin vroeg ik me ook af hoe dit zich zou ontwikkelen”, zegt Joram. “Ik wilde niet dat student-docenten als goedkope vervanging zouden worden ingezet, maar echt iets zouden toevoegen aan het onderwijs.”
Student-docenten nemen geen volledige vakken over van een docent, maar bieden juist extra begeleiding en ondersteuning. “Dit gaat niet over bezuinigen, maar over het verbeteren van ons onderwijs.”
Student-docent Bryan: “We draaien werkgroepen, geven workshops en ontwikkelen werkvormen – altijd in overleg met de vaste docent. We staan er ook niet alleen voor, en dat maakt het juist zo leerzaam.”
Ze zorgen alleen maar voor extra werk en gedoe.
Het is een terechte zorg: als het onderwijs bij de student-docenten niet lekker loopt, is het de docent die het moet oplossen. Maar in de praktijk blijkt dat mee te vallen. “Ja, het vraagt tijd en begeleiding”, erkent Joram. “Maar het is vergelijkbaar met een stagebegeleiders rol. Je investeert in iemand en krijgt daar uiteindelijk veel voor terug.”
Bryan: “We hebben geen docenten die constant moeten ingrijpen. Sterker nog, doordat wij werkgroepen begeleiden en vragen beantwoorden, hebben docenten juist meer ruimte voor andere werkzaamheden in het vak.”