Studenten met ADHD hebben unieke talenten, maar ervaren ook specifieke uitdagingen in het onderwijs. Denk aan concentratieproblemen, moeite met plannen en organiseren, impulsiviteit en over- en onderprikkeling. Met meer kennis, begrip en enkele aanpassingen draag je als docent bij aan een leeromgeving waarin zij beter tot hun recht komen. In deze onderwijstip lees je hoe je dat doet.
Goed om te weten
ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is een vorm van neurodivergentie waarbij de hersenen informatie anders verwerken, vooral op het gebied van aandacht, impulscontrole, prikkels en activiteitsniveau. Dit betekent dat studenten het vaak zo druk hebben in hun hoofd dat er weinig ruimte over is voor het werk of dat ze niet altijd doorhebben wat er van hen wordt verwacht. ADHD uit zich op verschillende manieren: sommige studenten zijn vooral onoplettend en hebben moeite hun aandacht te focussen, andere zijn juist hyperactief en impulsief, en weer andere ervaren een combinatie hiervan. Elke student met ADHD is anders in behoeften, werkstijl en energieniveau. Ga daarom niet uit van een stereotype, maar ga altijd in gesprek met de student. Wat voor de één werkt, kan voor de ander juist belastend zijn.
ADHD is een vorm van neurodivergentie. Lees meer over hoe je rekening houdt met neurodivergente studenten in het algemeen.
Deze onderwijstip is ontwikkeld in samenwerking met het team Toegankelijk Onderwijs VU.