Om hun studie succesvol te doorlopen, is het voor studenten enorm belangrijk dat ze hun studieteksten goed begrijpen. Dat is nodig om te kunnen leren van die teksten. Studieteksten bevatten echter vaak veel onbekende academische woorden die het tekstbegrip kunnen belemmeren. Hoe is dat voor studenten die een andere moedertaal hebben en een Nederlandstalige opleiding volgen? Hebben zij voldoende academische woordenschat en tekstbegrip? Maarten de Korte heeft tijdens zijn bachelorstudie Taalwetenschap onder begeleiding van Camille Welie onderzoek gedaan bij het Cito naar het effect van academische woordenschat op de leesvaardigheid van (NT2-)studenten. Samen schrijven ze over hun bevindingen en wat deze betekenen voor NT2-docenten.
Wat is academische woordenschat en waarom is het belangrijk?
Met academische woorden bedoelen we woorden die frequent voorkomen in verschillende studieteksten, maar niet in het dagelijks algemeen taalgebruik. Denk aan woorden als ‘equivalent’ en ‘conventioneel’. Het is voor studenten belangrijk om dit soort woorden te kennen, omdat ze anders problemen ondervinden bij het begrijpen van studieteksten zonder dat ze per se moeite hebben met de leerstof. Deze woorden blijken namelijk vaak voor te komen in studieteksten: ongeveer 1 op de 20 woorden kan als academisch worden aangemerkt. Sommige studenten komen echter pas tijdens hun studie met bepaalde academische woorden in aanraking.
Welke rol speelt taalachtergrond bij academische woordenschat?
Uit onderzoek van Welie e.a. (2021) bleek dat studenten met een NT2-achtergrond een lagere academische woordenschat hebben dan diegenen met Nederlands als moedertaal. De NT2-studenten lopen daardoor het risico dat ze meer moeite hebben met het begrijpen van studieteksten. Uit de afgenomen Academische Woordenschattoets (AWT) bleek dat studenten met een NT2-achtergrond niet alleen minder academische woorden kenden - brede woordenschat genoemd - maar dat ze ook minder afwisten van woorden, dat heet de diepte van de woordenschat. Denk bijvoorbeeld aan weten in welke uitdrukkingen academische woorden kunnen worden gebruikt.
Wat gebeurt er als lezers met een lage academische woordenschat een studietekst lezen? Waar hebben ze last van?
Om te kijken wat voor effect academische woordenschat heeft op het lezen van studieteksten, hebben we een onderzoek onder eerstejaars hbo-studenten uitgevoerd waarin we de relatie tussen academische woordenschat en leesvaardigheid onderzochten. Twee groepen deden een aantal oefeningen met authentieke studieteksten en dachten hardop na terwijl ze studieteksten lazen. Eén groep scoorde hoog op de AWT en één groep scoorde laag op de AWT. Uit het onderzoek (Welie & De Korte, ingediend voor publicatie) blijkt onder andere dat studenten met een lage woordenschat op verschillende aspecten verschillen van hun medestudenten met een hoge woordenschat: ze hebben een lager tekstbegrip dan studenten met een hoge woordenschat, ze komen tijdens het lezen vaker woorden tegen die ze niet kennen én ze merken tijdens het lezen ook nog eens minder vaak op dat ze woorden niet kennen.